2

Zachte Griekse begrotingen bij harde tegenwind

BRUSSEL –Het eerste bankroet van een als “ontwikkeld” geclassificeerd land heeft inmiddels de facto plaatsgevonden. Internationale private schuldeisers hebben “vrijwillig” een “afwaardering” van meer dan 50% geaccepteerd op hun vorderingen op de Griekse overheid. Als gevolg hiervan heeft Griekenland nu nog maar zeer weinig schulden uitstaan bij buitenlandse private schuldeisers.

Ook heeft Griekenland ingestemd met nóg strengere begrotingsdoelstellingen. In ruil daarvoor heeft het land meer dan € 100 miljard ($ 134 miljard) aan financiële steun ontvangen. Het totale pakket heeft als doel om een compleet bankroet af te wenden en het land in staat te stellen om de financiële aanpassingen af te ronden zonder daarbij de financiële markten al te zeer te verstoren. Maar het is onwaarschijnlijk dat deze benadering (afwaardering op private schuld plus begrotingsaanpassing) op zichzelf genomen gaat werken.

Het werkelijke probleem in Griekenland is niet langer het begrotingstekort, maar een combinatie van kapitaalvlucht en aanhoudend excessieve bestedingen in de private sector. Die is er nu al meer dan 10 jaar aan gewend om meer uit te geven dan verdiend wordt. Deze overconsumptie werd (tot op heden tenminste) door de staat gefinancierd, met als gevolg dat de buitenlandse schuld met name uit vorderingen op de overheid bestond. De officiële gedachtegang is dat de Griekse overconsumptie ophoudt zodra de overheid de bestedingen beteugelt en de belastingen verhoogt.

Maar dat gaat mogelijk toch niet zo werken. De Grieken zijn eraan gewend geraakt om boven hun stand te leven. En daarmee kunnen zij ook doorgaan omdat er in Griekenland feitelijk sprake is van wat de Hongaarse econoom János Kornai - toen hij de tekortkomingen van het socialistische system analyseerde - ‘zachte budgetbeperkingen’ noemde. Als Griekse huishoudens meer belastingen moeten betalen, kunnen zij dat geld eenvoudigweg van hun spaarrekeningen opnemen en ondertussen net zoals zoveel als daarvoor blijven uitgeven. Daarom blijft het Griekse tekort op de lopende rekening, ondanks forse begrotingsaanpassingen, nabij 10% van het bbp liggen.