159

De Europese aanval op de Griekse democratie

NEW YORK – Het aanzwellende crescendo van gesteggel en venijn binnen Europa lijkt voor buitenstaanders wellicht het onvermijdelijke resultaat van het bittere eindspel tussen Griekenland en zijn crediteuren. Maar in werkelijkheid beginnen de Europese leiders eindelijk de ware aard van het voortgaande schuldendispuut te openbaren, en dit is geen fraai schouwspel: veel meer dan over geld en economie gaat het over macht en democratie.

Het economische beleid dat ten grondslag lag aan het programma dat de ‘trojka’ (de Europese Commissie, de Europese Centrale Bank, en het Internationaal Monetair Fonds) vijf jaar geleden aan Griekenland opdrong is duidelijk funest geweest, en resulteerde in een 25% afname van het bbp van het land. Ik kan geen enkele crisis ooit bedenken die zo welbewust is geweest en zulke catastrofale consequenties had: de Griekse jeugdwerkloosheid is nu bijvoorbeeld hoger dan 60%.

Het is ontstellend dat de trojka geweigerd heeft hier enige verantwoordelijkheid voor te nemen of heeft toegegeven hoe erg haar voorspellingen en modellen er naast zaten. Maar wat zelfs nog verrassender is, is dat de Europese leiders hier niet eens iets van geleerd hebben. De trojka eist nog steeds dat Griekenland een primair begrotingsoverschot bewerkstelligt (zonder rentebetalingen) van 3,5% van het bbp in 2018.

Economen over de hele wereld hebben dit doel veroordeeld als zijnde een strafmaatregel, omdat het streven hiernaar onvermijdelijk zal resulteren in een nog diepere val. Zelfs als de Griekse schuld wordt geherstructeerd voorbij iets dat we ons ook maar kunnen voorstellen, zal het land in recessie blijven als de stemmers daar zich in het onverwachte referendum dat dit weekend gehouden zal worden aan het doel van de trojka engageren.