3

De oorlog tegen onderwijs

LONDEN – De ontvoering van meer dan 200 schoolmeisjes in noordelijk Nigeria door de islamistische terreurgroep Boko Haram is meer dan verschrikkelijk. Helaas is het slechts de meest recente strijd in een brute oorlog tegen het fundamentele recht van alle kinderen op onderwijs. Deze oorlog is mondiaal, zoals gelijksoortige gruwelijke incidenten in Pakistan, Afghanistan en Somalië laten zien.

Over de hele wereld zijn er, volgens een rapport door de Global Coalition to Protect Education from Attack, de laatste vier jaar 10.000 gewelddadige aanvallen geweest op scholen en universiteiten. Het bewijs is net zo omvangrijk als het schrijnend is, van de 22 schooljongens die eerder dit jaar werden vermoord door vermoedelijke Boko Haram-militanten in de Nigeriaanse staat Yobe en Somalische schoolgaande kinderen die gedwongen worden om soldaat te worden, tot moslimjongens die worden aangevallen door etnische Birmees/Boeddhistische nationalisten in Myanmar en schoolmeisjes in Afghanistan en Pakistan die met brandbommen bestookt zijn, neergeschoten of vergiftigd door de Taliban vanwege het lef naar school te gaan.

Aleppo

A World Besieged

From Aleppo and North Korea to the European Commission and the Federal Reserve, the global order’s fracture points continue to deepen. Nina Khrushcheva, Stephen Roach, Nasser Saidi, and others assess the most important risks.

Dit zijn geen geïsoleerde voorbeelden van kinderen die toevallig tussen twee vuren terecht zijn gekomen; dit is wat er gebeurt als klaslokalen het feitelijke doel worden van terroristen die onderwijs als een bedreiging zien. (Boko Haram betekent letterlijk dat ‘vals’ of ‘Westers’ onderwijs ‘verboden’ is). In ten minste dertig landen is er een georkestreerd patroon van aanvallen door gewapende groepen, waarbij Afghanistan, Pakistan, Somalië, Sudan en Syrië het ergst getroffen worden.

Zulke aanvallen laten zeer duidelijk zien dat het aanbieden van onderwijs niet alleen gaat over schoolborden, boeken en de lesstof. Scholen over de hele wereld, van Noord-Amerika tot noordelijk Nigeria hebben nu veiligheidsplannen nodig om de bescherming te verzekeren van hun leerlingen en om hun ouders en gemeenschappen vertrouwen te bieden.

Op het Wereld Economisch Forum in Abuja, de hoofdstad van Nigeria, lanceerde ik deze week samen met partners uit het zakenleven en het maatschappelijk middenveld een programma om de persoonlijke veiligheid van kinderen te verzekeren in gebieden waar er reële en directe bedreigingen zijn. Het ‘Safe Schools Iniative’ zal plannen voor scholen en gemeenschappen combineren met speciale maatregelen om de kinderen te beschermen die zo’n 5000 lagere en middelbare scholen bezoeken in de meest kwetsbare gebieden.

Voor individuele scholen zullen de maatregelen het versterken van een veiligheidsinfrastructuur omvatten, planning en noodmaatregelen, het trainen van personeel, en raadgevers voor studenten en leden van de gemeenschap. Op het niveau van de gemeenschap zullen er onderwijscomités gevormd worden die bestaan uit ouders, docenten en vrijwilligers, samen met speciaal opgezette verdedigingseenheden, bestaande uit docenten, studenten en ouders, voor een snelle reactie op bedreigingen.

De ervaring van andere landen die met gelijke bedreigingen worstelen heeft aangetoond dat het cruciaal is om religieuze leiders formeel te betrekken bij het bevorderen en bewaken van het onderwijs. In Afghanistan gebruiken gerespecteerde imams soms hun vrijdagsgebed, in samenwerking met shuras uit de gemeenschap en beschermingscomités, om het bewustzijn over het belang van educatie binnen de Islam te vergroten.

In Peshawar in Pakistan hebben prominente moslimleiders, in een programma ondersteund door UNICEF, gesproken over het belang van onderwijs en het terug naar school sturen van studenten. In Somalië hebben religieuze leiders in door de regering gecontroleerde gebieden op de radio opgetreden en scholen bezocht om te ageren tegen de rekrutering van kindsoldaten.

In landen zoals Nepal en de Filipijnen hebben door de gemeenschap geleide onderhandelingen geholpen om de veiligheid te verbeteren en de politiek buiten het klaslokaal te houden. In sommige gemeenschappen zijn verschillende politieke en etnische groepen samengekomen en overeengekomen om ‘Veilige Schoolzones’ te ontwikkelen. Ze hebben gedragscodes opgesteld en getekend die vastleggen wat er wel en niet toegestaan is op het schoolterrein om geweld, de sluiting van scholen en de politisering van het onderwijs te vermijden. Over het algemeen hebben de ondertekenende partijen zich aan hun beloftes gehouden en helpen ze de gemeenschap om scholen open te houden, de veiligheid van te kinderen te vergroten en om de schoolleiding te verbeteren.

Support Project Syndicate’s mission

Project Syndicate needs your help to provide readers everywhere equal access to the ideas and debates shaping their lives.

Learn more

Miljoenen kinderen op de wereld blijven afgesloten van scholing. Dit is niet alleen een morele crisis; het is ook een verspilde economische mogelijkheid. Vooral bijvoorbeeld in Afrika is educatie cruciaal omdat de economieën van dit continent verschuiven van het winnen van grondstoffen naar een door kennis gedreven industrie. Het bieden van een veilige omgeving voor onderwijs is de meest fundamentele en urgente eerste stap in het oplossen van de mondiale onderwijscrisis.

Vertaling Melle Trap