5

Onderwijs zonder grenzen

LONDEN – Terwijl de derde verjaardag van het begin van de Syrische burgeroorlog nadert, is er een race tegen de klok om een baanbrekend onderwijsproject af te leveren aan de zwaarst getroffen slachtoffers van het conflict; honderdduizenden kind-vluchtelingen.

Een schokkende drie miljoen Syrische kinderen zijn nu van huis en haard verdreven. Meer dan een miljoen van hen zijn Syrië ontvlucht en kwijnen weg in kampen in buurlanden, vooral in Libanon, Jordanië en Turkije. Deze kinderen lijden nu onder de derde winter weg van hun huizen, scholen en vrienden. Veel van hen zijn gescheiden van hun families en er komen duizenden vluchtelingen per dag bij in wat de grootste humanitaire catastrofe van ons tijdsgewricht aan het worden is.

Maar een baanbrekend initiatief in Libanon waar leraren, hulporganisaties en onderwijs-liefdadigheidsinstellingen bij betrokken zijn brengt een sprankje hoop. Te midden van de chaos van kampen, zelfgebouwde hutten en armoede is het gevecht voor een belangrijk nieuw principe van de internationale hulp begonnen; zelfs in tijden van conflict moeten kinderen toegang hebben tot onderwijs.

Anderhalve eeuw geleden stelde het Rode Kruis de norm in dat gezondheidszorg zelfs in conflictzones geboden kon en moest worden. Dit principe werd uitgevoerd door organisaties als Artsen zonder Grenzen, waarvan dokters de laatste veertig jaar hun leven hebben geriskeerd om medische hulp te bieden op de gevaarlijkste plekken ter wereld.