24

De opkomende markten moeten voor goud gaan

CAMBRIDGE – Houden de centrale banken van de opkomende markten te veel vast aan dollars en zijn ze te weinig geïnteresseerd in goud? Tegen de achtergrond van een vertragende wereldeconomie, waarin de opkomende markten waarschijnlijk zeer dankbaar zijn voor alle reserves die zij (nog) achter de hand hebben, lijkt dit misschien een slecht getimede vraag. Maar er zijn goede argumenten aan te voeren voor het betoog dat een ontwikkeling waarbij de opkomende markten méér goud zouden accumuleren het internationale financiële systeem zou helpen soepeler te functioneren, en dat iedereen daarvan zou profiteren.

Voor alle duidelijkheid: ik schaar me niet aan de zijde van degenen – doorgaans rechtse Amerikaanse idioten – die pleiten vóór een terugkeer naar de Gouden Standaard, waarbij landen de waarde van hun munt vastpinnen aan de waarde van goud. Het laatste bewind van de Gouden Standaard is in de jaren dertig immers desastreus geëindigd, en er is geen reden om aan te nemen dat een terugkeer naar de Gouden Standaard nu anders zou uitpakken.

Nee, ik stel slechts voor dat de opkomende markten een aanzienlijk deel van de biljoenen dollars aan buitenlandse valutareserves die zij nu bezitten (alleen China heeft al officiële reserves van $3,3 bln) in goud omzetten. Zelfs als ze bijvoorbeeld 10% van hun reserves in goud zouden omzetten, zou dat hen op geen enkele wijze in de buurt van de vele rijke landen brengen die 60% tot 70% van hun (kleinere) officiële reserves in goud vasthouden.

De rijke landen betogen al enige tijd dat het in iedereens collectieve belang is om goud te demonetiseren. We hebben inderdaad nog steeds veel goud achter de hand, zeggen deze landen, maar dat is een overblijfsel van de Gouden Standaard van vóór de Tweede Wereldoorlog, toen centrale banken een goudvoorraad nodig hadden.