25

World Order 2.0

NEW YORK – Bijna vier eeuwen lang, sinds de Vrede van Westfalen in 1648 een einde maakte aan de Dertigjarige Oorlog in Europa, heeft het concept van de soevereiniteit – het recht van landen op een onafhankelijk bestaan en autonomie – de kern van de internationale orde gevormd. Daar was een goede reden voor: zoals we eeuw na eeuw hebben gezien, inclusief de huidige, is een wereld waarin grenzen met geweld worden geschonden een wereld van instabiliteit en conflict.

Maar in een gemondialiseerde wereld is een mondiaal besturingssysteem dat louter is gebaseerd op respect voor soevereiniteit – noem het World Order 1.0 – steeds minder toereikend geworden. Er is nog maar weinig dat lokaal blijft. Zo'n beetje alles en iedereen, van toeristen, terroristen en vluchtelingen tot e-mails, ziekten, dollars en broeikasgassen, kan vrijwel alles bereiken. Het gevolg is dat wat zich binnen een land afspeelt niet langer alleen maar de zorg van dat land kan zijn. De werkelijkheden van vandaag de dag vragen om een geactualiseerd besturingssysteem – World Order 2.0 – gebaseerd op “soevereine verplichtingen,” de notie dat soevereine staten niet alleen rechten maar ook plichten jegens anderen hebben.

Een nieuwe internationale orde vergt ook een uitgebreide reeks normen en regels, te beginnen met afspraken over wanneer er sprake kan zijn van soevereiniteit. Bestaande regeringen moeten overeenkomen pogingen om nieuwe staten te vormen louter te zullen overwegen in gevallen waar er een historische rechtvaardiging en een dwingende reden voor bestaat, waar sprake is van voldoende steun onder het volk, en waar de nieuwe entiteit levensvatbaar is.

World Order 2.0 moet ook een verbod omvatten op het bedrijven of het op een of andere manier steunen van terrorisme. En in controversiëlere zin: hij moet krachtiger normen omvatten die de verspreiding of het gebruik van massavernietigingswapens verbieden. Zoals de zaken er nu voor staan, verdwijnt de consensus vaak als die verspreiding eenmaal heeft plaatsgevonden, ook al is de wereld het doorgaans wel eens over het indammen van de verspreiding door de toegang van landen tot de relevante technologie en het relevante materiaal te beperken. Dit moet een discussie-onderwerp worden op bilaterale en multilaterale bijeenkomsten, niet omdat dit zou leiden tot een formeel akkoord, maar omdat het de aandacht zou richten op het toepassen van strenge sancties of het ondernemen van militaire actie, die de kansen op verspreiding zou kunnen terugdringen.