6

Een mondiaal Marshallplan

ROME – Ondanks voortdurende inspanningen om de mondiale ontwikkelingssamenwerking in een versnelling te doen geraken, zijn er de afgelopen jaren aanzienlijke obstakels voor vooruitgang geweest. Gelukkig hebben de wereldleiders, met in de tweede helft van 2015 een aantal belangrijke internationale ontmoetingen in het verschiet, grote kansen om deze te overkomen.

We hebben al eerder van dit soort omslagpunten meegemaakt. Rond de eeuwwisseling waren de internationale onderhandelingen over economische ontwikkeling ook geheel vastgelopen. De top van ministers van de Wereldhandelsorganisatie in Seattle eindigde zonder uitkomst en na twee decennia van Washington Consensus waren de ontwikkelingslanden teleurgesteld in de door de VS geleide internationale financiële instituties. Onderhandelingen over de eerste United Nations Financing for Development (FfD) conferentie in Monterrey (Mexico) leken nergens heen te gaan.

Chicago Pollution

Climate Change in the Trumpocene Age

Bo Lidegaard argues that the US president-elect’s ability to derail global progress toward a green economy is more limited than many believe.

Toen werden de Verenigde Staten op 11 september 2001 getroffen door grote terroristische aanslagen; een tragische ontwikkeling die op een of andere manier vooruitgang heeft gekatalyseerd. Wereldleiders kwamen overeen om met de Doha-ronde te beginnen, om te verzekeren dat de handelsbesprekingen de ontwikkelingsaspiraties van ontwikkelingslanden zouden dienen. En op de Monterrey FfD-conferentie van 2002 werden er inmiddels grote doorbraken bereikt op het gebied van buitenlandse en binnenlandse investeringen, buitenlandse schulden, internationale samenwerking, handel, en systemische bestuursproblemen.

Er is natuurlijk geen ramp nodig om vooruitgang op gang te brengen. De grote mondiale bijeenkomsten van dit jaar (de Conference on Financing for Development in juli, de top bij de Verenigde Naties om de Sustainable Development Goals aan te nemen in september, en de VN-klimaatconferentie in Parijs in december) zouden genoeg moeten zijn. En de moeite die in de voorbereiding van deze ontmoetingen wordt gestoken suggereert dat er een wil is om stappen te maken.

Maar de keuze voor het juiste programma is cruciaal. De wereld heeft behoefte aan een goed doordachte en verreikende strategie om industrialisatie te stimuleren, gemodelleerd naar het European Recovery Program; het Amerikaanse initiatief dat Europa na de Tweede Wereldoorlog in staat stelde tot zijn wederopbouw. Het Marshallplan, zoals het beter bekend staat, betrof een massale injectie van Amerikaanse hulp om de nationale ontwikkeling in Europa te ondersteunen, en het wordt door veel Europeanen nog steeds gezien als Amerika’s finest hour.

De impact van het Marshallplan was voelbaar tot ver buiten de Europese grenzen en ontwikkelde zich in tien jaar tot wat waarschijnlijk het meest succesvolle project voor economische ontwikkelingshulp in de menselijke geschiedenis is geweest. Een zelfde soort politiek werd in Noordoost-Azië geïntroduceerd na de oprichting van de Volksrepubliek China en de Koreaanse Oorlog.

Natuurlijk lag er een politieke motivatie ten grondslag aan het Marshallplan. Door het creëren van een cordon sanitaire van rijke landen van West-Europa tot Noordoost-Azië hoopte de VS de expansie van het communisme aan het begin van de Koude Oorlog in te dammen. Ontwikkelingslanden die niet het zelfde politieke doel dienden werden niet geholpen.

In de kern was het Marshallplan echter een economische strategie, en een goede ook. Van vitaal belang was dat het een complete omkering van zijn voorganger was, het Morgenthauplan, dat richtte op de-industrialisatie – met beroerd resultaat. Het doel van het plan – zoals naar voren gebracht door minister van Financiën van de VS Henry Morgenthau, Jr., in zijn boek uit 1945 Germany is Our Problem – was om Duitsland om te vormen tot een ‘voornamelijk agrarisch en pastoraal’ land, om te voorkomen dat het bij enige nieuwe oorlog betrokken zou raken.

Eind 1946 spoorden economische malaise en werkloosheid in Duitsland voormalig president van de VS Herbert Hoover echter aan om het land op onderzoeksmissie te bezoeken. Hoover’s derde rapport op 18 maart 1947 noemde de notie dat Duitsland kon worden gereduceerd tot een boerenstaat een ‘illusie’, die alleen verwezenlijkt kon worden door 25 miljoen mensen uit te roeien of het land uit te zetten.

Het enige alternatief was herindustrialisering. Minder dan drie maanden later hield minister van Buitenlandse Zaken George Marshall aan Harvard University zijn onderscheidende toespraak die de beleidswijziging aankondigde. Hij verklaarde dat Duitsland en de rest van Europa geherindustrialiseerd zouden worden, onder meer door zware staatsinterventies, zoals hoge belastingen, quota, en importbeperkingen. Vrije handel zou pas weer mogelijk zijn na de wederopbouw, als de Europese landen konden concurreren op de internationale markt.

Marshall stipte nog drie andere belangrijke punten aan in zijn korte speech. Ten eerste haalde hij, terwijl hij rol opmerkte die de ineenstorting van de handel tussen stedelijke en landelijke gebieden speelde in de economische vertraging van Duitsland, een eeuwenoud Europees economisch inzicht aan: alle rijke beschikken over steden met een producerende sector. ‘De remedie,’ zo legde Marshall uit, ‘ligt in…het herstellen van het vertrouwen van de Europese burger,’ zodat ‘de producent en de boer’, ‘in staat en bereid zullen zijn om hun producten voor valuta te ruilen, waarvan de blijvende waarde niet in het geding is.’

Ten tweede betoogde Marshall dat een maatschappelijk middenveld voortkomt uit economische vooruitgang, en niet andersom; het tegenovergestelde van de hedendaagse gangbare wijsheid. Zoals hij het stelde zou het beleid ‘de wederopstanding van een werkende economie te midden van de wereld ten doel moeten hebben, om het ontstaan van de politieke en sociale omstandigheden waarbinnen zich vrije instituties kunnen ontwikkelen mogelijk te maken.’

Ten derde benadrukte Marshall dat ontwikkelingshulp, om echte vooruitgang en ontwikkeling te voeden, veelomvattend en strategisch moet zijn. ‘Dit soort hulp,’ zo verklaarde hij, ‘moet niet op ad-hoc basis zijn al naar gelang verschillende crises zich ontwikkelen. Elke hulp die deze regering in de toekomst eventueel zal verschaffen moet genezing bieden, in plaats slechts als pijnstiller te dienen.’

De visie van Marshall biedt wijze lessen voor de wereldleiders die momenteel de ontwikkeling proberen te versnellen, om te beginnen met de noodzaak om de effecten van de Washington Consensus op ontwikkelende- en overgangseconomieën om te draaien; effecten die overeenkomen met die van het Morgenthauplan. Sommige landen – inclusief grote economieën als China en India, die hun binnenlandse industrie lang beschermd hebben – zijn  in betere positie geweest om van de economische globalisering te profiteren. Anderen hebben te maken gehad met een afname van de economische groei en het reëel per capita inkomen, omdat hun industrie en landbouwcapaciteit, vooral de laatste twintig jaar van de vorige eeuw, zijn teruggevallen.

Fake news or real views Learn More

Het is de hoogste tijd om de productiecapaciteit en koopkracht van arme economieën te vergroten, net zoals in het Europa van het decennium na de toespraak van Marshall. Het inzicht van Marshall dat dit soort gedeelde economische ontwikkeling de enige route naar blijvende vrede is blijft een klinkende waarheid.

Vertaling: Melle Trap