A German and a EU flag fly at half mast in front of the Bellevue presidential palace in Berlin NurPhoto/Getty Images

Wat Duitsland voor Europa kan betekenen

LONDEN – Wie runt de Europese Unie? Aan de vooravond van de verkiezingen in Duitsland is dat een zeer actuele vraag.

The Year Ahead 2018

The world’s leading thinkers and policymakers examine what’s come apart in the past year, and anticipate what will define the year ahead.

Order now

Eén standaardantwoord luidt: “De lidstaten van de EU” – alle 28. Een ander luidt: “De Europese Commissie.” Maar Paul Lever, een voormalige Britse ambassadeur in Duitsland, biedt een puntiger antwoord: Berlin Rulesis de titel van zijn nieuwste boek, waarin hij schrijft: “Het moderne Duitsland heeft aangetoond dat de politiek kan bereiken waar gewoonlijk een oorlog voor nodig was.”

Duitsland is de meest volkrijke staat en de economische krachtcentrale van de EU, en neemt ruim 20% van het bbp van het blok voor zijn rekening. Het lijkt onmogelijk om vast te stellen waarom Duitsland economisch zo veel succes heeft geboekt. Maar drie unieke kenmerken van het zogenoemde Rijnland-model vallen op.

In de eerste plaats heeft Duitsland zijn industriële productiecapaciteit veel beter overeind gehouden dan andere geavanceerde economieën. De industriële sector vertegenwoordigt nog steeds 23% van de Duitse economie, tegen 12% in de Verenigde Staten en 10% in Groot-Brittannië. En in de industriële sector is 19% van de Duitse beroepsbevolking werkzaam, tegen 10% van de Amerikaanse en 9% van de Britse.

Het succes van Duitsland bij het behoud van zijn industriële basis is in tegenspraak met de standaardpraktijk van de rijke landen, die hun industriële productie hebben verplaatst naar locaties met lagere arbeidskosten. Maar Duitsland heeft nooit de statische theorie van het relatieve voordeel aanvaard waarop deze praktijk is gebaseerd. Trouw aan het gedachtegoed van Friedrich List, de vader van de Duitse economie, die in 1841 schreef dat “de macht om rijkdom te produceren derhalve oneindig veel belangrijker is dan die rijkdom zelf,” heeft Duitsland zijn industriële voorsprong behouden door een meedogenloze toewijding aan procesinnovatie, ondersteund door een netwerk van onderzoeksinstituten.

Het tweede kenmerk van het Duitse model is zijn “sociale markteconomie,” het best weerspiegeld door zijn unieke systeem van industriële “medezeggenschap.” Als enige onder de grote geavanceerde economieën brengt Duitsland dit “stakeholder-kapitalisme” in de praktijk. Alle bedrijven zijn wettelijk verplicht ondernemingsraden te hebben. Grote bedrijven worden gerund door twee besturen die strategische besluiten nemen: het management en de raad van commissarissen, waarin de zetels gelijkelijk zijn verdeeld tussen aandeelhouders en personeelsvertegenwoordigers. De weerstand tegen outsourcing is daarom veel sterker dan elders, evenals een bereidheid om de loonkosten in de hand te houden.

Tenslotte is er Duitslands krachtige toewijding aan prijsstabiliteit. Duitsland had de lessen van Milton Friedman over het kwaad van de inflatie niet nodig. Die lessen zaten al in ingebakken in het systeem van zijn beroemdste naoorlogse instelling, de Bundesbank.

Lever suggereert dat het net zozeer de herinnering was aan de ineenstorting van de Deutschmark tussen 1945 en 1948 als de herinnering aan de hyperinflatie van de jaren twintig die ervoor heeft gezorgd dat deze lessen in goede aarde vielen. Op dezelfde manier weerspiegelt een aversie tegen overheidstekorten de afkeer van de bevolking van particuliere schulden.

In institutionele zin is de EU een soort “Duitsland in het groot” geworden. De Commissie, het Europese Parlement, de Europese Raad en het Europese Gerechtshof weerspiegelen de gedecentraliseerde structuur van Duitsland zelf. Het “subsidiariteits”-evangelie van de EU weerspiegelt de machtsdeling tussen de federale regering in Duitsland en de deelstaten (Länder). Duitsland zorgt ervoor dat Duitsers de leidende posities in de EU-lichamen bekleden. De EU bestuurt via haar instellingen, maar het is de Duitse regering die deze instellingen runt.

Toch is ieder gepraat over “hegemonie” of zelfs “leiderschap” taboe in Duitsland – een stilzwijgen dat berust op de vastberadenheid van de Duitsers om mensen niet te herinneren aan het duistere verleden van het land. Maar het ontkennen van leiderschap terwijl je het in de praktijk wél uitoefent, betekent dat er geen discussie over je verantwoordelijkheden mogelijk is. En dit leidt tot kosten – vooral economische kosten – voor de andere lidstaten van de EU.

Duitsland heeft een systeem van regels gecreëerd dat zijn concurrentievoordeel bestendigt. De eenheidsmunt sluit devaluaties binnen de eurozone uit en garandeert dat de euro minder waard is dan een zuiver Duitse munt zou zijn.

Het huidige Verdrag over de Begrotingsunie van de EU – de opvolger van het Groei- en Stabiliteitspact – schrijft bindende juridische verplichtingen voor op het gebied van evenwichtige begrotingen en een bescheiden nationale schuld, ondersteund door toezicht en sancties. Dit sluit tekortfinanciering om de groei aan te jagen uit. En de Duitse eis dat de niet-loongerelateerde kosten in de hele EU gelijk moeten zijn is niet zozeer een instrument ter bevordering van de Duitse concurrentiekracht, maar omgekeerd wél een instrument om die van anderen te reduceren.

De EU, en vooral de uit 19 leden bestaande eurozone, functioneert aldus als een enorme thuisbasis voor Duitsland, van waaruit het zijn aanval op buitenlandse markten kan lanceren. En die thuisbasis is sterk. Duitsland exporteert naar de EU 30% méér dan het eruit importeert, en kent een van 's werelds grootste betalingsbalansoverschotten.

Dit is eerder een goedaardige dan een meedogenloze hegemonie. Maar in de kern ervan ligt een enorme tegenstrijdigheid besloten. De nationale rekeningen moeten in balans zijn. Een overschot in het ene deel van Europa betekent een tekort in het andere deel. De eurozone werd opgericht zonder overdrachtssysteem om leden van de familie te helpen die in de problemen komen; de Europese Centrale Bank mag niet als “lender of last resort” (noodkredietverlener) voor het bankensysteem optreden; en het voorstel van de Commissie om euro-obligaties – collectief gegarandeerde nationale obligatie-uitgiften – in te voeren is gestrand op het bezwaar van Duitsland dat het het grootste deel van het risico zou dragen.

Duitsland is bereid geweest noodkredieten te verlenen aan door schulden overmande lidstaten van de eurozone zoals Griekenland, op voorwaarde dat deze landen “orde op zaken zouden stellen” – door te bezuinigen op de sociale voorzieningen, staatsbezit te verkopen en andere stappen te nemen om zichzelf meer concurrentiekracht te verlenen. De Duitsers zien geen redenen om maatregelen te nemen om hun eigen superconcurrentiekracht te verminderen.

Wat kan er worden gedaan om een meer symmetrische verhouding tot stand te brengen tussen Europa's crediteuren en debiteuren? Bij ontstentenis van een overdrachtsmechanisme zou het plan van John Maynard Keynes uit 1941 voor een Internationale Vereffeningsunie kunnen worden aangepast voor de eurozone. De overtollige euro's van de centrale banken van de lidstaten zouden op rekeningen bij een Europese Vereffeningsbank kunnen worden gestort. Op die manier zou tegelijkertijd druk kunnen worden uitgeoefend op de crediteuren- en de debiteurenlanden om hun onderlinge rekeningen in evenwicht te brengen, door bij aanhoudende onevenwichtigheden een oplopende rente op te leggen.

Een Europese vereffeningsunie zou een minder zichtbare inbreuk op de Duitse nationale belangen zijn dan een overdrachtsunie. Het cruciale punt is echter dat – als de eurozone wil werken – de sterke landen bereid moeten zijn solidair te zijn met de zwakke. Zonder een mechanisme om dit te bewerkstelligen zal de EU van crisis naar crisis blijven strompelen – en onderweg waarschijnlijk lidstaten blijven verliezen.

Vertaling: Menno Grootveld

http://prosyn.org/StmBrEx/nl;

Handpicked to read next

  1. Patrick Kovarik/Getty Images

    The Summit of Climate Hopes

    Presidents, prime ministers, and policymakers gather in Paris today for the One Planet Summit. But with no senior US representative attending, is the 2015 Paris climate agreement still viable?

  2. Trump greets his supporters The Washington Post/Getty Images

    Populist Plutocracy and the Future of America

    • In the first year of his presidency, Donald Trump has consistently sold out the blue-collar, socially conservative whites who brought him to power, while pursuing policies to enrich his fellow plutocrats. 

    • Sooner or later, Trump's core supporters will wake up to this fact, so it is worth asking how far he might go to keep them on his side.
  3. Agents are bidding on at the auction of Leonardo da Vinci's 'Salvator Mundi' Eduardo Munoz Alvarez/Getty Images

    The Man Who Didn’t Save the World

    A Saudi prince has been revealed to be the buyer of Leonardo da Vinci's "Salvator Mundi," for which he spent $450.3 million. Had he given the money to the poor, as the subject of the painting instructed another rich man, he could have restored eyesight to nine million people, or enabled 13 million families to grow 50% more food.

  4.  An inside view of the 'AknRobotics' Anadolu Agency/Getty Images

    Two Myths About Automation

    While many people believe that technological progress and job destruction are accelerating dramatically, there is no evidence of either trend. In reality, total factor productivity, the best summary measure of the pace of technical change, has been stagnating since 2005 in the US and across the advanced-country world.

  5. A student shows a combo pictures of three dictators, Austrian born Hitler, Castro and Stalin with Viktor Orban Attila Kisbenedek/Getty Images

    The Hungarian Government’s Failed Campaign of Lies

    The Hungarian government has released the results of its "national consultation" on what it calls the "Soros Plan" to flood the country with Muslim migrants and refugees. But no such plan exists, only a taxpayer-funded propaganda campaign to help a corrupt administration deflect attention from its failure to fulfill Hungarians’ aspirations.

  6. Project Syndicate

    DEBATE: Should the Eurozone Impose Fiscal Union?

    French President Emmanuel Macron wants European leaders to appoint a eurozone finance minister as a way to ensure the single currency's long-term viability. But would it work, and, more fundamentally, is it necessary?

  7. The Year Ahead 2018

    The world’s leading thinkers and policymakers examine what’s come apart in the past year, and anticipate what will define the year ahead.

    Order now