17

Een tweede Jaar van Europa

NEW YORK – Meer dan veertig jaar geleden verklaarde Nationaal Veiligheidsadviseur van de Verenigde Staten Henry Kissinger 1973 tot ‘Jaar van Europa.’ Zijn doel was om de noodzaak te benadrukken om de Atlantische relatie te moderniseren, en meer specifiek de noodzaak voor de Europese bondgenoten van Amerika om meer met de VS samen te werken in het Midden-Oosten en in Europa tegen de Sovjet-Unie.

Kissinger zou de eerste zijn om toe te geven dat Europa deze handschoen niet aannam. Desondanks staat ons opnieuw een jaar van Europa te wachten. Deze keer echter komt de aanleiding minder van een gefrustreerde Amerikaanse regering dan vanuit Europa zelf.

De inzet is net zo hoog als in 1973, als niet hoger. Rusland vertoont geen tekenen dat het zich zal terugtrekken uit de Krim of dat het zijn inspanningen om Oekraïne te destabiliseren zal stoppen. Er bestaan reële zorgen dat Rusland dezelfde tactieken zal inzetten tegen één of meer van de kleine NAVO-landen aan zijn grenzen.

Vluchtelingen hebben verder bijgedragen aan de druk op Europa, net zoals terrorisme geïnspireerd door gebeurtenissen in het Midden-Oosten uitgevoerd door aanvallers uit de regio. Brexit, de exit van het Verenigd koninkrijk uit de Europese Unie, is nu formeel begonnen; nog uit te werken zijn de timing en termen ervan, die de impact op de economische en politieke toekomst van het VK en anderen die terugtrekking uit de EU overwegen zullen bepalen. Griekenland en andere landen in Zuid-Europa blijven zuchten onder hoge werkloosheid, groeiende schulden, en een hardnekkige kloof tussen wat er van regeringen gevraagd wordt en wat ze zich kunnen veroorloven.

Maar van alle uitdagingen waar de EU mee te maken heeft betekenen de aanstaande presidentsverkiezingen in Frankrijk het meeste voor de toekomst van Europa, en wellicht voor die van de wereld. Peilingen laten zien dat ieder van de vier kandidaten als winnaar uit de bus zou kunnen komen. Wat deze onzekerheid uniek en van waarlijke consequentie maakt is dat twee van de vier, leider van het Front National Marine Le Pen en de uiterst linkse leider Jean-Luc Mélenchon een politiek voorstaan die ver van het Franse en Europese midden liggen. Als één van de twee de tweede ronde op 7 mei wint zou dit het einde van het Franse lidmaatschap van zowel de EU als de NAVO kunnen betekenen, wat existentiële vragen zou opwerpen voor beide organisaties – en voor heel Europa.

Dit soort scenario’s waren tot voor kort ondenkbaar. Tientallen jaren is Europa de meest succesvolle, stabiele, en voorspelbare regio geweest, een plek waar de geschiedenis geëindigd leek te zijn. De doelstelling om het continent vreedzaam, heel, en vrij te maken was grotendeels gerealiseerd.

Maar er is dramatische verandering voor Europa gekomen. Eén factor is de bereidheid en het vermogen getoond door Vladimir Poetins Rusland om militaire kracht, economische chantage, en cybermanipulatie in te zetten om zijn agenda te bevorderen. Maar een zelfs nog grotere uitdaging voor het hedendaagse Europa komt van zijn eigen politici, die de waarde van de EU, de erfgenaam van de Europese Economische Gemeenschap die in 1957 werd opgericht met het Verdrag van Rome, steeds meer in twijfel trekken.

De gedachtegang achter het zes decennia lange integratieproces van Europa – vaak ‘het Europese project‘ genoemd – was altijd helder. West-Europa, en bovenal Duitsland en Frankrijk, moesten geünificeerd worden tot op een punt dat oorlog, die het verleden van het continent zo vaak had vormgegeven, ondenkbaar zou worden.

Dit is bewerkstelligd, net als een aanzienlijke economische vooruitgang. Maar ergens in dit proces verloor het Europese project zijn binding met zijn burgers. De instituties van de EU werden te ver verwijderd, te elitistisch, en te sterk, en hielden geen rekening met de nationale identiteiten waarmee de Europeanen verbonden bleven. De onbezonnen monetaire unie zonder fiscale tegenhanger verergerde de zaken nog. De bureaucraten hadden hun hand overspeeld.

De opkomst van populistische nationalistische kandidaten op zowel rechts als links in Frankrijk en elders in Europa is het gevolg. En zelfs wanneer in Frankrijk één van de twee gevestigde kandidaten overwint zal er veel onzeker blijven. Directe crisis zal zijn afgewend, maar de uitdagingen op lage termijn zullen blijven.

Het is helder dat de EU heroverwogen moet worden. Deze moet een andere kant op dan ‘one size fits all’ richting een meer flexibel model. Er moet ook een herbalancering van de macht komen weg van Brussel, de zetel van de meeste EU instituties, richting de nationale hoofdsteden.

Regeringen moeten meer doen om de voorwaarden te creëren voor een snellere economische groei terwijl ze ondertussen het vermogen van werknemers vergroten om te concurreren met de onvermijdelijke eliminatie van veel bestaande banen als resultaat van technologische innovatie. Duitsland zal, of het nou geleid wordt door zijn huidige kanselier of haar voornaamste tegenstander na de algemene verkiezingen in september, hierin de leiding moeten nemen.

De Europeanen zelf zullen zoals het hoort de toekomst van Europa grotendeels bepalen. Maar de regering-Trump heeft hier ook een rol te vervullen. Trumps kortzichtige steun voor Brexit en andere exits uit de EU moet eindigen; een verdeeld, zwakker, en navelstarend Europa zal geen goede partner binnen de NAVO zijn. Het mag dan welllicht waar zijn dat Azië de geschiedenis van de eenentwintigste eeuw meer zal vormgeven dan Europa, maar de les van de afgelopen eeuw mag niet vergeten worden: wat gebeurt in Europa kan en zal de mondiale stabiliteit en welvaart beïnvloeden.

Vertaling Melle Trap