Leveson Report Oli Scarff/Getty Images

Is de pers tegenwoordig te vrij?

LONDEN – De vergiftiging van de Russische dubbelagent Sergej Skripal en zijn dochter Yulia in een Italiaans restaurant in Salisbury heeft een belangrijk verhaal van de voorpagina's van de Britse kranten verdreven. Eerder deze maand heeft de voormalige acteur en komiek John Ford onthuld dat hij zich vijftien jaar lang, van 1995 to 2010, in dienst van de Sunday Times van Rupert Murdoch, een weg heeft gebaand in de privé-aangelegenheden van tientallen prominente mensen, waaronder de premier van destijds, Gordon Brown.

Toen hij de gebruikte techniek besprak, zei Ford: “Ik heb hun telefoons en hun mobieltjes gehackt, ik heb hun bankrekeningen bekeken, ik heb hun vuilnis gejat.” Een paar van de meest vooraanstaande namen in de Britse journalistiek zullen hier waarschijnlijk door worden besmeurd, evenals door andere onthullingen over illegale handelingen.

Het fundamentele plot dateert van de stichting van de vrije pers, toen het vergunningensysteem voor de pers in 1695 werd afgeschaft. Om te kunnen voldoen aan datgene wat sindsdien wordt gezien als haar karakteristieke doel – het ter verantwoording roepen van de macht – heeft een vrije pers informatie nodig. We verwachten van een vrije pers dat zij de machtsuitoefening onderzoekt en misbruik aan het licht brengt. In deze context moet je onvermijdelijk denken aan de onthulling van het Watergate-schandaal, waardoor president Richard Nixon in 1974 tot aftreden werd gedwongen.

Maar feitelijke schandalen zijn voor de pers geen levensvoorwaarde om haar werk te doen. Het bestaan van een vrije pers is een beperking van de macht van de overheid. En het is niet de enige: het primaat van het recht, opgelegd door een onafhankelijke rechterlijke macht, en regelmatig gehouden, competitieve verkiezingen zijn niet minder belangrijk. Bij elkaar genomen vormen ze een kruk met drie poten: als je er één van wegneemt, zullen ook de andere twee het begeven.

We blijven de pers zien als onze verdediger tegen de almacht van de staat, ondanks de dikwijls zouteloze optredens van politici onder druk van de media. Dit komt doordat we geen goede theorie hebben over de particuliere macht.

Het liberale betoog is zowel simpel als simplistisch: de staat is gevaarlijk, juist omdat zij een monopolist is. Omdat zij de dwangmiddelen beheerst en belastingen heft, moeten haar duistere gangen worden blootgelegd door onvervaarde onderzoeksjournalistiek. Kranten zijn daarentegen geen monopolisten. Zij ontberen iedere compulsieve macht, dus is er geen noodzaak om ons te beschermen tegen het misbruik van de macht van de pers. Die bestaat gewoonweg niet.

What do you think?

Help us improve On Point by taking this short survey.

Take survey

Maar hoewel een persmonopolie in pure vorm inderdaad niet bestaat, is in de meeste landen wél sprake van een oligopolie. Ook al vloeit, zoals economen beweren, het publieke goed voort uit de onzichtbare hand van de markt, de markt voor nieuws is aardig zichtbaar – en ook zichtbaar geconcentreerd. Acht bedrijven bezitten de twaalf nationale dagbladen in Groot-Brittannië, en vier eigenaren nemen ruim 80% van alle verkochte exemplaren voor hun rekening. In 2013 bezaten twee mannen, Murdoch en Lord Rothermere, 52% van de online en gedrukte nieuwsmedia in Groot-Brittannië. Als de pers niet zo succesvol was in het onzichtbaar maken van zijn eigen invloed, zouden we nooit genoegen hebben genomen met zelfregulering om de pers eerlijk te houden.

Er zijn herhaaldelijk pogingen ondernomen om de Britse pers te binden aan een standaard van “fatsoenlijke” journalistiek, maar die hebben allemaal gefaald. Sinds 1945 zijn er in Groot-Brittannië zes onderzoekscommissies geweest. Ieder daarvan, opgericht na een of ander flagrant misbruik, heeft aanbevolen dat “er stappen moesten worden genomen” om de privacy te beschermen; en iedere keer is de overheid op haar schreden teruggekeerd.

Daar zijn twee belangrijke redenen voor. In de eerste plaats wil geen enkele politicus de pers tegen zich in het harnas jagen: het vleien van Murdoch, de eigenaar van de Sun, de Times en de Sunday Times, door Tony Blair is legendarisch, evenals het resultaat daarvan. De Murdoch-pers steunde Labour bij de drie verkiezingsoverwinningen van Blair in 1997, 2001 en 2005. De andere reden heeft een meer sinister karakter: kranten hebben “vuil” over politici, dat ze bereid zijn naar buiten te brengen om hun belangen te beschermen.

In 1989 heeft de regering David Calcutt, na druk vanuit het parlement, benoemd tot voorzitter van een commissie die moest “onderzoeken welke maatregelen (in termen van wetgeving of anderszins) nodig waren om verdere bescherming te bieden aan de individuele privacy tegen de activiteiten van de pers, en om de individuele burger meer mogelijkheden te geven om verhaal te halen bij de pers.” De belangrijkste aanbeveling van Calcutt was het vervangen van de wegkwijnende Press Council door een Press Complaints Commission (Commissie voor Klachten over de Pers, kortweg PCC), die ook inderdaad werd opgericht.

Maar in 1993 beschreef Calcutt de PCC als “een door de industrie opgezet lichaam, gefinancierd door de industrie, gedomineerd door de industrie, en werkend met een praktijkstandaard die door de industrie is ontworpen en de industrie overmatig begunstigt.” Hij adviseerde de PCC te vervangen door een in de wet verankerd Press Complaints Tribunal (Tribunaal voor Klachten over de Pers). De regering weigerde daartoe over te gaan.

In maart 2011 berichtte een Joint Committee of Parliament (parlementscommissie) dat “het huidige systeem van zelfregulering kapot is en gerepareerd moet worden.” Omdat de PCC “niet was toegerust om adequaat om te gaan met systematische en illegale inbreuken op de privacy” formuleerde de commissie voorstellen voor een hervorming van de toezichthouder.

Datzelfde jaar, nadat een strafrechtelijke vervolging wegens het aftappen van telefoonverkeer had geleid tot de sluiting van Murdoch’s News of the World, gaf de toenmalige premier David Cameron Lord Justice Brian Leveson de leiding van een onderzoek naar “de cultuur, praktijk en ethiek van de pers; haar verhouding tot de politie; het falen van het huidige systeem van toezicht; de contacten die zijn gelegd en de gesprekken die zijn gevoerd tussen nationale dagbladen en politici; waarom geen gevolg is gegeven aan eerdere waarschuwingen over misdragingen van de pers; en de kwestie van het zogenoemde cross-media ownership.” Leveson ging bij zijn opdracht – om aanbevelingen te doen voor een nieuwe, effectievere manier om toezicht uit te oefenen op de pers – uit van één simpele vraag: wie houdt toezicht op de toezichthouders?”

Het eerste deel van het Leveson Report, dat in 2012 verscheen, beval een toezichthouder aan wiens onafhankelijkheid van de dagbladen en de overheid moest worden gegarandeerd door een Press Recognition Panel (Panel voor de Erkenning van de Pers), opgericht op grond van een Royal Charter (koninklijk edict). Om wat zij “overheidscontrole” noemden te voorkomen, richtten de kranteneigenaren een Independent Press Standards Organization (Onafhankelijke Organisatie voor Persstandaarden, kortweg IPSO) op, die louter aan zichzelf verantwoording verschuldigd was.

Volgens het bekende recept gaf de overheid vervolgens haar inspanningen op, in weerwil van de opinie van Leveson zelf dat verder onderzoek nodig was om vast te stellen “in welke mate er sprake was van onwettig of onbehoorlijk gedrag van de dagbladen, inclusief de betaling van smeergeld aan de politie.” Leveson twijfelde eraan of de IPSO voldoende verschilde van zijn voorganger, de PCC, om tot “een werkelijk verschil in gedrag” te kunnen leiden.

Hoewel sommige Britse persorganen uitzonderlijk onbetrouwbaar zijn, is het tot stand brengen van het juiste evenwicht tussen de behoefte van het publiek aan informatie en het recht van individuen op privacy een algemeen probleem, dat voortdurend moet worden bezien in het licht van een veranderende technologie en praktijk. De media zijn nog steeds nodig om ons te beschermen tegen misbruik van de staatsmacht, maar we hebben de staat nodig om ons te beschermen tegen machtsmisbruik door de media.

Vertaling: Menno Grootveld

http://prosyn.org/szQmimM/nl;

Handpicked to read next

Cookies and Privacy

We use cookies to improve your experience on our website. To find out more, read our updated cookie policy and privacy policy.