2

Investeringen moeten meer nadruk krijgen

GENÈVE – Op de topconferentie van de G20 vorige maand in het Chinese Hangzhou hebben de wereldleiders een ambitieus plan geschetst voor een “nieuw tijdperk van mondiale groei.” Maar ze hebben een belangrijk ingrediënt buiten beschouwing gelaten: het repareren van het investeringsklimaat.

De conventionele wijsheid luidt dat de besparingen van de huishoudens via efficiënte financiële markten zullen vloeien naar de bedrijven die dit geld het best productief kunnen inzetten. Maar in veel ontwikkelingslanden heeft een makkelijker toegang tot financiering – dankzij onbeperkte grensoverschrijdende kapitaalstromen en de deregulering van de financiële markten – nog steeds niet geleid tot meer financiering voor langetermijninvesteringen, met name in de industriële productie.

Chicago Pollution

Climate Change in the Trumpocene Age

Bo Lidegaard argues that the US president-elect’s ability to derail global progress toward a green economy is more limited than many believe.

Investeringsbesluiten hangen af van een verscheidenheid aan ingewikkelde factoren en eventualiteiten. Een mix van publieke en private financiering is van cruciaal belang om nieuwe projecten in vervulling te doen gaan. In Oost-Azië, dat de afgelopen jaren een snelle groei en ontwikkeling heeft ervaren, hebben beleidsmakers hogere bedrijfswinsten niet alleen toegestaan, maar ook bevorderd, zolang ze maar voor productieve investeringen werden aangewend. Als gevolg daarvan wordt maar liefst viervijfde van de investeringen van de grote Oost-Aziatische bedrijven gefinancierd uit de winsten, terwijl publieke financiële instellingen hebben geholpen het tempo van de door investeringen geleide groei vast te houden.

Een onevenwichtigheid tussen winsten en investeringen is een belangrijke reden voor de slappe groei vandaag de dag, zowel in ontwikkelde economieën als in ontwikkelingslanden; als daar niets aan wordt gedaan kan het gevolg een bredere legitimiteitscrisis zijn voor het bedrijfsbestuur en het economisch management.

In ontwikkelde economieën is de winstgevendheid van bedrijven gestaag toegenomen, deels als gevolg van op de aandeelhouders gerichte strategieën die besluitvorming op de korte termijn, kostenbesparende maatregelen en andere vormen van financial engineering benadrukken; dit wordt aangemoedigd door institutionele beleggers. In verscheidene mate worden conventionele “retain-and-invest”-strategieën vervangen door “downsize-and-distribute”-strategieën, waarbij de winsten worden besteed aan hogere dividenden, aandelenterugkopen, en fusies en overnames.

In de ontwikkelingslanden hebben de mondiale kapitaalstromen zichtbaar bijgedragen aan macro-economische schokken die de economische onzekerheid vergroten, waardoor de plan-horizon voor bedrijfsinvesteringen wordt verkort. Recenter kun je ook zien dat bedrijven uit ontwikkelingslanden dezelfde strategieën voor het bedrijfsbestuur nastreven als bedrijven in ontwikkelde landen. Te oordelen naar de balansen van niet-financiële firma's is het deel van de winsten dat in investeringen is gestoken tussen 1995 en 2014 geslonken, waarbij de daling in Brazilië, Maleisië, Zuid-Korea en Turkije bijzonder scherp was.

Grote staatsbedrijven komen in de ontwikkelingslanden minder vaak voor dan in de meeste ontwikkelde landen; maar bij de firma's in de ontwikkelingslanden die regelmatig dividenden betalen zijn de uitkeringen aan de aandeelhouders gestegen, zelfs waar de winstgevendheid grofweg dezelfde is gebleven. Zulke firma's accumuleren ook financiële bezittingen – soms sneller dan zij bedrijfsschulden accumuleren – wat erop duidt dat er te weinig winstgevende investeringsmogelijkheden op de langere termijn en investeringsopties op de geliberaliseerde financiële markten zijn.

Het zou voorbarig zijn om te opperen dat de relatie tussen winsten en investeringen in de ontwikkelingslanden in elkaar is gestort. Maar hoewel de winstgevendheid van de bedrijven over de hele linie is gestegen, zijn de investeringstrends overal (met uitzondering van China en India) zwak geweest, wat ook al vóór de mondiale financiële crisis van 2008 het geval was.

Intussen blijft de financialisering de macro-economische stabiliteit wereldwijd ontwrichten. De programma's voor kwantitatieve versoepeling hebben dus bijgedragen aan overtollige liquiditeit – en tot de recente explosie van de bedrijfswinsten in de opkomende economieën. In een aantal van deze economieën is de in dollars gerekende schuld van niet-financiële bedrijven tussen 2010 en 2014 gemiddeld met 40% gestegen; en tussen 2007 en 2015 zijn hun aflossingsverplichtingen eveneens met 40% gestegen. Deze bedragen duiden op een potentiële systemische bankencrisis.

Bovendien hebben de door schulden bekostigde investeringen zich geconcentreerd in zeer conjunctuurgevoelige sectoren, gebaseerd op natuurlijke hulpbronnen, die niet bijdragen aan een inclusieve en duurzame groei. In feite nemen slechts zeven sectoren – olie en gas, elektriciteit, bouw, industriële goederen, vastgoed, telecommunicatie en mijnbouw – ruim tweederde van de totale stijging van de schulden en investeringen voor hun rekening. Dit duidt erop dat een makkelijke toegang tot goedkoop geld en schuldenfinanciering niet bevorderlijk zijn geweest voor de hightech-sectoren die het meest bijdragen aan de productiviteitsgroei.

Om deze ontwikkelingen te keren moeten we eerst de trend in de opkomende economieën keren in de richting van zeer gefinancialiseerde bedrijfsstrategieën. Dit zal veranderingen vergen in het bedrijfsbestuur in het algemeen, en in de prikkelstructuren voor niet-financiële bedrijven, inclusief de belastingvoordelen voor achtergehouden winsten en de aandeelhouders, en speciale afschrijvingsregelingen voor geherinvesteerde winsten.

Maar afgezien van het bedrijfsbestuur moeten we via institutionele en beleidsinitiatieven, en met een pro-actief industriebeleid, het evenwicht herstellen in de relatie tussen de winsten en de investeringen. Hiervoor zal hervorming en verdieping van het banksysteem nodig zijn, om ervoor te zorgen dat er genoeg kredietcapaciteit is voor langetermijn-investeringen, ook voor kleine en middelgrote bedrijven.

Wat het macro-economisch klimaat aangaat kunnen regeringen de omstandigheden verbeteren via publieke investeringen, met name in de infrastructuur, die de productiviteit verhogen en aan de winstgevendheid van de particuliere sector bijdragen. In de laatste plaats moet de internationale gemeenschap zich krachtig inspannen om belastingontduiking en kapitaalvlucht tegen te gaan, die allebei de inkomstenbasis van staten eroderen.

Fake news or real views Learn More

Langetermijn-investeringen in productieve bezittingen zijn van cruciaal belang om zorg te dragen voor de duurzame groei die ontwikkelingseconomieën nodig hebben. Maar ze zullen dit niet bereiken door een klimaat te handhaven dat kortetermijnstrategieën bevordert.

Vertaling: Menno Grootveld