0

Ook bankiers moeten uit hun comfort zone komen

KUALA LUMPUR – Financiële toezichthouders staan er doorgaans om bekend dat ze kiezen voor een afgemeten en behoedzame aanpak van verandering. Maar in de ontwikkelingslanden wordt die reputatie op zijn kop gezet. In een paar van de armste landen ter wereld zijn centrale bankiers bereid gebleken stoutmoedige beslissingen te nemen – door innovatieve benaderingen te omarmen in hun streven de participatie in het formele financiële systeem te verbreden, de financiële stabiliteit te vergroten, en hun landen op het pad te zetten van inclusieve en duurzame economische groei.

Om meer mensen aan het financiële systeem te kunnen laten deelnemen moet er fundamenteel worden nagedacht over de manier waarop het financiële systeem van een land is opgebouwd en opereert. Vaak is het gebruik van instrumenten nodig die zich buiten de traditionele gereedschapskist van centrale bankiers bevinden. In Kenia hebben officials bijvoorbeeld het raamwerk van het toezicht aangepast om de groei van mobiele geldsystemen mogelijk te maken. In Maleisië heeft de centrale bank een leidende rol op zich genomen bij het opkrikken van het niveau van de financiële geletterdheid van het publiek. En in de Filippijnen heeft de Bangko Sentral ng Pilipinas geholpen het aantal plekken te verdubbelen waar consumenten toegang konden verkrijgen tot financiële diensten, door de opening van 517 micro-bankkantoren te steunen, in veel gevallen in gemeenten zonder traditionele bankfilialen.

In 2011 heeft de Bank of Tanzania de specifieke belofte gedaan om de financiële dienstverlening uit te breiden, op grond van de Maya Declaration van de Alliance for Financial Inclusion - een belofte van beleidsmakers uit de ontwikkelingslanden om het sociale en economische potentieel van de armen te ontsluiten. Het gevolg was dramatisch en overtrof alle verwachtingen. Tanzania heeft de doelstelling van het verlenen van toegang tot bankdiensten aan minimaal 50% van zijn volwassen burgers een jaar eerder dan gepland verwezenlijkt, waardoor het land een wereldleider is geworden op het gebied van digitale financiële diensten. Net als in het naburige Kenia werd de weg hierheen geplaveid door de wijdverbreide adoptie van mobiele gelddiensten. “Het klinkt misschien raar,” aldus Benno Ndulu, de gouverneur van de bank. “Maar we moeten de innovatie een voorsprong geven op het toezicht.”

Terwijl Oost-Afrika de toon aangeeft als het om elektronisch geld gaat, nemen andere delen van de wereld hun toevlucht tot andere innovatieve praktijken. Vorig jaar nam het Colombiaanse Congres een wet aan waardoor een nieuw soort financiële instelling in het leven werd geroepen – de Gespecialiseerde Elektronische Deposito- en Betalingsinstelling. Hoewel dit technisch geen banken zijn, kunnen deze instellingen deposito's en betalingen van klanten elektronisch accepteren via hun mobiele telefoon of bij daartoe bevoegde locaties, zoals het postkantoor. Dit maakt deel uit van een grotere nationale strategie, gelanceerd in 2014, om tegen het einde van 2016 76% van de volwassenen toegang tot financiële diensten te bieden en 56% van actieve spaarrekeningen te voorzien.