4

Europa moet kiezen tussen federalisme of desintegratie

BRUSSEL – De maand augustus was rustiger dan gevreesd op de Europese obligatiemarkten. Terwijl ze uitrustten op de stranden en bergen van Europa konden de beleidsmakers dus een beetje afstand nemen van het gekrakeel van de afgelopen tijd en nadenken over de toekomst. Slaapwandelt de eurozone naar de status van een soort Verenigde Staten van Europa? Is zij bezig onbekend terrein te verkennen? Of drijven de samenstellende natiestaten langzaam uit elkaar?

Voor een antwoord op deze vragen kunnen we het beste te rade gaan bij de Verenigde Staten. Het model van een federale unie dat in de loop van hun geschiedenis is ontstaan, omvat de volgende componenten: een eenheidsmunt, beheerd door een federale instantie; diep geïntegreerde markten voor producten, arbeid en kapitaal; een federale begroting die deels, maar automatisch, de economische ontwrichtingen rechtzet waardoor individuele staten worden getroffen; een federale overheid die de verantwoordelijkheid op zich neemt voor het aanpakken van andere grote risico's, zoals de risico's die voortvloeien uit de bankensector; en staten die regionaal in allerlei overheidsdiensten voorzien, maar verder geen rol spelen in de macro-economische stabilisatie.

Dit model was een blauwdruk voor de architecten van de Europese Unie, met name bij het creëren van een gemeenschappelijke markt en een gemeenschappelijke munt. Maar in verschillende opzichten is Europa aanzienlijk afgeweken van het Amerikaanse model.

In de allereerste plaats kent Europa geen federale begroting. In de jaren zeventig bestond nog steeds de hoop dat de gemeenschappelijke uitgaven uiteindelijk zouden oplopen naar 5 tot 10% van het bruto binnenlands product (bbp) van de Europese Unie, maar deze droom is nooit uitgekomen. De begroting van de Europese Unie is vandaag de dag niet groter dan zij dertig jaar geleden was: een magere 1% van het bbp.