33

Waarom de Fed het monetarisme heeft begraven

LONDEN – Het besluit van de US Federal Reserve (de Fed, het federale stelsel van Amerikaanse centrale banken) om een renteverhoging uit te stellen had geen verrassing mogen zijn voor iedereen die aandacht heeft geschonken aan de uitspraken van Fed-voorzitter Janet Yellen. Het besluit bevestigde slechts dat de Fed niet ongevoelig is voor internationale financiële spanningen, en dat de benadering van het risicobeheer sterk de neiging blijft vertonen om over te hellen naar “langer laag.” Waarom hebben de markten en de media zich dan gedragen alsof de actie van de Fed (of beter gezegd het uitblijven daarvan) onverwacht was?

Wat de markten werkelijk heeft geshockeerd was niet het besluit van de Fed om een paar maanden langer vast te houden aan de nulrente, maar de begeleidende verklaring. De Fed heeft te kennen gegeven zich in het geheel geen zorgen te maken over de risico's van hogere inflatie, en het werkloosheidscijfer graag onder het door de meeste economen als “natuurlijk” beschouwde peil van zo'n 5% te willen duwen.

Het is deze relatie – tussen inflatie en werkloosheid – die de kern vormt van alle controverses over het monetair beleid en het centraal bankieren. En vrijwel alle moderne economische modellen, ook de modellen die door de Fed worden gebruikt, zijn gebaseerd op de monetaristische theorie van de rente die door Milton Friedman in 1967 als eerste is gepresenteerd in zijn presidentiële rede voor de American Economic Association.

De theorie van Friedman stelde dat de inflatie automatisch tot grote hoogte zou stijgen zodra de werkloosheid onder een minimaal “veiligheidsniveau” zou duiken, dat hij omschreef als het “natuurlijke” werkloosheidspercentage. In het oorspronkelijke werk van Friedman was het natuurlijke werkloosheidscijfer een puur theoretisch concept, dat was gebaseerd op een veronderstelling die werd omschreven als “rationele verwachtingen,” ook al ging dit lijnrecht in tegen iedere gebruikelijke definitie van rationeel gedrag.