10

De politiek van historicide

NEW YORK – In deze wereld van wanorde springt het Midden-Oosten eruit. De orde van na de Eerste Wereldoorlog is in een groot gedeelte van de regio ineengestort. In Syrië, Irak, Jemen, en Libië heeft de bevolking hier een zeer hoge prijs voor moeten betalen.

Maar het zijn niet alleen het heden en toekomst van de regio die getroffen zijn. Een bijkomend slachtoffer van het huidige geweld is het verleden.

De Islamitische Staat (ISIS) heeft zich ten doel gesteld om zaken te vernietigen die als onvoldoende islamitisch beschouwd worden. Het meest dramatische voorbeeld hiervan is de schitterende tempel van Bel in Palmyra, Syrië geweest. Terwijl ik dit schrijf wordt de stad Mosul in noordelijk Irak bevrijd, na meer dan twee jaar onder controle van ISIS gestaan te hebben. Dit zal te laat zijn om de vele al verwoeste beelden, verbrande bibliotheken, of geplunderde graftombes te redden.

Zeker, het verwoesten van cultureel erfgoed is niet beperkt tot het Midden-Oosten. In 2001 keek de wereld met afschuw toe toen de Taliban de grote Boeddhabeelden in Bamiyan opblies. Recenter hebben radicale islamisten tombes en manuscripten in Timboektoe vernietigd. Maar ISIS voert vernielingen uit op ongekende schaal.

Het verleden tot doelwit maken is niets nieuws. Alexander de Grote verwoestte tweeduizend jaar geleden het grootste deel van wat nu Persepolis heet. De religieuze oorlogen die Europa door de eeuwen heen teisterden hebben hun tol van kerken, iconen, en schilderijen geëist. Stalin, Hitler en Mao deden hun uiterste best om gebouwen en kunstwerken geassocieerd met culturen en ideeën die ze als gevaarlijk becshouwden te vernietigen. Een halve eeuw geleden verwoestte de Rode Khmer door heel Cambodja tempels en monumenten.

In feite is wat wellicht het beste omschreven kan worden als ‘historicide’ net zo pervers als begrijpelijk. Leiders die een maatschappij willen vormen rond een nieuwe en andere reeks ideeën, loyaliteiten, en gedragsvormen moeten als eerste de bestaande identiteiten van volwassenen vernietigen en de overdracht van deze identiteiten aan kinderen voorkomen. Het vernietigen van de symbolen en uitdrukkingen van deze identiteiten en de ideeën die ze belichamen, zo geloven de revolutionairen, is voorwaarde voor het opbouwen van een nieuwe maatschappij, cultuur, en/of staatsvorm.

Dit is de reden dat het conserveren en beschermen van het verleden essentieel is voor degenen die willen garanderen dat hedendaagse gevaarlijke fanatici niet zullen slagen. Musea en bibliotheken zijn van een onschatbare waarde, niet alleen omdat ze onderdak bieden aan objecten van schoonheid en deze tentoonstellen, maar ook omdat ze het erfgoed, de waarden, ideeën, en verhalen beschermen die ons maken tot wat we zijn, en ons helpen deze kennis over te dragen aan zij die na ons komen.

De voornaamste respons van overheden op historicide is om handel in gestolen kunst en artefacten te verbieden. Dit is om vele redenen wenselijk, waaronder het feit dat degenen die culturele sites verwoesten en onschuldige mannen, vrouwen, en kinderen onderwerpen en doden de fondsen die ze nodig hebben gedeeltelijk uit de verkoop van geplunderde schatten verkrijgen. De Haagse Conventie uit 1954 vraagt staten om culturele sites niet tot doelwit te maken en om zich ervan te onthouden ze voor militaire doelstellingen te gebruiken, zoals het opzetten van gevechtslinies, het onderbrengen van soldaten, of het opslaan van wapens. Het doel is helder: om het verleden te beschermen en conserveren.

Helaas moeten we het belang van zulke internationale overeenkomsten niet overdrijven. Ze zijn alleen maar van toepassing op regeringen die ervoor hebben gekozen hierin partij te zijn. Er bestaat geen straf voor het negeren van de Haagse Conventie, zoals zowel Irak als Syrië gedaan hebben, of voor terugtrekking uit de overeenkomst, en deze omvat geen niet-statelijke actoren (zoals ISIS). Bovendien bestaat er geen mechanisme voor actie in het geval dat een deelnemer aan de Conventie of iemand anders handelt op een wijze die de Conventie probeert te voorkomen.

De harde en trieste werkelijkheid is dat er veel minder een internationale gemeenschap bestaat dan het frequente gebruik van de term doet vermoeden. Het is onwaarschijnlijk dat een wereld die de wil al niet heeft om te voldoen aan zijn verantwoordelijkheid om mensen te beschermen, zoals meest recent aangetoond in Syrië, samen zal komen ter verdediging van standbeelden, manuscripten, en schilderijen.

Er bestaat geen ander alternatief dan degenen die cultureel erfgoed willen vernietigen te stoppen voordat ze dit doen. In het geval van de huidige dreigingen voor het verleden betekent dit het ontmoedigen van jongeren om een radicaal pad te kiezen, de stroom van rekruten en hulpbronnen naar extremistische groeperingen vertragen, regeringen overtuigen om politie en het leger in te zetten om waardevolle sites te beschermen, en wanneer mogelijk terroristen aan te vallen voordat zij dat doen.

Wanneer een regering zelf de bron van dreiging voor culturele sites is zijn sancties een passender middel. Het aanklagen, vervolgen, veroordelen, en gevangen zetten van degenen die dit soort verwoestingen ondernemen kan afschrikwekkend voor anderen werken – Overeenkomstig met wat benodigd is om geweld tegen personen te stoppen.

Tot het zover is zal historicide zowel een dreiging als, waarvan akte, een realiteit blijven. Het verleden staat op het spel; in die zin verschilt het niet van het heden en de toekomst.

Vertaling Melle Trap