8

Extreem weer en mondiale groei

CAMBRIDGE – Tot voor kort was de gebruikelijke gedachtengang onder macro-economen dat weersschommelingen op de korte termijn niet veel invloed hebben op de economische activiteit. De werkgelegenheid in de bouw kan, als het weer ongebruikelijk mild is, in maart beter zijn dan normaal, maar dat wordt dan later weer gladgestreken in april en mei. Als zware regens mensen ervan weerhouden in augustus te gaan winkelen, zullen ze in september meer uitgeven.

Maar recent economisch onderzoek, ondersteund door een uitzonderlijk sterke El Niño – een ingewikkeld mondiaal klimaatsfenomeen dat wordt gekenmerkt door buitengewoon warm water in de Stille Oceaan in de buurt van Ecuador en Peru –, heeft geleid tot een herziening van dit inzicht.

Extreme weersomstandigheden beïnvloeden op de korte termijn wel degelijk de macro-economische statistieken. Zij kunnen 100,000 banen meer of minder schelen in de Amerikaanse werkgelegenheidscijfers - de meest gevolgde economische statistiek in de wereld, en algemeen gezien als een van de meest accurate. De invloed van met El Niño samenhangende weersgebeurtenissen (die in preciezere zin bekend staan als “El Niño Southern Oscillation”-gebeurtenissen), zoals die van dit jaar, kunnen bijzonder groot zijn door hun mondiale bereik.

Recent onderzoek van het Internationale Monetaire Fonds duidt erop dat landen als Australië, India, Indonesië, Japan en Zuid-Afrika (dikwijls door toedoen van droogten) veel last hebben van El Niño, terwijl andere regio's, waaronder de Verenigde Staten, Canada en Europa, ervan kunnen profiteren. Californië, dat jaren van ernstige droogte heeft moeten doorstaan, krijgt bijvoorbeeld eindelijk weer een beetje regen. El Niño-gebeurtenissen hebben vaak, maar niet altijd, de neiging de inflatie aan te wakkeren, deels omdat lagere oogsten tot hogere prijzen leiden.