fischer167_Dusan StankovicGetty Images_coronavirusworldmapdoctors Dusan Stankovic/Getty Images

Pandemie en politiek

BERLIJN – De meteoriet is ingeslagen en plotseling is alles anders. Maar de meteoriet die onze planeet heeft geraakt is onzichtbaar; om hem te zien heb je in plaats van een telescoop een microscoop nodig.

Met COVID-19 krijgt de wereld met verschillende crises ineen te maken: een mondiale gezondheidscrisis die crises in de economie, het maatschappelijk middenveld, en het dagelijks leven heeft veroorzaakt. Het blijft nog de vraag of hierop politieke instabiliteit zal volgen, nationaal of internationaal. Maar het is helder dat de pandemie het leven zoals we dat kennen drastisch veranderd heeft. Alhoewel het einde van de crisis en de consequenties ervan niet voorspeld kunnen worden kunnen we bepaalde significante veranderingen voorzien.

De crisis is niet alleen complex, verreikend, en bedreigend voor de fundamenten van individuele maatschappijen en de wereldeconomie; ze is ook vele malen gevaarlijker en omvangrijker dan de financiële crisis van 2008. In tegenstelling tot die episode bedreigt het coronavirus miljoenen levens over de hele wereld en de effecten op de economie zijn niet geconcentreerd in slechts een sector.

Over de hele globe is de meeste economische activiteit bevroren wat de weg voor een mondiale recessie plaveit. Naast het dodental en de stabiliteit van zorgsystemen is de grote vraag momenteel hoe zwaar de economische terugslag zal zijn en welke permanente gevolgen deze zal hebben.

Overeenkomstig kunnen we er alleen maar naar gissen welke effecten het virus op al fragiele regio's zal hebben en vooral op vluchtelingenkampen. Iran lijkt op een grote humanitaire crisis af te stevenen waarin de armsten en meest kwetsbaren het zwaarst getroffen zullen worden. Buiten dat is het nog steeds te vroeg voor elke maar enigszins realistische inschatting van de humanitaire gevolgen van COVID-19.

Maar ervaringen uit het verleden leren ons dat grote schokken zoals deze politieke systemen en internationale relaties neigen te verstoren. Vooral westerse democratieën zullen hun bestuur wellicht in twijfel getrokken vinden. De grondbeginselen van de mensenrechten kunnen tegenover economische imperatieven komen te staan. De pandemie inviteert een generatieconflict tussen jong en oud en tussen autoritarisme en de liberale democratie.

Subscribe to Project Syndicate
Bundle2020_web

Subscribe to Project Syndicate

Enjoy unlimited access to the ideas and opinions of the world's leading thinkers, including weekly long reads, book reviews, and interviews; The Year Ahead annual print magazine; the complete PS archive; and more – all for less than $2 a week.

Subscribe Now

En toch is er ook een alternatief scenario mogelijk waarin de COVID-19 crisis voor een nieuwe solidariteit zorgt. Laten we niet vergeten dat de aardbeving en tsunami in de Indische Oceaan in december 2004 de voorwaarden creëerde voor het beëindigen van de burgeroorlog in Atjeh, Sumatra.

Op korte termijn zullen de landen die het zwaarst door de pandemie getroffen zijn crisiseconomieën worden: regeringen zullen enorme uitgavenniveaus en andere onconventionele maatregelen betrachten om een totale ineenstorting te voorkomen. De effectiviteit van de respons blijft nog in het ongewisse, maar het is duidelijk dat de relatie tussen economie en staat een fundamentele verandering zal ondergaan.

In een opmerkelijk afscheid van de prevalerende wijsheid afgelopen decennia zijn we al getuige van de terugkeer van 'big government.' Iedereen kijkt naar de staat om grote sommen geld in de economie te pompen, en om bedrijven of sectoren in gevaar die als essentieel gezien worden te redden (of over te nemen). De enorm toegenomen rol van de staat zal nadat de crisis voorbij is afgeschaald moeten worden, maar hoe ligt ter discussie. Idealiter zullen overheden inkomsten uit her-privatisering in een soeverein welvaartsfonds storten, waarmee het publiek een aandeel in de post-crisis regelingen krijgt.

Tot dan zal van 'big government' – of dit nou de Europese Commissie betreft of nationale autoriteiten – verwacht worden dat het zich op de volgende ramp voorbereidt. In plaats van opnieuw totaal verrast te worden zal het de voorziening van essentiële medische voorraden, persoonlijke beschermingsuitrusting, ontsmettingsmiddelen, afdoende laboratoriumcapaciteit, intensive care-bedden, enzovoort moeten garanderen.

Maar dat is niet alles. De stabiliteit, effectiviteit, capaciteit, en kosten van bestaande zorgsystemen zullen een saillante kwestie blijven. De COVID-19 crisis heeft laten zien dat het niet echt mogelijk is om de gezondheidszorg te privatiseren. In feite is de volksgezondheid een fundamenteel publiek goed, en een kritische factor in de strategische veiligheid.

Er zal ook meer en blijvende aandacht voor de farmaceutische sector komen, en dan vooral in de binnenlandse voorziening van cruciale medicijnen en de ontwikkeling van nieuwe. Veel landen zullen niet langer afhankelijk willen zijn van internationale aanvoerlijnen die in een noodgeval makkelijk kunnen falen.

Ik wil hiermee niet suggereren dat de markteconomie afgeschaft zal worden. Maar de staat zal zich absoluut doen gelden tegenover het bedrijfsleven, tenminste wanneer het op strategische kwesties aankomt. De crisis zal bijvoorbeeld een enorme beleidsimpuls voor Europese digitale soevereiniteit geven. Het model zal niet dat van het autoritaire China zijn, maar dat van het democratische Zuid-Korea, dat een digitale voorsprong genomen heeft.

Tot nu toe echter heeft de EU geen prominente rol gespeeld in de mondiale respons op COVID-19. Dit is niet verrassend; in existentiële crises neigen mensen terug te vallen op wat ze het beste kennen en dat is de natiestaat. Maar alhoewel de Europese natiestaten zeker een directe rol qua crisismanagement kunnen spelen kunnen ze de crisis niet oplossen.

Want uiteindelijk zijn de interne markt, de gezamenlijke munteenheid, en de Europese Centrale Bank de enige mechanismes die een economische ineenstorting kunnen voorkomen en een uiteindelijk herstel in Europa mogelijk kunnen maken. De COVID-19 crisis zal Europeanen dus waarschijnlijk dwingen 'steeds hechter' samen te komen, wat een zelfs nog grotere solidariteit vergt.

Wat is het alternatief? Een terugkeer naar de wereld waar iedereen voor zichzelf moet opkomen? Voor regeringen van EU-lidstaten zou dat neerkomen op politieke en economische zelfmoord.

De COVID-19 pandemie is de eerste crisis van de 21e eeuw die werkelijk de gehele mensheid treft. Maar er zullen meer crises volgen en die zullen niet allemaal de vorm van een virus aannemen. De razendsnelle crisis die we nu meemaken is dan ook nog maar een voorproefje van wat er nog komen gaat als we de klimaatverandering niet aanpakken.

De enige manier om algemene dreigingen voor de mensheid te beheersen is door meer intensieve samenwerking en coördinatie tussen regeringen en multilaterale instituties. Om er maar een te noemen moet de Wereldgezondheidsorganisatie – en in meer algemene zin de Verenigde Naties – koste wat kost versterkt worden. COVID-19 herinnert ons eraan dat we met zijn acht miljarden in hetzelfde schuitje zitten.

https://prosyn.org/2ynbAn6nl;