61

De prijs voor de Europese onverschilligheid

BAGDAD – Het Europese migratiedebat heeft een verontrustende wending genomen.

Het begon met het munten van het alomvattende begrip van de 'migrant', een juridisch monstrum, wat het cruciale verschil aan het zicht onttrekt tussen economische en politieke migratie, tussen mensen die aan de armoede willen ontsnappen en mensen die van huis en haard worden verdreven door de oorlog. Anders dan economische migranten hebben degenen die vluchten voor onderdrukking, terreur en massamoorden een onvervreemdbaar recht op asiel, wat een onvoorwaardelijke verplichting van de internationale gemeenschap inhoudt om een schuilplaats te bieden.

Zelfs als het onderscheid wordt onderkend, is er vaak sprake van een ander trucje – een poging om goedgelovige geesten ervan te overtuigen dat de mannen, vrouwen en kinderen die duizenden dollars hebben betaald om op een van de krakkemikkige bootjes te reizen die landen op de eilanden Lampedusa of Kos economische migranten zijn. De werkelijkheid is echter dat 80% van deze mensen uit vluchtelingen bestaat, die trachten te ontsnappen aan despotisme, terreur en religieus extremisme in landen als Syrië, Eritrea en Afghanistan. Dat is de reden dat het internationaal recht vereist dat de zaken van asielzoekers niet als één geheel worden bekeken, maar één voor één.

En zelfs als dit wordt aanvaard, en als alleen al het aantal mensen dat wanhopig probeert de kusten van Europa te bereiken het vrijwel onmogelijk maakt de barbarij te ontkennen die hen op de vlucht heeft doen slaan, wordt er een derde rookgordijn opgetrokken. Sommigen, zoals de Russische minister van Buitenlandse Zaken Sergei Lavrov, beweren dat de conflicten die deze vluchtelingen op de been brengen louter woeden in Arabische landen die door het Westen worden gebombardeerd.