30

Europa’s laatste kans

BERLIJN – Het grootste deel van de Europese geschiedenis is getekend door conflicten. De Amerikaanse historicus Robert Kagan schreef in 2003 dat “de Amerikanen van Mars komen en de Europeanen van Venus”; maar Europa is eeuwenlang het domein van de Romeinse god van de oorlog geweest, en niet dat van de godin van de liefde.

Venus heeft pas na de Tweede Wereldoorlog een thuishaven in Europa gevonden, toen veel mondiale instellingen het levenslicht zagen, waaronder de Verenigde Naties, de Wereldbank en het monetaire systeem van Bretton Woods. Tijdens de Koude Oorlog hebben de Europese landen hun soevereiniteit zo goed als verloren aan twee nieuwe mondiale supermachten, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie.

Erdogan

Whither Turkey?

Sinan Ülgen engages the views of Carl Bildt, Dani Rodrik, Marietje Schaake, and others on the future of one of the world’s most strategically important countries in the aftermath of July’s failed coup.

De gedeelde controle van de twee supermachten werd uiteindelijk opgegeven, en het oude Europese statensysteem werd vervangen door de Europese Unie, met haar belofte van eeuwige vrede tussen de lidstaten van de EU, en tussen Europa en de wereld daarbuiten. De ineenstorting van het communisme in Europa, gevolgd door die van de Sovjet-Unie in 1991, werd in Europa en de Verenigde Staten triomfantelijk omschreven als het “einde van de geschiedenis” – de mondiale overwinning van de liberale democratie en het vrijemarktkapitalisme.

Een paar korte decennia later, in het annus horribilis 2016, klinkt dit alles vrij naïef. In plaats van duurzame vrede en een “steeds nauwere unie” ervaren de Europeanen op vrijwel dagelijkse basis episodes van wanorde en geweld. Hiertoe behoren het besluit van Groot-Brittannië om de EU vaarwel te zeggen; een hele reeks terroristische aanslagen in Parijs, Nice, Normandië en elders; hernieuwde agressie van Rusland; en een bloedige mislukte coup in Turkije, gevolgd door de strafcampagne van de Turkse president Recep Tayyip Erdoğan tegen de Turkse burgermaatschappij, die tot zorgen heeft geleid over Turkije's betrouwbaarheid als partner van het Westen.

Bovendien moet de Europese vluchtelingencrisis, waarbij asielzoekers naar binnen stromen vanuit het Midden-Oosten en Noord-Afrika, nog steeds worden opgelost. De overloop-effecten van burgeroorlogen en militaire dictaturen in de omgeving van Europa blijven het continent bedreigen, en de VS lijken moe van hun rol als universele waarborger van de mondiale veiligheid en orde. Deze en andere factoren hebben veel Europeanen ertoe gebracht te geloven dat de jaren van vrede voorbij zijn.

Je zou denken dat dit conglomeraat van problemen de Europeanen ertoe zou aanzetten de EU te versterken, om controle over de situatie te verkrijgen en de toenemende risico's te verzachten. In plaats daarvan lopen veel Europeanen achter populistische banieren aan, die hen terugvoeren naar het nationalisme en isolationisme van de negentiende eeuw en begin twintigste eeuw.

Dit voorspelt weinig goeds voor Europa. In de 21e eeuw staat het zich afkeren van samenwerking en integratie gelijk aan het in het zand steken van je hoofd en het hopen dat de gevaren vanzelf zullen verdwijnen. En intussen rijt de wederopkomst van de xenofobie en het regelrechte racisme het sociale weefsel uiteen, dat Europa nodig zal hebben om de gevaren voor de vrede en orde het hoofd te bieden.

Hoe zijn we hier aangeland? Als we 26 jaar terugkijken, moeten we toegeven dat de desintegratie van de Sovjet-Unie – en daarmee het einde van de Koude Oorlog – niet het einde van de geschiedenis was, maar het begin van het einde van de westerse liberale orde. Doordat het zijn existentiële vijand kwijt was, verloor het Westen ook de achtergrond waartegen het zijn eigen morele superioriteit kon verkondigen.

De jaren 1989-1991 vormden het begin van een historische overgang van de bipolaire wereld van na de Tweede Wereldoorlog naar de huidige gemondialiseerde wereld - een bekende plek, maar wél een die we nog steeds niet helemaal begrijpen.

Eén ding is duidelijk: de politieke en economische macht is aan het verschuiven van de Atlantische naar de Stille Oceaan, en weg van Europa. Dit leidt tot veel open vragen: Welke macht (of machten) zal (of zullen) deze toekomstige wereldorde vormgeven? Zal de transitie vreedzaam plaatsvinden, en zal het Westen die intact overleven? Welk soort nieuwe instellingen voor het wereldbestuur zullen er opduiken? En wat zal er van het oude Europa – en van het transatlantisme – worden in een “Pacific-tijdperk”?

Dit kon wel eens Europa's laatste kans zijn om het project van haar eenwording te voltooien. De historische “window of opportunity” die openstond tijdens de periode van het westerse liberale internationalisme is zich snel aan het sluiten. Als Europa haar kans mist, is het niet overdreven te stellen dat haar een ramp te wachten staat.

Support Project Syndicate’s mission

Project Syndicate needs your help to provide readers everywhere equal access to the ideas and debates shaping their lives.

Learn more

Europese politici geven hun kiezers vandaag de dag de keuze tussen bescheiden pragmatisme en doldriest nationalisme. Maar wat Europa nu nodig heeft is een derde weg: politiek leiderschap dat creatief kan nadenken en stoutmoedig kan handelen voor de langere termijn. Anders staat Europa een ruw ontwaken te wachten.

Vertaling: Menno Grootveld