67

Ongelijkheid, immigratie en hypocrisie

CAMBRIDGE – De Europese vluchtelingencrisis legt een fundamentele zwakte bloot in het voortgaande debat over economische ongelijkheid, als je het al geen gigantische hypocrisie wilt noemen. Een waarlijk progressief iemand zou toch gelijke kansen voor alle mensen op de planeet willen, en niet alleen voor de gelukkigen die in rijke landen zijn geboren en opgegroeid?

Velen dachten altijd dat de leiders in geavanceerde economieën een mentaliteit van ‘recht hebben op’ prediken. Maar dit ‘recht op’ houdt op aan de grens; alhoewel ze een betere herverdeling binnen individuele landen als categorische imperatief zien, wordt er aan mensen die in opkomende markten of ontwikkelingslanden wonen voorbij gegaan.

Als de huidige zorgen over ongelijkheid geheel in politieke termen gegoten waren, zou deze naar binnen gerichte blik begrijpelijk zijn; inwoners van arme landen kunnen nou eenmaal niet stemmen in rijke landen. Maar de retoriek in het ongelijkheidsdebat in rijke landen verraadt een morele zekerheid die gemakshalve de miljarden mensen die het elders veel slechter hebben negeert.

We moeten niet vergeten dat zelfs na een periode van stagnatie de middenklasse in rijke landen vanuit mondiaal perspectief gezien nog steeds een bovenklasse is. Slechts zo’n 15% van de wereldbevolking woont in een ontwikkelde economie. Toch zijn de geavanceerde landen nog steeds verantwoordelijk voor meer dan 40% van de mondiale consumptie en uitputting van hulpbronnen. Akkoord, hogere belastingen voor de rijken zijn een zinnige manier om de ongelijkheid binnen een land te verminderen, maar dat zal de diepe armoede in de derde wereld niet oplossen.