33

Europa moet worden wakker geschud

BERLIJN – Het besluit van de Britse kiezers om afscheid te nemen van de Europese Unie is geen goed voorbeeld van de zwarte Britse humor waar ik van houd. Het zijn niet “Monty Python’s Flying Circus,” “Yes, Prime Minister,” of “Fawlty Towers”; het zijn slechts Boris, Michael en Nigel met hun desastreuze politieke reality show.

Gezien het economische, politieke en militaire belang van Groot-Brittannië zal de Brexit een gapend gat achterlaten in de EU. Maar Europa zal er niet door verwoest worden. Op dit moment kan dat echter niet van Groot-Brittannië worden gezegd. Zal het land één geheel blijven, of zal Schotland onafhankelijk worden en Noord-Ierland aansluiting zoeken bij de Ierse Republiek? Heeft de Brexit de weg geplaveid voor de ondergang van een van de meest dynamische economieën van de EU en voor het einde van Londens heerschappij als mondiaal financieel centrum?

Erdogan

Whither Turkey?

Sinan Ülgen engages the views of Carl Bildt, Dani Rodrik, Marietje Schaake, and others on the future of one of the world’s most strategically important countries in the aftermath of July’s failed coup.

De terugtreding van Groot-Brittannië uit de EU is een tot op heden ongeëvenaarde stap, die ongetwijfeld voor veel onplezierige verrassingen zal gaan zorgen. Tot nu toe heeft de EU, met uitzondering van Groenland, louter uitbreidingen ervaren, wat de reden is dat niemand écht weet hoe de Brexit in zijn werk zal gaan, hoe lang het zal gaan duren (het vertrek van Groenland kostte drie jaar), en welke gevolgen het zal hebben voor Groot-Brittannië en de EU.

Eén ding is in ieder geval zeker: het Britse besluit – zelfs als dat op de snelst denkbare manier zal worden uitgevoerd – heeft een lange periode van politieke en economische onzekerheid ingeleid, en van de preoccupatie van Europa met haar eigen aangelegenheden, zelfs nu de wereld om haar heen dramatisch aan het veranderen is. Als louter rationele overwegingen ten grondslag zouden liggen aan de besluitvorming, zouden de resterende 27 lidstaten, overeenkomstig hun belangen, hun best doen de EU te versterken door onmiddellijke stappen te zetten in de richting van stabilisering en grotere integratie. Maar daar lijkt weinig hoop op.

De verschillen van inzicht over strategie en tactiek tussen de belangrijkste leden van de muntunie, met name Duitsland en Frankrijk, en tussen de noordelijke en zuidelijke lidstaten, gaan daarvoor eenvoudigweg te diep. Iedereen is zich ervan bewust wat er gedaan moet worden: binnen de muntunie een nieuw compromis vinden tussen de koppige nadruk, onder leiding van Duitsland, op bezuinigingen, en de behoefte van de Mediterrane landen aan extra uitgaven om de groei te herstellen en de concurrentiekracht een impuls te geven. Maar de politieke leiders van Europa lijken de moed te ontberen om deze route te volgen.

Als gevolg daarvan mag er geen enkel teken worden verwacht dat duidt op een versterking of een nieuwe start van de EU. Integendeel: ondanks veel luidkeelse bezweringen na de aanvankelijke schok van de Brexit dat er dingen moeten veranderen, zijn er veel aanwijzingen dat er gewoon zal worden doorgemodderd.

Maar de onderliggende oorzaken voor de afwijzing van Europa gaan veel dieper dan de huidige conflicten. Het opnieuw oplevende nationalisme heeft nieuw leven geblazen in de mythe van een vervlogen gouden tijdperk van etnisch en politiek homogene nationale staten, vrij van externe druk en niet blootgesteld aan de negatieve gevolgen van de mondialisering.

Ik schrijf dit een paar dagen vóór de honderdste verjaardag van het bloedbad bij de Somme op 1 juli 1916. Blijkbaar volstaat de mythe-brekende kracht van twee vreselijke wereldoorlogen, ooit voldoende om een gemeenschappelijk Europa te smeden en de EU op te richten, niet langer om het Europese integratieproject van na 1945 te schragen. De woorden die werden uitgesproken door de voormalige Franse president François Mitterand in zijn laatste toespraak voor het Europees Parlement – “het nationalisme betekent oorlog!” – lijken in de vergetelheid te zijn geraakt.

Vandaag de dag is het nationalisme in opkomst in vrijwel alle Europese landen, en het is vooral gericht tegen buitenlanders en de EU. Deze twee doelwitten werden ook gebruikt door de Britse “Leave”-campagne. Pleitbezorgers van de Brexit hebben vrijwel uitsluitend een beroep gedaan op nationalistische mythes, terwijl het “Remain”-kamp dikwijls klonk als veredelde accountants. Daardoor maakte het geen schijn van kans.

De omkering van de positieve visie op Europa negeert niet alleen het verleden, het is ook een symptoom van de Europese – of misschien beter gezegd: de westerse – neergang (althans in relatieve termen), die heeft geresulteerd in een diepgeworteld wantrouwen jegens de “elites.” Europa staat in dit opzicht niet alleen: in de Verenigde Staten heeft de vermoedelijke Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump de Brexit verwelkomd, en hij roert dezelfde nationalistische trom.

Veel westerse burgers zien een entiteit als de EU, evenals de opkomst van grote opkomende economieën als China en India, als een van de oorzaken van deze neergang, eerder dan als een hefboom om mondiale machtsverschuivingen te beïnvloeden en daarop te reageren in overeenstemming met haar waarden en belangen. De oplossing wordt dus gezocht in de natiestaat. Helaas zal deze strategie, zoals Groot-Brittannië zal aantonen, er alleen maar voor zorgen dat de neergang zich nog sneller zal voltrekken.

Het rijzende tij van het nationalisme kan niet worden tegengehouden, tenzij de Europese gedachte haar positieve visionaire kracht herwint. Hiervoor zal niet alleen een nieuw Europees narratief nodig zijn (wat het Britse experiment met zelfvernietiging kan helpen creëren), maar ook een vernieuwde EU.

In de allereerste plaats moet aan miljoenen Europese burgers worden duidelijk gemaakt waar de echte macht binnen de EU ligt: niet in Brussel of in Straatsburg, maar in de handen van nationale regeringen. De instellingen van de EU krijgen de schuld van allerlei problemen: de mondialisering, de immigratie, bezuinigingen op de sociale voorzieningen en het Thatcherisme, jeugdwerkloosheid, gebrek aan democratie, en veel meer. Maar door de EU ervan te weerhouden deze problemen aan te pakken hebben de nationale regeringen – die ze niet zelfstandig kunnen oplossen – ze alleen maar erger gemaakt.

Op dit moment nemen de regeringen van vrijwel alle lidstaten een tegenstrijdig standpunt in: ze wijzen verdere integratie af, terwijl ze eisen dat de EU moet “leveren.” Maar wat de EU dan wel moet leveren en hoe dat moet, bij ontstentenis van verdere integratie, wordt er niet bij gezegd. Toch kan zelfs in Europa niemand van twee walletjes eten.

Support Project Syndicate’s mission

Project Syndicate needs your help to provide readers everywhere equal access to the ideas and debates shaping their lives.

Learn more

Er is misschien nog tijd om de huidige ontwikkelingen in het Westen te keren. We hebben geen overwinning van Trump, of van de leider van het Front National, Marine le Pen, bij de Franse presidentsverkiezingen van volgend jaar, nodig om te weten waar het nationalisme dat ten grondslag ligt aan de Brexit naar toe leidt.

Vertaling: Menno Grootveld