kdixon1_Irfan Khan  Los Angeles Times via Getty Images_solar power Irfan Khan/Los Angeles Times via Getty Images

Een routekaart naar mondiale decarbonisering

LONDEN – Ons klimaatprobleem is een energieprobleem. Maar het oplossen van ons energieprobleem vereist actie die veel verder gaat dan de elektriciteitsopwekking.

Zonne- en windenergie hebben ons energiesysteem radicaal veranderd. Maar aangezien de elektriciteitssector momenteel slechts 20 procent van onze energie levert, kunnen we door alleen maar meer groene elektriciteit te produceren niet tegen het midden van de eeuw een koolstofdioxide-uitstoot van nul bereiken. Evenmin zal het omzetten van hernieuwbare energie in grootschalige voorraden groene waterstof een wondermiddel zijn. Onze schepen, vliegtuigen en treinen zijn er niet op berekend, en de economische prikkels gaan nog niet in de goede richting.

Ons energieprobleem is ook een probleem van de vraag naar energie. Om onze collectieve klimaatambities te verwezenlijken zijn snelle en ingrijpende veranderingen nodig in ieder van de sectoren die bijdragen tot de mondiale energievraag – niet alleen elektriciteit, maar ook vervoer, industrie, staal en chemie. Om deze transities in het vereiste tempo op de rails te krijgen moet onze energie-infrastructuur volledig worden omgevormd. Daartoe zijn met name drie prioriteiten van cruciaal belang.

In de eerste plaats moeten we het tempo van de innovatie opvoeren. Uit een recente analyse van het Internationale Energie Agentschap (IEA) blijkt dat bijna de helft van de emissiereducties die nodig zijn om tegen 2050 op netto-nul uit te komen, wellicht moet komen van technologieën die nu nog niet op de markt zijn.

Schone-energietechnologieën zoals zonnepanelen, windturbines, elektrische autoʼs, lichtgevende diodes en lithium-ionbatterijen hebben het mogelijk gemaakt ons in de komende decennia een wereld zonder emissies voor te stellen. Maar we hebben enorme innovatiesprongen nodig in andere schone technologieën – waarvan sommige zich nog in de laboratoriumfase bevinden – om ons daar helemaal heen te brengen. Dit is vooral urgent in sectoren als staal, cement, chemicaliën, scheepvaart en luchtvaart, waar emissies het moeilijkst terug te dringen zijn en technologische oplossingen achterblijven.

De tweede prioriteit is nauwere samenwerking tussen overheid en bedrijfsleven. De particuliere sector is een motor van verandering die zijn weerga niet kent. Daar bevindt zich het leeuwendeel van de uitvinders, ondernemers en investeerders, en hun bijdragen zullen van cruciaal belang zijn als de wereld in het vereiste tempo groene technologieën wil ontwerpen en toepassen.

Subscribe to Project Syndicate
Bundle2021_web_discount_spring2021

Subscribe to Project Syndicate

Enjoy unlimited access to the ideas and opinions of the world's leading thinkers, including weekly long reads, book reviews, topical collections, and interviews; The Year Ahead annual print magazine; the complete PS archive; and more. All for less than $5 a month.

Subscribe Now

Tegelijkertijd is overheidsactie van essentieel belang om de volledige kracht van het bedrijfsleven te ontketenen. Aan hun lot overgelaten zullen de markten niet de snelle transformatie van ons mondiale energiesysteem teweegbrengen die we nodig hebben. In veel sectoren hebben bedrijven een sterk overheidsbeleid nodig om koolstofarme technologieën tot bloei te laten komen. De overheid moet vroegtijdige innovatie in nieuwe technologieën ondersteunen, nichemarkten creëren waarin deze technologieën zich kunnen ontwikkelen, en vervolgens effectief beleid voeren dat de verspreiding ervan mogelijk maakt – sector voor sector.

Ten slotte is er behoefte aan een sterk verbeterde internationale coördinatie. In een mondiaal systeem waarin nationale actie centraal staat, is het orkestreren van het soort systemische verandering dat in veel energieverbruikende sectoren vereist is, een grote uitdaging. Een nationale aanpak kan op sommige gebieden zeer doeltreffend zijn, vooral wanneer regeringen een doortastend beleid kunnen voeren zonder de binnenlandse producenten in sectoren als elektriciteit te benadelen. Maar een rigide nationale aanpak werkt minder goed in internationaal verhandelde industrieën, en met name in sectoren die moeilijker aan te pakken zijn. Hier is een gecoördineerd grensoverschrijdend optreden van essentieel belang om de snelle invoering van nieuwe technologieën te bevorderen.

Multilaterale instellingen hebben op al deze gebieden een cruciale rol te spelen. Het IEA vergemakkelijkt de samenwerking op het gebied van cruciale energietransitietechnologieën – een inspanning waarbij wereldwijd meer dan zesduizend deskundigen betrokken zijn, die bijna driehonderd openbare en particuliere organisaties in 55 landen vertegenwoordigen, waaronder vele uit IEA-associatielanden zoals China, India en Brazilië. Maar met een steeds verder toenemende consensus over de noodzaak om naar een netto-nuluitstoot te gaan, kunnen en moeten we meer doen.

Later dit jaar zal het IEA het eerste allesomvattende stappenplan voor de mondiale energiesector opstellen, dat elektriciteit, vervoer, industrie en de bouw omvat – stuk voor stuk sectoren die we moeten transformeren om tegen 2050 een netto-nulemissie te bereiken. Door precies aan te geven wat er in elke sector nodig is, en wanneer, zal het plan regeringen en bedrijven in staat stellen hun vooruitgang te benchmarken, waardoor het duidelijk wordt waar meer aandacht nodig is.

De volgende stap is het omzetten van de plannen in actie. Daarom is het IEA onlangs een strategisch partnerschap aangegaan met Mission Possible, een wereldwijde coalitie van meer dan vierhonderd bedrijven die de grootschalige decarbonisering van de zware industrie en het vervoer wil versnellen. Onze steun voor dit initiatief weerspiegelt ook de nieuwe focus van het IEA op het samenbrengen van de particuliere sector en de regeringen van ʼs werelds grootste economieën – die de coördinerende rol moeten spelen die alleen zij kunnen spelen. Door de nadruk te leggen op innovatie, samenwerking en gedurfd beleid kunnen initiatieven als deze de wereld helpen om de klimaatuitdaging aan te gaan.

Vertaling: Menno Grootveld

https://prosyn.org/uLSPIvPnl