22

Het beëindigen van het religieus geweld in het Midden-Oosten

FEZ– De escalatie van radicalisme, geweld en burgeroorlogen in het Midden-Oosten, sinds het begin van de opstanden van de zogenoemde Arabische Lente in 2010, hebben een enorme tol geëist aan mensenlevens en welzijn. De noodzaak om effectieve staten op te bouwen die de vrede schragen, grotere kansen en meer welvaart bieden, en de mensenrechten beschermen, had niet urgenter kunnen zijn.

Het geweld dat de afgelopen paar jaren is opgevlamd heeft al tot de dood van ruim 180.000 Irakezen en 470.000 Syriërs geleid. Bovendien zijn ruim 6,5 miljoen Syriërs 'intern ontheemd' en nog eens 4,8 miljoen Syriërs uit eigen land verdreven. Zij zijn vaak gemarteld in gevangenissen en vernederd in vluchtelingenkampen. Naar schatting 70 tot 80% van de slachtoffers bestaat uit burgers, vooral vrouwen en kinderen.

Volgens het Syrian Center for Policy Research is de helft van de vluchtelingen en de intern ontheemden nog geen achttien jaar oud. Dit trekt een enorme wissel op hun toekomstperspectief. UNICEF meldt dat 2,1 miljoen kinderen in Syrië en 700.000 Syrische vluchtelingenkinderen niet naar school gaan. In totaal 80.000 kindervluchtelingen in Jordanië ontberen iedere toegang tot onderwijs.

Maar al deze menselijke kosten zijn symptomen van een dieper probleem – en in tegenspraak met het volksgeloof is dat probleem niet de Islam. Het feit dat radicale islamisten of jihadisten moslim zijn betekent niet dat hun religie, om maar te zwijgen van hun etniciteit of hun cultuur, inherent gewelddadig zijn.