0

De uiteenlopende paden van Egypte en Tunesië

CAMBRIDGE – Het is vijf jaar geleden dat Egypte en Tunesië een regimeverandering ondergingen, en beide landen kampen nog steeds met een lage economische groei, grote begrotingstekorten, hoge werkloosheid en een stijgende staatsschuld. Omdat ze er niet in zijn geslaagd zelfstandig hervormingen door te voeren, hebben beide landen zich tot het Internationaal Monetair Fonds gewend, dat in 2013 een regeling heeft getroffen met Tunesië, en zojuist een kredietprogramma ter waarde van $12 mrd heeft goedgekeurd voor Egypte – het eerste voor dat land sinds 1991, en het grootste ooit voor een land uit het Midden-Oosten.

Oppervlakkig gezien lijkt het net zo waarschijnlijk dat landen die zich in democratische richting bewegen te maken krijgen met slechte economische prestaties als landen die de omgekeerde weg bewandelen, naar een nieuwe dictatuur, omdat in beide gevallen politieke instabiliteit en onzekerheid de investeringen en de groei schaden. Maar Tunesië heeft de politieke inclusiviteit omarmd en zou snel de route naar een gezonde economische groei terug moeten kunnen vinden, terwijl de steeds geslotener wordende samenleving van Egypte de economie in een neerwaartse spiraal dreigt te doen terechtkomen.

Chicago Pollution

Climate Change in the Trumpocene Age

Bo Lidegaard argues that the US president-elect’s ability to derail global progress toward a green economy is more limited than many believe.

Tot voor kort legden de regeringen van beide landen een verrassend gebrek aan belangstelling voor economische hervormingen aan de dag. In plaats daarvan hielden ze zich met identiteitskwesties en veiligheidsproblemen bezig op manieren die een weerspiegeling vormen van hun uiteenlopende politieke paden. In Tunesië heeft de verkiezingsstrijd tussen de islamistische Ennahda Partij en de seculiere Nidaa Tounes Partij een productief debat mogelijk gemaakt over de rol van de religie in politiek en samenleving; in Egypte heeft de autocratische regering van president Abdel Fattah el-Sisi daarentegen de Moslim Broederschap met geweld onderdrukt.

Intussen konden de regeringen van beide landen de verleiding niet weerstaan om de uitgaven te verhogen. In Egypte namen de subsidies halverwege 2016 nog steeds ruim 10% van het bbp voor hun rekening, wat duidt op een terugkeer naar de oude 'overeenkomst' uit de tijd van het autoritarisme, waarbij burgers zich onthouden van politieke participatie in ruil voor economische steun door de overheid. Om in aanmerking te komen voor hulp van het IMF heeft Egypte zich nu verplicht tot het verlagen van de subsidies en het invoeren van een belasting op de toegevoegde waarde (BTW).

In Tunesië zijn de vakbonden erin geslaagd de ambtenarensalarissen – die nu 15% van het bbp voor hun rekening nemen, tegen 10% in 2011 – tot ruim boven de IMF-doelstellingen te stuwen. En de macro-economische instabiliteit heeft de groei in beide landen belemmerd. De lage waardering van Egypte door de kredietbeoordelaars heeft de regering gedwongen in eigen land te lenen, waardoor andere leners uit de markt zijn verdrongen, tot op het punt dat de particuliere investeringen slechts 11% van het bbp bedragen. De staatsleningen van Tunesië hebben de particuliere leners niet weggedrukt, maar ook daar zijn de particuliere investeringen niettemin gedaald naar 18% van het bbp.

De tekorten op de betalingsbalansen van beide landen zijn groter geworden als gevolg van de dalende inkomsten uit het toerisme en de ontwrichte exportactiviteiten, en geen van beide landen heeft maatregelen genomen om de concurrentiekracht van de particuliere sector te verbeteren. Sisi is er net als de vroegere Egyptische president Hosni Mubarak beducht voor spelers uit de partculiere sector te veel politieke invloed te laten verkrijgen, en heeft in plaats daarvan medestanders naar voren geschoven die hij kan vertrouwen, zoals legerfirma's en een paar bedrijven die voorheen verbonden waren aan het regime van Moebarak. In Tunesië heeft de staatsbureaucratie de activiteit van de particuliere sector gehinderd, en er zijn berichten over toegenomen corruptie van politiek verbonden firma's sinds de regering van Nidaa Tounes in 2015 aan de macht is gekomen.

Tunesië heeft de wisselkoers van zijn munt zich in de loop der tijd laten aanpassen, en de dinar heeft sinds 2014 een derde van zijn waarde verloren. Egypte op zijn beurt heeft zich op dit terrein op desastreuze wijze vergaloppeerd. Met uitzondering van een kleine aanpassing in 2013 heeft het land sinds 2011 vastgehouden aan een vaste wisselkoers, zelfs nadat de munt zwaar overgewaardeerd werd en tekorten van geïmporteerde goederen begon te veroorzaken. Toen Egypte uiteindelijk ging voldoen aan de IMF-voorwaarden en zijn munt op 1 november liet zweven, daalde de wisselkoers van 8,5 naar 15,5 Egyptische ponden voor één dollar; geïmporteerde goederen zullen waarschijnlijk spoedig 40-60% méér gaan kosten dan nu.

Zowel het Egyptische als het Tunesische volk wordt steeds ontevredener over de economische prestaties van hun respectievelijke overheden. Maar in de loop der tijd zal deze frustratie de Tunesische economie waarschijnlijk helpen, maar die van Egypte juist schaden.

Om te beginnen bevordert de politieke inclusiviteit in Tunesië een gezonde dialoog over mogelijke oplossingen. Tot het nieuwe Tunesische kabinet dat in augustus werd geformeerd behoren bijvoorbeeld ex-vakbondsleiders, die nu breed economisch beleid kunnen vormgeven, en niet alleen op hogere lonen zullen blijven aandringen. Dit heeft er al voor gezorgd dat de debatten over het overheidsbeleid productiever zijn geworden, omdat beleidsmakers zich nu richten op de manier waarop arbeid en bedrijfsleven op een eerlijke manier de last van de economische aanpassing kunnen delen.

Het gesloten politieke systeem van Egypte zadelt de regering daarentegen bij voortduring op met angst voor de straat. Zonder kanalen voor een constructief politiek debat is het voor de overheid telkens de beste optie om de noodzakelijke economische aanpassingen uit te stellen totdat ze onvermijdelijk zijn geworden. Dit is niet alleen economisch inefficiënt (weerspiegeld in de afwezigheid van netto buitenlandse portfolio-beleggingen in Egypte de afgelopen jaren); het is ook politiek riskant. Egyptische politici kunnen weinig méér doen dan duimen en hopen dat de straat niet in opstand komt als reactie op de recente devaluatie van de munt.

Politieke inclusiviteit zorgt voor een beter geïnformeerd – en mogelijk vergevingsgezinder – publiek. In Tunesië kunnen leden van het maatschappelijk middenveld en de media de regering vrijelijk controleren en oproepen tot verandering. Hoewel de hervormingen langzaam gaan, kan de regering de publieke kritiek niet oneindig lang blijven negeren. De ontwerpbegroting voor 2017 omvat al dringend noodzakelijke maatregelen ter bestrijding van de corruptie, inkrimping van de bureaucratie en terugdringing van de belastingontduiking.

In Egypte is de devaluatie van de munt daarentegen als een schok gekomen voor gewone burgers. Het publiek was slecht geïnformeerd over de toestand van de economie, omdat de mainstream-media, als verlengstuk van het regime, een rooskleurig beeld hadden geschetst van Egypte's terugkeer naar de roem. Tegelijkertijd werden de vrijheid van meningsuiting en vergadering ernstig beperkt; het bekritiseren van het overheidsbeleid werd gezien als hoogverraad.

Tunesië heeft politieke vooruitgang geboekt door zijn democratische processen te schragen, waardoor institutionele ruimte is ontstaan voor alle belanghebbenden, en vrijheid van meningsuiting en vergadering mogelijk zijn geworden. Dit voorspelt veel goeds voor de langetermijnvooruitzichten van de Tunesische economie.

Fake news or real views Learn More

Egypte kan op zijn beurt profiteren van kortetermijnwinst als gevolg van het IMF-pakket. Zijn “stevige maar zwakke” leiders mogen echter niet hopen op vooruitgang op de langere termijn als zij hun despotisme nog verder versterken. Als zij niet kiezen voor de lange en kronkelige weg naar politieke inclusiviteit, zullen ze vroeg of laat worden geconfronteerd met de wraak van degenen die ze hebben buitengesloten.

Vertaling: Menno Grootveld