6

Egypte in de uitverkoop

CAIRO – Het bezoek aan Egypte van koning Salman van Saoedi-Arabië vorige week heeft tot 22 overeenkomsten geleid, waaronder een deal van $22 mrd om de zieltogende Egytische economie op te lappen. Maar aan de royale hulp zat wel een prijskaartje vast: Egypte moest twee Rode Zee-eilanden teruggeven die Saoedi-Arabië in 1950 aan het land had afgestaan. Door deze stap is het verhaal van het Egyptische leiderschap dat het land een grote regionale macht blijft ontmaskerd als een leugen. Egypte kan de binnenlandse problemen niet eens te baas die worden veroorzaakt door een snel groeiende bevolking die afhankelijk is van onbetaalbare subsidies – een situatie die jihadisten met veel succes uitbuiten. Hoe is het land op dit punt terechtgekomen?

Toen Muhammad Ali in 1807 de Britten versloeg, werd Egypte het eerste Arabische land dat de facto onafhankelijk werd. Maar de kleinzoon van Ali, Ismail, verkwanselde die onafhankelijkheid door een roekeloos uitgavenbeleid, waardoor hij een afhankelijkheid in het leven riep die tot de dag van vandaag is blijven voortbestaan.

Erdogan

Whither Turkey?

Sinan Ülgen engages the views of Carl Bildt, Dani Rodrik, Marietje Schaake, and others on the future of one of the world’s most strategically important countries in the aftermath of July’s failed coup.

In eerste instantie werd Ismail in 1875 gedwongen de Egyptische aandelen in het Suezkanaal van de hand te doen om zijn begrotingstekort te dekken. Toen dat onvoldoende bleek om het begrotingslek te dichten, richtten Europese crediteuren een commissie in om betaling te garanderen. In 1877 ging meer dan 60% van de Egyptische inkomsten naar het aflossen van deze schulden. In 1882 namen de Britten de controle over het land weer in handen om hun investeringen te beschermen.

De Egyptische afhankelijkheid van de Britten duurde voort totdat Gamal Abdel-Nasser in 1952 aan de macht kwam. Hij verwelkomde de Sovjets, die geavanceerde wapens leverden in ruil voor hetzelfde soort schuldbekentenissen die tot de ondergang van zijn voorganger hadden geleid. Tegen de tijd dat Nasser in 1970 overleed, had de Sovjet-marine de haven van Alexandrië uitgebouwd tot een virtuele Sovjet-republiek, waar Russisch de tweede taal was.

Intussen voerde Nasser een kostbaar populistisch economisch beleid. Hij breidde de bureacratie uit door iedere universitair afgestudeerde een overheidsbaan aan te bieden; vandaag de dag is 24% van de beroepsbevolking ambtenaar. Hij introduceerde subsidies voor basisproducten, van brood tot olie, die in 2013-'14 8,1% van het bbp beliepen. In 2014-'15 ging 81% van de begroting naar schuldaflossingen, lonen en subsidies, wat ten koste ging van de uitgaven aan onderwijs en andere investeringen die essentieel zijn voor de langetermijngroei.

Dit alles heeft bijgedragen aan de Egyptische behoefte aan buitenlandse hulp. En ondanks Nassers pro-Sovjet-beleid was Egypte in feite de grootste ontvanger van Amerikaanse buitenlandse hulp tot de desastreuze oorlog met Israel in 1967 leidde tot een bevriezing van de betrekkingen. Niet in staat om Israel militair uit te dagen, voerden Sovjet-piloten luchtgevechten met Israëlische piloten boven het Suez-kanaal. Nasser, die tekeer ging tegen het imperialisme en de economische afhankelijkheid, had van zijn land een vazalstaat gemaakt.

De opvolger van Nasser, Anwar Sadat, probeerde Egypte te doen herleven door de economie te liberaliseren, vrede te sluiten met Israel en het bondgenootschap met de Sovjets te ontbinden ten gunste van de VS en West-Europa. Hij werd beloond met een hulppakket dat gemiddeld ruim $2 mrd per jaar waard was. Maar omdat de Egyptische bevolking jaarlijks met 2,2% toenam was zelfs dit niet genoeg.

Vandaag de dag is Egypte ook afhankelijk van hulp uit Europa en de Golfstaten, die bijvoorbeeld wordt verstrekt via het Arabische Fonds voor Economische en Sociale Ontwikkeling, het Abu Dhabi Fonds voor Ontwikkeling, en het Saoedische Fonds voor Ontwikkeling. Het Koeweitse Fonds voor Arabische Economische Ontwikkeling heeft Egypte $2,5 mrd gegeven – méér dan 50% in de vorm van giften – waardoor Egypte zijn grootste hulpontvanger is geworden. Dergelijke hulp steunt de Egyptische economie door infrastructuurprojecten te financieren en begrotingshulp te bieden. De incidentele schuldafschrijvingen helpen ook.

De Egyptenaren horen zelden iets over de zware financiële problemen waarin hun land verkeert. De door de overheid gecontroleerde pers snoeft daarentegen over nieuwe bruggen en de hogere industriële productie, terwijl de nadruk wordt gelegd op de Egyptische rol in regionale aangelegenheden, zoals het slapende Israëlisch-Palestijnse vredesproces en het in elkaar zetten van regeringen in Libanon.

Dergelijke propaganda heeft ten doel de mythe overeind te houden dat Egypte een unieke en krachtige positie inneemt in het Midden-Oosten. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Egypte, anders dan de meeste andere Arabische landen, met name Libanon en Jemen, een gevoel van nationale identiteit heeft, geworteld in de faraonische rijken uit de oudheid. En de grotendeels homogene bevolking – die voor 90% uit soennitische moslims bestaat – heeft het land in staat gesteld de sektarische conflicten te vermijden die landen als Irak en Syrië hebben geplaagd, en een sterke centrale overheid te smeden.

Maar het verhaal over regionale dominantie dat de Egyptische leiders in elkaar hebben gezet klinkt steeds holler. De 750.000 Egyptenaren die ieder jaar afstuderen willen banen, geen loze beloften, gebaseerd op roem uit het verleden. De ongeschoolde werkers in de gedecimeerde toeristensector hopen dat de buitenlanders terugkeren. En de fabrieksarbeiders verlangen naar een productieniveau dat niet door de plaatselijke koopkracht van werkeloze consumenten wordt gesteund.

In plaats van hier iets aan te kunnen doen, heeft de Egyptische president Abdel Fattah el-Sisi zich gedwongen gezien territorium af te staan aan de Saoedi's om de hulp in de wacht te slepen die het land nodig heeft om overeind te blijven, waarmee hij veel sarcasme over zich heeft afgeroepen. Maar in het nulsomspel van de Midden-Oosten-politiek is het verlies van de een de winst van de ander. En in het geval van het huidige Egypte zijn het de radicale islamisten die er met de winst van de teleurstelling van de bevolking in de overheid vandoor gaan.

De islamisten bieden hun eigen verhaal: de moderne natiestaat heeft de Arabieren en moslims in de kou laten staan. Dit vindt weerklank bij een bevolking die iedere dag wordt geconfronteerd met het falen van de staat. Het leggen van de nadruk op het herstel van de islamitische glorie uit het verleden wordt zo aantrekkelijker dan de wederoprichting van een regionale macht die zelfs nog nooit rechten voor de Palestijnen heeft kunnen bewerkstelligen.

Support Project Syndicate’s mission

Project Syndicate needs your help to provide readers everywhere equal access to the ideas and debates shaping their lives.

Learn more

De Egyptische leiders behouden de legitimiteit en de macht die nodig is om dit gevaarlijke verhaal de kop in te kunnen drukken. Maar als zij willen slagen in deze missie zullen ze moeten erkennen wat Egypte is – en wat het niet is. In een land waar oude kunstvoorwerpen worden gekoesterd, is de mythe van regionale macht een reliek die snel zal moeten verdwijnen.

Vertaling: Menno Grootveld