20

De economische bijzit

LONDEN – De afgelopen tientallen jaren heeft de economie de studie van menselijke activiteiten die hiervoor buiten het bereik van de formele metingen werden beschouwd gekoloniseerd. Wat critici ‘economisch imperialisme’ noemen heeft een economie van de liefde, kunst, muziek, taal, literatuur, en nog veel andere zaken tot stand gebracht.

Het unificerende idee achter deze uitbreiding van de economie is dat wat mensen ook doen, of ze nou de liefde bedrijven of widgets bedenken, ze altijd de beste resultaten willen bereiken tegen de laagste kosten. Deze winsten en kosten kunnen teruggebracht worden tot geld. Dus mensen proberen altijd het beste financiële redendement op hun transacties te bereiken.

Dit staat in tegenstelling tot de populaire afbakening van activiteiten waarin het goed is (en rationeel) om de kosten bij te houden, en activiteiten waarin mensen de kosten niet bijhouden (en dit ook niet zouden moeten doen). Om te zeggen dat zielskwesties iets zijn van kille op- en aftelsommen mist volgens critici geheel de pointe. Maar kille berekeningen zijn juist exact waar het wel om draait is wat de economen repliceren.

De pionier van de economische benadering van liefde was Nobelprijswinnaar Gary Becker, die het grootste gedeelte van zijn carrière doorbracht aan de University of Chicago (waar anders?). In zijn belangrijkste werk, A Theory of Marriage, gepubliceerd in 1973, betoogde Becker dat de selectie van een partner een geheel eigen markt is, en dat huwelijken alleen plaats vinden wanneer beide partners hier beter op worden. Het is een zeer geraffineerde theorie die leunt op de complementaire natuur van mannelijke en vrouwelijke arbeid maar die neigt liefde als kostenverlagend mechanisme te behandelen.