12

Fanatici, charlatans en economen

DAVOS – Over de hele wereld ademt de nationale politiek de sfeer van crisis. De opkomstcijfers bij verkiezingen zijn keer op keer historisch laag. Politici worden alom verguisd. De grote partijen, die wanhopig proberen relevant te blijven, moeten tussen twee kwaden kiezen: inspelen op extremisme of risico lopen om verpletterd te worden door populistische bewegingen die ageren tegen de gevestigde orde.

Ondertussen heeft geld sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog niet zo’n grote politieke rol gespeeld, en overtroeft hiermee van de kracht van ideeën. In de Verenigde Staten bijvoorbeeld overstemt het gerinkel van miljarden dollars die in verkiezingskassen verdwijnen de stem van de individuele kiezer. In delen van de wereld waar het rechtssysteem zwak is verdringen criminele netwerken en corruptie democratische processen. Kort samengevat lijkt de voortgang naar ons collectieve welbevinden in een treurige staat te verkeren.

De problemen begonnen aan het einde van de Koude Oorlog, toen de ineenstorting van de failliete communistische ideologie zelfgenoegzaam werd geïnterpreteerd als de triomf van de vrije markt. Met het afdanken van het communisme werd ook afstand gedaan van het concept van de staat als medium waar collectieve belangen en ambities omheen kunnen worden georganiseerd.

Het individu werd het ultieme instrument van verandering; een individu dat werd opgevat als het type rationele actor dat de modellen van economen bevolkt. De identiteit van dit individu wordt niet afgeleid van klassenbelangen of andere sociologische kenmerken, maar van de logica van de markt die de maximalisering van het eigenbelang dicteert, of het nou producent, consument of stemmer betreft.