47

Zwakke staten, arme landen

PRINCETON – In Schotland werd mij tijdens mijn opvoeding bijgebracht om politiemannen als bondgenoten te zien die je - indien nodig – om hulp kon vragen. Stel je mijn verrassing eens voor toen ik, als 19-jarige bij mijn eerste bezoek aan de Verenigde Staten, een reeks obsceniteiten over me heen kreeg van een agent in New York City die het verkeer op Times Square aan het regelen was, toen ik hem vroeg waar zich het dichtstbijzijnde postkantoor bevond. In mijn daaropvolgende verwarring gooide ik de urgente papieren van mijn werkgever in een vuilnisbak die ik voor een brievenbus aanzag.

Europeanen hebben doorgaans een positiever indruk van hun regering dan Amerikanen, voor wie het onvermogen en de impopulariteit van hun politici – zowel op federaal als op staats- en gemeenteniveau – schering en inslag zijn. Toch innen de diverse Amerikaanse overheden belastingen en bieden zij in ruil daarvoor diensten aan zonder welke de burgers niet makkelijk zouden kunnen leven.

Erdogan

Whither Turkey?

Sinan Ülgen engages the views of Carl Bildt, Dani Rodrik, Marietje Schaake, and others on the future of one of the world’s most strategically important countries in the aftermath of July’s failed coup.

Amerikanen zien net als veel burgers van andere rijke landen de wettelijke en toezichthoudende systemen, de openbare scholen, de gezondheidszorg en de sociale voorzieningen voor ouderen, de wegen, defensie en diplomatie, en de zware overheidsinvesteringen in onderzoek en ontwikkeling, met name op het gebied van de geneesmiddelen, als vanzelfsprekend. Zeker, niet al deze diensten zijn zo goed als ze zouden kunnen zijn, noch worden ze door iedereen evenzeer op waarde geschat; maar mensen betalen meestal hun belastingen, en als de manier waarop dat geld wordt besteed sommigen tegen de borst stuit, ontstaat er een levendig publiek debat, en kunnen mensen middels verkiezingen de prioriteiten bijstellen.

Dit alles ligt zo voor de hand dat het overbodig lijkt om het te zeggen – althans voor degenen die in rijke landen met effectieve overheden wonen. Maar de meerderheid van de wereldbevolking verkeert in een andere situatie.

In een groot deel van Afrika en Azië ontberen staten het vermogen om belastingen te innen of diensten te leveren. Het contract tussen de overheid en haar burgers – imperfect in de rijke landen – is in de arme landen dikwijls geheel afwezig. Die politieman in New York was gewoon nogal onbeleefd (en druk bezig een dienst te leveren); in een groot deel van de wereld profiteert de politie van de mensen die ze zou moeten beschermen, door ze af te persen of te vervolgen in opdracht van machtige bazen.

Zelfs in een land uit de middencategorie zoals India hebben openbare scholen en openbare ziekenhuizen te kampen met een enorm (onbestraft) arbeidsverzuim. Particuliere artsen geven mensen wat (ze denken dat) ze willen – injecties, infusen en antibiotica – maar de staat oefent geen toezicht op ze uit, en veel van deze artsen zijn volledig ongekwalificeerd.

In de ontwikkelingslanden sterven kinderen omdat ze op de verkeerde plek geboren worden – niet aan exotische, ongeneeslijke ziekten, maar aan doorsnee-kinderziekten waarvan we al bijna een eeuw weten hoe we ze moeten behandelen. Zonder een staat die capabel is om routinematig de juiste zorg te leveren aan moeder en kind, zullen deze kinderen blijven doodgaan.

Op dezelfde manier functioneren toezicht en afdwinging niet goed zonder overheidscapaciteit, zodat bedrijven moeilijk hun draai kunnen vinden. Zonder goed functionerende civiele gerechtshoven is er geen enkele garantie dat innovatieve ondernemers de beloning voor hun ideeën kunnen incasseren.

De afwezigheid van overheidscapaciteit – dwz van de diensten en de bescherming die de mensen in de rijke landen als vanzelfsprekend beschouwen – is één van de belangrijkste oorzaken van de armoede en de honger in de wereld. Zonder doelmatig functionerende staten, die samenwerken met actieve en betrokken burgers, is er weinig kans op de groei die nodig is om de mondiale armoede uit te bannen.

Helaas maken de rijke landen in de wereld de zaken er momenteel alleen maar erger op. Voor ontwikkelingshulp – de overdracht van geld en middelen van rijke landen naar arme landen – is veel te zeggen, vooral als het om de gezondheidszorg gaat. Veel mensen die nu nog in leven zijn zouden anders allang zijn gestorven. Maar de ontwikkelingshulp ondermijnt ook de ontwikkeling van een lokale overheidscapaciteit.

Dit is het duidelijkst in landen – vooral in Afrika – waar de hulp rechtstreeks naar de regering gaat en de hulpstromen groot zijn in vergelijking met de overheidsbestedingen (dikwijls ruim de helft van het totaal). Zulke regeringen hebben geen behoefte aan een contract met hun burgers, en hebben geen parlement en belastinginningssysteem nodig. Als zij aan iemand verantwoording verschuldigd zijn, is het aan de donors; maar zelfs dat gaat in de praktijk mis, omdat de donors, onder druk van hun eigen burgers (die terecht de armen willen helpen) het geld net zo graag willen uitgeven als de regeringen van de arme landen het nodig hebben.

Kunnen we de regeringen niet links laten liggen en de hulp direct aan de armen geven? Zeker, de onmiddellijke resultaten zullen waarschijnlijk beter zijn, vooral in die landen waar de hulp die door regeringen aan regeringen wordt verstrekt de armen nauwelijks bereikt. En er zou maar heel weinig geld voor nodig zijn – ongeveer 15 dollarcent per dag van iedere volwassene in de rijke landen – om iedereen tenminste op de ondergrens van één dollar per dag te krijgen.

Toch is dit geen oplossing. Arme mensen hebben de overheid nodig om betere levens te kunnen leiden; het uit het systeem halen van de overheid zou de zaken op de korte termijn kunnen verbeteren, maar laat het onderliggende probleem onopgelost. Arme landen kunnen hun gezondheidszorg niet voorgoed aan het buitenland uitbesteden. De hulp ondermijnt wat de arme mensen het hardst nodig hebben: een effectieve overheid die met hen samenwerkt voor heden en toekomst.

Support Project Syndicate’s mission

Project Syndicate needs your help to provide readers everywhere equal access to the ideas and debates shaping their lives.

Learn more

Eén ding dat we kunnen doen is ervoor pleiten dat onze eigen regeringen ophouden zich op een manier te gedragen die het voor de arme landen nog moeilijker maakt aan de armoede te ontsnappen. Het beperken van de hulp maakt daar deel van uit, maar ook het aan banden leggen van de wapenhandel, het verbeteren van de handel en het terugdringen van de subsidies in de rijke landen, het bieden van technische steun die niet aan ontwikkelingshulp is gekoppeld, en het ontwikkelen van betere geneesmiddelen voor ziekten die de rijke mensen niet treffen. We helpen de armen niet door hun toch al zwakke regeringen nog zwakker te maken.

Vertaling: Menno Grootveld