18

Ebola en ongelijkheid

NEW YORK – De ebolacrisis herinnert ons opnieuw aan de negatieve kant van de mondialisering. Niet alleen goede dingen – zoals de principes van de sociale rechtvaardigheid en de gelijkheid der seksen – gaan makkelijker dan ooit tevoren de grenzen over, dat geldt ook voor slechte invloeden als milieuproblemen en ziekten.

De crisis herinnert ons ook aan het belang van een regering en een burgermaatschappij. We wenden ons niet tot de particuliere sector om de verspreiding van een ziekte als ebola een halt toe te roepen. We wenden ons liever tot instellingen – de Centers for Disease Control and Prevention (CDC) in de Verenigde Staten, de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en Artsen Zonder Grenzen, de opmerkelijke groep artsen en verpleegsters die hun levens riskeren om de levens van anderen te redden in arme landen over de hele wereld.

Zelfs rechtse fanatici die overheidsinstellingen willen ontmantelen wenden zich tot diezelfde instellingen als ze met een crisis worden geconfronteerd als de ebolacrisis. Regeringen doen hun werk misschien helemaal niet zo perfect bij het aanpakken van dergelijke crises, maar een van de redenen dat ze het niet zo goed doen als we zouden hopen is dat we de relevante diensten op nationaal en mondiaal niveau te weinig geld hebben gegeven.

De ebola-episode houdt nog meer lessen in. Eén van de redenen dat de ziekte zich in Liberia en Sierra Leone zo snel kon verspreiden is dat dit allebei door de oorlog verwoeste landen zijn, waar een groot deel van de bevolking ondervoed is en het gezondheidszorgsysteem is verwoest.