Ebola en ongelijkheid

NEW YORK – De ebolacrisis herinnert ons opnieuw aan de negatieve kant van de mondialisering. Niet alleen goede dingen – zoals de principes van de sociale rechtvaardigheid en de gelijkheid der seksen – gaan makkelijker dan ooit tevoren de grenzen over, dat geldt ook voor slechte invloeden als milieuproblemen en ziekten.

De crisis herinnert ons ook aan het belang van een regering en een burgermaatschappij. We wenden ons niet tot de particuliere sector om de verspreiding van een ziekte als ebola een halt toe te roepen. We wenden ons liever tot instellingen – de Centers for Disease Control and Prevention (CDC) in de Verenigde Staten, de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) en Artsen Zonder Grenzen, de opmerkelijke groep artsen en verpleegsters die hun levens riskeren om de levens van anderen te redden in arme landen over de hele wereld.

Zelfs rechtse fanatici die overheidsinstellingen willen ontmantelen wenden zich tot diezelfde instellingen als ze met een crisis worden geconfronteerd als de ebolacrisis. Regeringen doen hun werk misschien helemaal niet zo perfect bij het aanpakken van dergelijke crises, maar een van de redenen dat ze het niet zo goed doen als we zouden hopen is dat we de relevante diensten op nationaal en mondiaal niveau te weinig geld hebben gegeven.

To continue reading, please log in or enter your email address.

To read this article from our archive, please log in or register now. After entering your email, you'll have access to two free articles from our archive every month. For unlimited access to Project Syndicate, subscribe now.

required

By proceeding, you agree to our Terms of Service and Privacy Policy, which describes the personal data we collect and how we use it.

Log in

http://prosyn.org/1BVtp3j/nl;

Cookies and Privacy

We use cookies to improve your experience on our website. To find out more, read our updated cookie policy and privacy policy.