110

De Oost-Europese landen moeten zich schamen

BERLIJN – Nu duizenden vluchtelingen Europa binnenstromen om aan de verschrikkingen van de oorlog te ontsnappen, waarbij velen onderweg het leven laten, speelt zich in veel van de jongste lidstaten van de Europese Unie een ander soort tragedie af. De staten die collectief bekend staan als “Oost-Europa”, inclusief mijn geboorteland Polen, blijken intolerant, on-liberaal en xenofobisch te zijn. Ze zijn niet in staat zich de geest van solidariteit te herinneren die hen een kwart eeuw geleden naar de vrijheid heeft gevoerd.

Dit zijn dezelfde samenlevingen die vóór en na de val van het communisme om een “terugkeer naar Europa” hadden geroepen, trots verkondigend dat zij de Europese waarden deelden. Maar waar denken zij dat Europa voor staat? Sinds 1989, maar vooral sinds 2004, toen zij zich bij de EU aansloten, hebben zij geprofiteerd van enorme financiële overdrachten in de vorm van de Europese structuur- en cohesiefondsen. Vandaag de dag zijn ze niet bereid een bijdrage te leveren aan de oplossing van de grootste vluchtelingencrisis waarmee Europa sinds de Tweede Wereldoorlog is geconfronteerd.

De regering van Hongarije, een lidstaat van de EU, heeft voor de ogen van de hele wereld duizenden vluchtelingen mishandeld. Premier Viktor Orbán ziet geen reden om zich anders te gedragen: de vluchtelingen zijn geen Europees probleem, houdt hij staande, maar een Duits probleem.

Orbán staat niet alleen in zijn visie. Zelfs de Hongaarse katholieke bisschoppen volgen de lijn van Orbán. Laszlo Kiss-Rigo, de bisschop van Szeged-Csanad, zegt dat de islamitische migranten “de zaak willen overnemen,” en dat de Paus, die iedere katholieke parochie in Europa heeft opgeroepen een vluchtelingengezin op te nemen, “niet op de hoogte is van de situatie.”