fischer156_ChristopheGateaupicture allianceviaGetty Images_autofactoryworkers Christophe Gateau/picture alliance via Getty Images

De commerciële argumenten voor solidariteit binnen de EU

BERLIJN – De grote oostwaartse expansie van de Europese Unie in 2004 was een moment van hoop en optimisme. Maar na vijftien jaar zijn Oost- en West-Europa nog net zo cultureel en politiek verdeeld als voorheen.

Hoewel de Oost-Europese landen een grotere welvaart genieten sinds ze zich bij de EU hebben aangesloten, raken ze in normatieve en materiële zin steeds verder achterop bij hun westerse tegenhangers. Ze hebben massa-emigratie ondergaan, met name van jongeren. En hoewel de bijdragen van degenen die in West-Europa werken hebben geholpen om de levensstandaard in de regio te doen stijgen, heeft de ontvolking haar eigen problemen voortgebracht.

De huidige kloof tussen Oost en West was te voorzien. Toen de lidstaten van de EU in alle ernst een oostwaartse expansie begonnen te bespreken – eerst op een topconferentie in Amsterdam in 1997, en daarna tijdens een follow-up meeting in Nice in 2000 – vonden ze het buitengewoon lastig om grip te krijgen op de materie. Veel gedelegeerden leken de specifieke noodzaak te ontkennen om de gemeenschappelijke instellingen aan te passen en de overdrachtsbetalingen uit te breiden, teneinde de nieuwe lidstaten te integreren en de cohesie binnen het blok in stand te houden.

Vandaag de dag bestaat een soortgelijke vorm van scepsis, alleen betreft die nu zowel de oude als de nieuwe lidstaten. Niettemin werd de EU vóór 2004 nog steeds geschraagd door een gedeelde hoop op een gezamenlijke Europese toekomst. In het decennium na het einde van de Koude Oorlog wilden zowel Oost als West graag de eenwording nastreven, in het vertrouwen dat die voor vrede en voorspoed zou zorgen.

Die ferme overtuiging is afgebrokkeld als gevolg van twijfel, voortvloeiend uit fundamentele meningsverschillen over waarden en wereldbeelden. De hedendaagse Oost-Europeanen voelen zich tweederangsburgers en zijn de West-Europeanen gaan beschouwen als arrogante, op zichzelf gerichte hoeders van hun benepen eigenbelang. Tegelijkertijd vinden de West-Europeanen dat hun Oost-Europese tegenhangers dankbaarder moeten zijn en meer solidariteit moeten tonen, vooral als het gaat om het accepteren van migranten en vluchtelingen.

Nauwkeuriger geformuleerd: de meeste West-Europeanen zijn bang dat hun tegenhangers de rechtsstaat en de scheiding der machten in toenemende mate niet zozeer als fundamentele pijlers van het Europese project behandelen, maar als westerse institutionele eigenaardigheden. De Hongaarse premier Viktor Orbán droomt immers openlijk van het inrichten van een “illiberale democratie,” waarin een meerderheid de rechten van minderheden met voeten kan treden. Erger nog, hij lijkt te denken dat dit autoritair meerderheidsdenken kan dienen als de basis voor solidariteit binnen de EU. Op dit punt vergist hij zich zeer.

Subscribe now
ps subscription image no tote bag no discount

Subscribe now

Get unlimited access to OnPoint, the Big Picture, and the entire PS archive of more than 14,000 commentaries, plus our annual magazine, for less than $2 a week.

SUBSCRIBE

De perverse ideeën van Orbán en zijn mede-populisten over de democratie – om maar te zwijgen over hun pogingen om de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en de vrije pers te ondermijnen – vormen het centrum van de nieuwe kloof tussen Oost en West. Er staat niet één specifiek beleid op het spel, maar er is sprake van een dieper conflict over fundamentele waarden. Het oplossen van deze normatieve controverse zal heel lang duren. De uitdaging voor de EU is het ontwikkelen van een nieuw wederzijds begrip, zonder ook maar een millimeter toe te geven waar het gaat om het hoog houden van haar kernbeginselen.

De EU kan niet overleven als een nationalistisch project, omdat het nationalisme nu juist de impuls was die de EU moest zien te keren. Degenen die erop staan het Europese project anders te willen interpreteren, zaaien de kiemen van zijn vernietiging. Nu de wereld een geopolitieke en economische draai maakt naar de regio van Azië en de Pacific, zou een ineenstorting van de Europese eenheid het continent generaties lang naar de zijlijn verwijzen.

Gelukkig profiteert de Europese solidariteit, afgezien van een gedeeld respect voor democratische waarden, ook van commerciële eenheid. Eén gevolg van het arrangement van na de Koude Oorlog was de schepping van veel nieuwe banen in Oost-Europa, dankzij directe buitenlandse investeringen van West-Europese bedrijven, met name in de auto-industrie. Naast het versterken van de economische omstandigheden in de nieuwe lidstaten hebben deze investeringen ook geleid tot de opkomst van een supranationale Europese auto-industrie, waarvan Oost en West in gelijke mate afhankelijk zijn geworden.

Die industrie staat voor een belangrijke structurele aanpassing, nu zij overstapt van koolstofdioxide uitstotende verbrandingsmotoren op elektrische voertuigen. Maar externe waarnemers zouden kunnen denken dat deze aanpassing een strikt West-Europees – en vooral Duits – initiatief is. In werkelijkheid zullen de komende veranderingen banen in heel Europa betreffen, met name in de oostelijke lidstaten. Het is een gedeelde uitdaging die om een gemeenschappelijke oplossing vraagt. Als de huidige leiders van Oost-Europa dat niet onderkennen, zullen hun landen een hoge prijs betalen.

De uitdaging waar de Europese auto-industrie voor staat is ook een kans om de kloof tussen Oost en West te dichten. De collectieve inspanning die nodig is voor het behoud van Europa's concurrentievoordeel op het gebied van elektrische voertuigen, de digitalisering en andere commerciële terreinen kan de wrok en de verdachtmakingen van de afgelopen vijftien jaar overwinnen en irrelevant maken. Dit kan Europa terugbrengen op het pad naar gedeelde welvaart. Zelfs iemand die zo blind is voor de voordelen van de EU als Orbán zou dat moeten kunnen inzien.

Vertaling: Menno Grootveld

http://prosyn.org/d30JJs4/nl;
  1. haass102_ATTAKENAREAFPGettyImages_iranianleaderimagebehindmissiles Atta Kenare/AFP/Getty Images

    Taking on Tehran

    Richard N. Haass

    Forty years after the revolution that ousted the Shah, Iran’s unique political-religious system and government appears strong enough to withstand US pressure and to ride out the country's current economic difficulties. So how should the US minimize the risks to the region posed by the regime?

Cookies and Privacy

We use cookies to improve your experience on our website. To find out more, read our updated cookie policy and privacy policy.