0

Nieuwe wegen voor leiderschap in de internationale ontwikkeling

SEATTLE – De officiële ontwikkelingshulp (ODA) helpt levens te redden, stabielere en veiliger samenlevingen op te bouwen, en “soft power” in de wereld te projecteren. Dat is een punt waar mijn baas, Bill Gates, onlangs op hamerde toen hij de leidende militaire en veiligheidsdenkers van Groot-Brittannië toesprak op het Royal United Services Institute in Londen.

Bill was gevraagd hoe hij de mensen in Groot-Brittannië zou antwoorden die zich “gedemoraliseerd” voelen door het feit dat Groot-Brittannië een van de zeer weinige landen is die voldoen aan de door de Verenigde Naties gesteunde belofte om 0,7% van het bruto binnenlands product te besteden aan ontwikkelingshulp. Maar het onderstrepen van de impact van de Britse ODA was slechts een deel van zijn antwoord; Bill benadrukte ook dat veel andere landen eveneens aan hun hulpdoelstellingen voldoen.

In Europa halen Denemarken, Nederland, Noorwegen, Luxemburg en Zweden de VN-norm al een tijdje, en Duitsland heeft zich daar onlangs bij gevoegd. Frankrijk is er nog niet, maar heeft wel zijn bijdrage verhoogd.

Buiten Europa behoren Saoedi-Arabië, de Verenigde Arabische Emiraten en Qatar tot de grootste en belangrijkste ODA-donoren ter wereld – een werkelijkheid waarvan veel mensen zich niet bewust zijn. Zij zijn allemaal donoren van het Lives & Livelihoods Fund, het grootste multilaterale ontwikkelingsinitiatief in het Midden-Oosten. De andere donoren van het fonds zijn de Islamitische Ontwikkelingsbank, het Islamitische Solidariteitsfonds voor Ontwikkeling, en de Bill & Melinda Gates Foundation.

Het $2,5 mrd omvattende Lives & Livelihoods Fund ondersteunt cruciale projecten die zich richten op het uitroeien van ziekten, eerstelijns gezondheidszorg, steun voor boeren en fundamentele infrastructuur in de armste gemeenschappen van de islamitische wereld. Het is vorig jaar begonnen met $363 mln aan goedgekeurde fondsen voor zes grote projecten in Arabische en Afrikaanse landen. In februari dit jaar is het eerste initiatief, een project van $32 mln ter bestrijding van malaria in Senegal, van start gegaan, en eerder deze maand werd een nieuwe ronde projecten goedgekeurd, waardoor het totaalbedrag aan geautoriseerde financiering op ruim $600 mln is uitgekomen.

Hulp kan niet alle problemen oplossen waarmee islamitische landen in het Midden-Oosten en Afrika geconfronteerd worden. Maar het kan het ontstaan van stabielere, welvarender en gezondere samenlevingen ondersteunen, die minder kwetsbaar zijn voor burgeroorlogen en terrorisme. De Gates Foundation gelooft dat met name donoren uit de islamitische wereld een integrale rol kunnen spelen bij het aanpakken van armoede en instabiliteit. Samen kan veel meer worden bereikt – door hulpmiddelen te combineren en expertise te delen – dan afzonderlijk.

Binnenlandse projecten kunnen het vermogen van deze landen ondersteunen om het goede voorbeeld te geven als het om internationale ontwikkeling gaat. Het Shaghaf fellowship programma, gesteund door de King Khalid Foundation en de Gates Foundation, is bijvoorbeeld bedoeld om een paar van de slimste jonge Saoedi's – waaronder veel vrouwen – ertoe aan te zetten carrières op te bouwen in de non-profitsector, met veel aandacht voor de lokale en mondiale sociale impact.

Maar de werkelijke sleutel tot succes bij de internationale ontwikkeling is samenwerking. Door hulpmiddelen te combineren en expertise te delen kunnen organisaties als de Gates Foundation en donorregeringen, van Groot-Brittannië tot de Verenigde Arabische Emiraten, veel meer bereiken dan afzonderlijk mogelijk zou zijn.

Gelukkig lijken de regeringen in het Midden-Oosten dit te onderkennen. Zij streven steeds vaker ontwikkelingspartnerschappen na, en er zijn genoeg mogelijkheden. De Verenigde Arabische Emiraten zijn een kampioen in het uitroeien van polio, een onderneming die royaal is gefinancierd door Groot-Brittannië. Qatar is onlangs als donor toegetreden tot de vaccinatie-alliantie Gavi, waarvan Groot-Brittannië de afgelopen jaren de grootste donor is geweest. Saoedi-Arabië is al heel lang donor van het Global Fund for AIDS, Tuberculosis and Malaria, nóg een partnerschap waarbinnen Groot-Brittannië een belangrijke speler is.

Waarnemers wijzen dikwijls op de “soft power”-voordelen van het bieden van hulp aan de ontwikkelingslanden. Maar zij hebben vaak geen oog voor de voordelen die voortvloeien uit het versterken van de relaties tussen donorlanden die samenwerken om de internationale ontwikkeling te bevorderen. Donorlanden zouden er goed aan doen deze werkelijkheid onder ogen te zien en de kansen aan te grijpen om banden op te bouwen met nieuwe mondiale partners die hun toewijding aan armoedebestrijding delen.

Vertaling: Menno Grootveld