0

Een nieuwe richting voor de mondiale gezondheidszorg

NEW YORK – Het is niet moeilijk om vandaag de dag ontmoedigd te raken over de toestand van de internationale samenwerking, maar de mondiale gezondheidszorg blijft een terrein waarop de wereld de krachten heeft gebundeld om veel goede dingen te bewerkstelligen. De afgelopen twaalf jaar hebben internationale initiatieven ervoor gezorgd dat miljoenen konden worden behandeld voor HIV en AIDS, is de inenting van kinderen tegen allerlei ziekten uitgebreid en is er sprake geweest van een dramatische toename van de mondiale steun voor andere uitdagingen op het gebied van de gezondheidszorg, van malaria tot de gezondheid van moeders.

De internationale steun voor de mondiale gezondheidszorg is een investering in de toekomstige welvaart van de ontwikkelingslanden en het welzijn van hun volkeren. Het is ook een investering die de rijkste landen van de wereld zich goed kunnen veroorloven.

Chicago Pollution

Climate Change in the Trumpocene Age

Bo Lidegaard argues that the US president-elect’s ability to derail global progress toward a green economy is more limited than many believe.

De Verenigde Staten geven bijvoorbeeld de grootste bijdrage aan de hulp voor de mondiale gezondheidszorg; toch bedroeg deze investering in 2013 slechts 0,23% van de totale Amerikaanse overheidsuitgaven. Het rendement hiervan is opmerkelijk. De kindersterfte is gekelderd. Miljoenen, die anders zouden zijn omgekomen door HIV en AIDS, zijn nog steeds in leven. Landen die afhankelijk waren van hulp kunnen steeds beter voor zichzelf zorgen – en zijn als gevolg daarvan betere handels- en strategische partners geworden.

Maar de gezondheidszorgbehoeften van lage- en middeninkomenslanden zijn aan het verschuiven. Dramatische veranderingen op het gebied van de verstedelijking, de mondiale handel en de consumentenmarkten – waar de rijke landen tientallen jaren over hebben gedaan – doen zich in een sneller tempo en op veel grotere schaal voor in landen die nu nog steeds arm zijn. Deze ontwikkelingen hebben voor aanzienlijke gezondheidszorgwinst gezorgd, zoals betere sanitaire voorzieningen en hogere voedselproductie, maar ook aanleiding gegeven tot forse uitdagingen.

Ebola is een voorbeeld dat tot de verbeelding spreekt. Tot dit jaar had ebola nog geen tweeduizend levens geëist, allemaal in Midden-Afrika, sinds de ontdekking van de ziekte in 1976. Het virus heeft in 2014 ruim drie keer zoveel mensen van het leven beroofd. Bovendien zijn er genoeg internationale gevallen geweest om de nieuwsuitzendingen te domineren en de kiezers bij de recente Amerikaanse verkiezingen schrik aan te jagen.

Een belangrijke oorzaak is de groei van kleine en middelgrote steden. De verstedelijking in West-Afrika neemt toe in een tempo van 3% per jaar (vergeleken met 0,2% en 0,3% in Noord-Amerika en Europa). Het gevolg is de uitbreiding van nederzettingen geweest van een miljoen mensen of minder, die het moeten doen met zeer beperkte gezondheidszorgvoorzieningen.

Deze benauwde steden zijn ideale broedplaatsen voor de uitbraak van nieuwe infectieziekten als ebola. Nu er steeds meer handel wordt gedreven met West-Afrika en er steeds meer mensen naar deze regio reizen, zullen dit soort uitbraken zich waarschijnlijk verspreiden voordat er sprake zal kunnen zijn van indamming door de internationale gemeenschap.

Een ander voorbeeld van de veranderende behoeften op het gebied van de mondiale gezondheidszorg is de verbluffend snelle toename van hartziekten, kanker en andere niet-besmettelijke ziekten in de lage- en middeninkomenslanden. Terwijl ooit werd gedacht dat dit uitsluitend uitdagingen zouden zijn voor de rijke landen, zijn deze ziekten al snel de voornaamste oorzaak geworden van de sterfte en invaliditeit in de ontwikkelingsregio's. In 2013 vielen er bijna acht miljoen mensen vóór hun zestigste verjaardag ten prooi aan.

In een recent rapport voor de Raad voor Buitenlandse Betrekkingen hebben wij de nadruk gelegd op het contrast tussen de stijging van het aantal gevallen van hartziekten, kanker, diabetes en andere niet-besmettelijke ziekten in ontwikkelingslanden en het succes van de internationale inspanningen op het gebied van HIV/AIDS en andere besmettelijke ziekten. Tussen 1990 en 2010 zijn de sterfte en invaliditeit als gevolg van niet-besmettelijke ziekten in de lageinkomenslanden 300% sneller toegenomen dan het tempo waarin de infectieziekten zijn teruggedrongen.

Een paar van dezelfde factoren die aan het werk zijn bij de recente ebola-uitbraak spelen een rol bij de hoge percentages niet-besmettelijke ziekten. Inwoners van dichtbewoonde stedelijke gebieden in opkomende economieën hebben dikwijls te maken met vervuiling binnen en buiten huis, en kunnen waarschijnlijk minder goed aan adequate voeding komen. De meeste gezondheidszorgsystemen in deze landen zijn niet gebouwd voor chronische of preventieve zorg, en moeten het stellen zonder fundamentele consumentenbescherming. Tussen 1970 en 2000 is de sigarettenverkoop in de ontwikkelingslanden verdrievoudigd. Ziekten die in hogeinkomenslanden voorkomen kunnen worden, zoals baarmoederhalskanker, of die behandelbaar zijn, zoals diabetes, zijn in ontwikkelingslanden vaak doodvonnissen.

De internationale investeringen hebben zich nog niet aangepast aan de veranderende mondiale behoeften op het gebied van de gezondheidszorg, vooral niet als het gaat om niet-besmettelijke ziekten. In 2010 werd $69,38 aan internationale hulp uitgegeven aan ieder jaar dat verloren zou zijn gegaan aan sterfte als gevolg van HIV/AIDS (gemeten in voor invaliditeit aangepaste levensjaren, ofwel DALYs), $16,27 per DALY dat verloren zou zijn gegaan aan malaria, en $5,42 per DALY dat verloren zou zijn gegaan als gevolg van de slechte gezondheidszorg voor moeder en kind. Slechts $0,09 werd echter besteed per DALY dat verloren zou zijn gegaan aan hartziekten, kanker en andere niet-besmettelijke ziekten.

Bovendien wordt de epidemie van niet-besmettelijke ziekten steeds erger. Het World Economic Forum voorspelt in 2030 $21,3 bln aan verliezen als gevolg van deze ziekten in de ontwikkelingslanden.

Toch is er vooruitgang mogelijk op dit terrein. Ondanks de veel hogere obesitas-percentages in de hogeinkomenslanden zijn voortijdige sterfte en invaliditeit als gevolg van hartziekten, kanker en andere niet-besmettelijke ziekten daar aanzienlijk afgenomen. De meeste instrumenten en beleidsmaatregelen die ten grondslag liggen aan dit succes zijn goedkoop, maar worden niet breed ingezet in de ontwikkelingslanden. Dit zijn bijvoorbeeld goedkope geneesmiddelen om het aantal hartaanvallen te verminderen, vaccins ter voorkoming van baarmoederhalskanker, en dezelfde tabaksaccijnzen en reclameregels die het roken in Europa en de VS drastisch hebben teruggedrongen. Pilot-programma's hebben deze instrumenten en beleidsmaatregelen met succes geïntegreerd in met donorgeld gefinancierde programma's ten aanzien van HIV/AIDS en andere infectieziekten in de lage- en middenkomenslanden.

Fake news or real views Learn More

Als de lage- en middeninkomenslanden de komende tien jaar de preventie en behandeling van niet-besmettelijke ziekten in hetzelfde tempo kunnen verbeteren als het gemiddelde rijke land tussen 2000 en 2013 heeft weten te bewerkstelligen, zouden ruim vijf miljoen sterftegevallen kunnen worden voorkomen. Dit rendement is vergelijkbaar met de meest succesvolle mondiale gezondheidszorginvesteringen in HIV en kinderinenting, en het is een investering die de moeite waard is, om precies dezelfde reden: een vreedzame, solidaire wereldeconomie veronderstelt nu eenmaal gezondere en productievere levens.

Vertaling: Menno Grootveld