2

Demografie en ontwikkeling

WASHINGTON, DC – Het volbrengen van de ambitieuze Sustainable Development Goals – die tot doel hebben de armoede te beëindigen, en gedeelde welvaart en duurzaamheid te bevorderen, tussen nu en 2030 – vereist het overkomen van een aantal grote obstakels, variërend van het veiligstellen van genoeg financiering om de klimaatverandering het hoofd te bieden, tot het in goede banen leiden van macro-economische schokken. Maar er één potentieel obstakel dat een verhulde zegen zou kunnen blijken te zijn: de diverse demografische verschuivingen die de komende jaren plaats zullen vinden.

Tegen de tijd dat de SDG-agenda zijn einddatum nadert zullen er wereldwijd een geschatte 8,5 miljard mensen zijn. Twintig jaar later – over slechts vierendertig jaar – zullen dat er bijna tien miljard zijn, ofwel 2,5 miljard meer mensen op aarde dan nu. Hoe zal zo een wereld er uit zien? Waar moeten al deze mensen leven? Hoe zullen ze rondkomen? Zullen ze nationale economieën gaan versterken of verzwakken?

Voor aanwijzingen hieromtrent kunnen we vijfendertig jaar in het verleden kijken, naar de vroege jaren tachtig. De president van de Verenigde Staten Ronald Reagan, de Chinese leider Deng Xiaoping, de Britse premier Margaret Thatcher, de Franse president François Mitterrand, en president van de Sovjet-Unie Michael Gorbatsjov bevolkten de krantenkoppen. De verkoop van personal computers was nog nihil, en kinderen streden met Rubick’s kubus tegen elkaar, in plaats van met augmented reality Pokémon.

Op dat moment bedroeg de wereldbevolking ongeveer 4,5 miljard, waarvan 42% - bijna twee miljard mensen – in extreme armoede leefde. De excessieve groei van de bevolking, zo werd gevreesd, zou de landbouwproductie inhalen en zo nog meer armoede veroorzaken.