1

Smaad en ontwikkeling in de Arabische wereld

AMMAN – Nu het gewelddadige racisme en de burgeroorlogen van het Midden-Oosten en Noord-Afrika in het middelpunt van de belangstelling staan, krijgen de verwrongen rechtssystemen van de regio weinig aandacht. Maar problematische wetten die smaad strafbaar stellen, waardoor de politieke en economische onderdrukking wordt gefaciliteerd, ondermijnen de ontwikkeling en verwoesten levens.

De regering van Egypte maakt wellicht het vaakst misbruik van wetten tegen smaad en godslastering om afwijkende meningen te onderdrukken. De Egyptische autoriteiten gebruiken in het bijzonder op zeer brutale wijze Artikel 98(f) uit het Egyptisch wetboek van strafrecht – dat burgers verbiedt een “hemelse religie” te belasteren, op te roepen tot sektarische strijd, of de Islam te beledigen – om leden van religieuze minderheidsgroeperingen, vooral Christenen, te vervolgen en gevangen te zetten. Al wat hiervoor nodig is, is een vage claim dat hun activiteiten de “harmonie van de gemeenschap” bedreigen.

Chicago Pollution

Climate Change in the Trumpocene Age

Bo Lidegaard argues that the US president-elect’s ability to derail global progress toward a green economy is more limited than many believe.

Bovendien kreeg de schrijver Ahmed Naji onlangs een gevangenisstraf van twee jaar opgelegd wegens het schenden van de “publieke zedigheid” door een seksueel expliciete passage uit zijn roman te publiceren. Dit kwam een maand nadat auteur Fatma Naoot in beroep ging tegen de gevangenisstraf van drie jaar die zij kreeg toen een Facebook-post, waarin zij het slachten van dieren voor een islamitisch feest bekritiseerde, leidde tot een veroordeling wegens “minachting voor de Islam”. De lijst gaat maar door.

Onheilspellend genoeg zijn godslasteringszaken volgens een rapport uit 2015 van de Amerikaanse Commissie voor de Internationale Godsdienstvrijheid sinds 2011 in opkomst. In januari 2015 publiceerde president Abdel Fatah al-Sisi een decreet dat de overheid het recht geeft buitenlandse publicaties te verbieden, die zij aanstootgevend acht voor de religie, waardoor de toch al aanzienlijke censuur-gerelateerde bevoegdheden van de regering worden uitgebreid en de druk op journalisten verder toeneemt.

De situatie is niet veel beter in Tunesië, waar – aldus het rapport uit 2015 van Freedom House  –  “strafrechtelijke smaad een van de grootste obstakels blijft voor de onafhankelijke verslaggeving.” Bovendien zijn velen bezorgd dat de zojuist opgerichte onderzoeksdienst voor cybercriminaliteit “onbeperkte overheidscontrole op Tunesische burgers” zal uitoefenen, zoals ook het geval was onder de vroegere president Zine El Abidine Ben Ali, die tijdens de revolutie van de Arabische Lente is gewipt.

Jordanië heeft eveneens zijn pogingen om de vrijheid van meningsuiting te beperken geïntensiveerd, via een uit juni 2015 stammend amendement op de wet op de cybermisdaad, waarin de procureur-generaal het recht krijgt zonder gerechtelijk bevel iedereen vast te houden die wordt verdacht van het gebruik van het internet voor smaad. Hoewel de Jordaanse wet op de pers en de uitgeverijen de arrestatie van journalisten verbiedt op grond van meningen die zij in gedrukte vorm verspreiden, zijn journalisten nu vogelvrij als deze opinies online verschijnen. En inderdaad zijn tegen diverse journalisten al aanklachten ingediend.

Een van de bekendste smaadzaken in het hedendaagse Midden-Oosten gaat over Najat Abu Bakr, een lid van het parlement van Palestina. Zij werd voor ondervraging opgeroepen door de procureur-generaal, nadat zij Hoessein al-Araj, een minister met nauwe banden met president Mahmoud Abbas, van corruptie had beticht. Tot deze stap lijkt ook te zijn overgegaan door de steun van Bakr voor een lerarenstaking op de Westoever, die de regering van Abbas in verlegenheid heeft gebracht.

Hoewel de procureur-generaal van Palestina, op basis van de bestaande wetgeving tegen smaad, een persoon 48 uur lang voor ondervraging mag vasthouden, hebben mensenrechtengroeperingen de stap veroordeeld. Bakr heeft op haar beurt geweigerd gehoor te geven aan de oproep, en is een sit-in begonnen in het parlementsgebouw. Palestijnse veiligheidstroepen hebben het gebouw omsingeld, maar probeerden haar niet te arresteren.

De intensivering – en de steeds bredere toepassing – van smaadwetten in het Midden-Oosten en Noord-Afrika is een gevaarlijke ontwikkeling, die een steeds krachtiger reactie teweegbrengt van groeperingen uit de samenleving. De zaak van Naji heeft bijvoorbeeld Egyptische schrijvers, kunstenaars en filmmakers ertoe aangezet een publieke campagne te lanceren voor meer creatieve vrijheid.

Bovendien heeft de voormalige Google-functionaris Wael Ghonim, die actief is geweest in de opstand van 2011 in het land, de uitspraak tegen Naji publiekelijk veroordeeld. En diverse staatspublicaties op cultureel gebied verschenen met Naji op hun voorpagina, of met een paar woorden waarin steun voor de vrijheid van meningsuiting werd uitgesproken, terwijl de rest van de pagina blanco werd gelaten.

In Jordanië heeft een coalitie onder leiding van het Centrum voor de Verdediging van de Vrijheid van Journalisten een nieuwe campagne gelanceerd, “Talk is Not a Crime” (“Praten is geen misdaad”), om het bewustzijn te verhogen over de teruglopende mediavrijheid. En in Palestina hebben de protesten tegen het gebruik van smaadwetten om politieke tegenstanders gevangen te kunnen zetten aan vaart gewonnen, waarbij de publieke steun voor Bakr een sleutelrol heeft gespeeld in het bevorderen van het akkoord dat het mogelijk heeft gemaakt dat zij naar haar huis in Nabloes terugkeerde zonder te worden gearresteerd of te worden opgepakt voor ondervraging.

Protesten tegen individuele gevallen hebben slechts een beperkt effect. Campagnes moeten zich richten op échte veranderingen in de smaadwetten, om te verzekeren dat regeringen die niet kunnen gebruiken om afwijkende meningen het zwijgen op te leggen. Het belangrijkste zal zijn het strafrechtelijke element uit smaadzaken te verwijderen, en daarmee het vooruitzicht op gevangenisstraf, en ze in plaats daarvan als civiele zaken te behandelen, waarbij degenen die schuldig worden bevonden aan smaad onderworpen worden aan redelijke boetes.

Fake news or real views Learn More

Het zal niet makkelijk zijn wetsopstellers ertoe te brengen smaad te decriminaliseren. Maar via een gezamenlijke inspanning van alle relevante partijen – vooral de media, de burgermaatschappij, en mensenrechtenactivisten – plus de steun van regionale en internationale spelers, is het mogelijk. Gezien het cruciale belang van de vrijheid van meningsuiting voor economische en sociale vooruitgang is er geen tijd te verliezen.

Vertaling: Menno Grootveld