5

Informatieoorlog versus zachte macht

CAMBRIDGE – De Russische bemoeienis met de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 en het vermeende inbreken door Russische hackers in de computersystemen van het campagneteam van de nieuwe Franse president Emmanuel Macron hoeven niemand te verbazen, gezien de misvatting van de Russische president Vladimir Poetin over het begrip “zachte macht.” Vóór zijn herverkiezing in 2012 zei Poetin tegen een Moskouse krant dat 'zachte macht een samenstel van doelen en middelen is om doelstellingen op buitenlands politiek gebied te bereiken zonder het gebruik van geweld, via informatie en andere manieren om invloed te bewerkstelligen.'

Vanuit het perspectief van het Kremlin waren de zogenoemde “kleurenrevoluties” in aangrenzende landen en de opstanden van de Arabische Lente voorbeelden van het gebruik van zachte macht als een nieuwe vorm van hybride oorlogvoering. Het concept “zachte macht” is in 2013 opgenomen in Ruslands Concept voor het Buitenlands Beleid, en in maart 2016 zei de Russische chef van de generale staf Valery Gerasimov dat het reageren op zulke dreigingen “met conventionele troepen onmogelijk is; zij kunnen slechts worden beantwoord met dezelfde hybride methoden.”

Wat is zachte macht? Sommigen menen dat het iedere vorm van actie is, behalve het gebruik van militair geweld, maar dat klopt niet. Zachte macht is het vermogen om te verkrijgen wat je wil door aantrekkingskracht en overreding in plaats van het uitoefenen van dwang of het doen van aanbiedingen om te betalen.

Zachte macht is op zichzelf noch goed noch slecht. Waardeoordelen hangen af van de doeleinden, middelen en gevolgen van een daad. Het is niet per se beter om iemands geest te beïnvloeden dan om hem of haar een arm uit te draaien (hoewel het slachtoffer doorgaans meer autonomie heeft in geestelijke dan in lichamelijke processen). Osama bin Laden heeft de mannen die de vliegtuigen in september 2001 het World Trade Center binnenvlogen bedreigd noch betaald: hij verleidde hen met zijn ideeën om kwaad aan te richten.

De zachte macht van aantrekkingskracht kan worden aangewend voor offensieve doeleinden. Landen hebben miljarden uitgegeven aan publieke diplomatie en radio- en televisie-uitzendingen, in een spel van concurrerende aantrekkingskracht – het “gevecht om de harten en zielen.” Instrumenten van zachte macht als het Marshall Plan en de radiozender Voice of America hebben de uitkomst van de Koude Oorlog helpen bepalen.

Na de Koude Oorlog geloofden de Russische elites dat de uitbreiding van de Europese Unie en de NAVO, en de westerse pogingen om de democratie te bevorderen, bedoeld waren om Rusland te isoleren en te bedreigen. In reactie daarop probeerden zij de Russische zachte macht te ontwikkelen door een ideologie van traditionalisme, staatssoevereiniteit en nationale exclusiviteit te propageren. Dit vond weerklank in landen als Hongarije, waar premier Victor Orbán de “illiberale democratie” heeft geprezen, in de diaspora langs de Russische grenzen, in de verarmde landen van Centraal-Azië, en onder rechts-populistische bewegingen in West-Europa.

De informatieoorlog kan offensief worden ingezet om concurrenten van hun macht te ontdoen, hetgeen kan worden beschouwd als “negatieve zachte macht.” Door de waarden van anderen aan te vallen kun je hun aantrekkingskracht en dus hun relatieve zachte macht verminderen.

Niet-gouvernementele spelers begrijpen al lange tijd dat multinationale ondernemingen kwetsbaar zijn voor aantasting van hun goede naam door “naming and shaming”-campagnes. Het beschikbare bewijsmateriaal duidt erop dat toen de Russen in 2015 hun inmenging begonnen in de Amerikaanse presidentsverkiezingen, hun doel was het Amerikaanse democratische proces te bezoedelen en in diskrediet te brengen. De verkiezing van Donald Trump, die Poetin heeft geprezen, was een bonus.

Nu is de Russische bemoeienis met de binnenlandse politiek van Europese democratieën bedoeld om de aantrekkingskracht terug te dringen van de NAVO, de belichaming van de westerse harde macht, die Rusland als een bedreiging ziet. In de de 19e eeuw was de uitkomst van de strijd om de heerschappij over Europa vooral afhankelijk van de vraag wiens leger won; vandaag de dag is het ook afhankelijk van de vraag wiens verhaal wint.

Informatieoorlog gaat verder dan zachte macht en is niet nieuw. De manipulatie van ideeën en verkiezingsprocessen via contante betalingen kent een lange geschiedenis, en zowel Hitler als Stalin waren pioniers in radio-aanvallen. Maar te propagandistische uitzendingen ontberen geloofwaardigheid en oefenen op sommige publieksgroepen dan ook geen aantrekkingskracht uit.

Nu de internationale politiek een spel van concurrerende geloofwaardigheid is geworden, zijn uitwisselingsprogramma's waarbij persoonlijke banden tussen studenten en jonge leiders worden gesmeed veel effectievere manieren om zachte macht te bewerkstelligen. In de jaren zestig zei de omroepbaas Edward R. Murrow dat het belangrijkste deel van de internationale communicatie niet de duizenden kilometers elektronica omvat, maar de laatste paar meters van persoonlijk contact.

Maar wat gebeurt er in de hedendaagse wereld van de sociale media, waar “vrienden” slechts een klik van je verwijderd zijn, fake-vrienden makkelijk gemaakt kunnen worden, en fake-nieuws kan worden gegenereerd en verspreid door betaalde “trollen” en mechanische bots? Rusland heeft deze technieken geperfectioneerd.

Naast formele spreekbuizen van de publieke diplomatie als Russia Today en Sputnik heeft Rusland legers betaalde trollen en botnets in dienst, om valse informatie te produceren die later kan worden verspreid en gelegitimeerd alsof het waar was. In 2016 ging de Russische militaire spionage nog een stap verder door in te breken in het computernetwerk van het Democratische Nationale Comité, informatie te stelen en die online vrij te geven, om de presidentskandidatuur van Hillary Clinton te schaden.

Hoewel de informatieoorlog niets nieuws is, maakt cybertechnologie hem goedkoper, sneller en verreikender, moeilijker te ontdekken en makkelijker te ontkennen. Maar terwijl de Russische informatieoorlog ietwat succesvol is geweest in termen van ontwrichting, door de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 2016 enigszins te beïnvloeden, is hij mislukt als het gaat om het genereren van zachte macht. De Portland Consultancy in Londen publiceert een “Soft Power 30”-index, waarop Rusland op de 27e plaats prijkt.

In 2016 ontdekte het Finse Instituut voor Internationale Zaken dat de Russische propaganda weinig invloed had op de mainstreammedia in het Westen, en nooit tot enige beleidsverandering had geleid. En uit een opiniepeiling in december van de Chicago Council on Global Affairs bleek dat de populariteit van Rusland onder de Amerikanen het laagst was sinds het Koude Oorlogsjaar 1986.

In plaats van de Trump-bonus te incasseren heeft de Russische informatieoorlog de Amerikaanse president ironisch genoeg enorm gehandicapt door Ruslands zachte macht in Amerika te verminderen. Sommige analisten wijzen eropdat het beste antwoord op een “vloedgolf van onwaarheden” niet het reageren op iedere leugen is, maar het waarschuwen en beschermen tegen het proces. Uit de overwinning van Macron in Frankrijk blijkt dat de Europese verkiezingen van 2017 hiervan kunnen profiteren.

Vertaling: Menno Grootveld