Close-up of money on keyboard Tom Baker / EyeEm/Getty Images

Waarom zouden we het monetaire wiel opnieuw uitvinden?

LONDEN – Inzinkingen zijn altijd dankbare tijden geweest voor monetaire experimenten, en de economische crisis van 2008-2009 vormde hier geen uitzondering op. Ten grondslag aan dit verschijnsel ligt het instinctieve gevoel dat economische rampen monetaire oorzaken moeten hebben en dus met monetaire middelen bestreden moeten worden. Er is ofwel te veel geld, wat tot inflatie leidt, of te weinig, wat tot een depressie leidt. Het doel van monetaire hervormers – waartussen zich altijd een groot aantal bedriegers en fanaten bevindt – is het “op orde houden van het geld” en het voorkomen dat de wederwaardigheden ervan de “echte” economie van productie en handel zullen ontwrichten.

Een tweede motief voor monetaire hervormingen was het vermijden van drastischer ingrepen in de gevestigde orde. Als monetaire fluctuaties de voornaamste oorzaak zijn van economische fluctuaties, en als je de juiste hoeveelheid geld kunt garanderen ter ondersteuning van de normale bedrijfsactiviteiten, zal er geen behoefte bestaan aan overheidsingrijpen. Dit is altijd de voornaamste boodschap geweest van economen die in de vrije markt geloofden.

Weinigen herinneren zich dat quantitative easing (kwantitatieve versoepeling, QE) de start markeerde van de New Deal van de Amerikaanse president Franklin D. Roosevelt. Toen de VS eenmaal de gouden standaard hadden omarmd, kocht het ministerie van Financiën goud om de prijs omhoog te krijgen en op die manier de koopkracht te vergroten van zwaar in de schulden zittende boeren. De goudkoopwoede van FDR, destijds door John Maynard Keynes beschreven als “de gouden standaard aan de drank,” is over het algemeen als ondoelmatig van de hand gewezen. Maar om de crisis van 2008 tot staan te brengen hebben de monetaristisch ingestelde voorzitter van de US Federal Reserve, Ben Bernanke, en andere centrale bankiers dit instrument nieuw leven ingeblazen in de vorm van enorme aankopen van staatsobligaties. “Onconventioneel monetair beleid” – Keynes zou het beslist “centraal bankieren aan de drank” hebben genoemd – was het standaard-herstelmechanisme. Hoewel het grootste deel van het nieuwe geld werd opgepot of gebruikt voor speculatie, is QE erin geslaagd de roep om een expansief begrotingsbeleid te doen verstommen.

In het kielzog van beide inzinkingen werden bankhervormingen eveneens krachtig bepleit. In 1933 weerhield de Amerikaanse Glass-Steagall Act bankeigenaren ervan te speculeren met het ingelegde geld van hun klanten. Na 2009 hadden de Amerikaanse Dodd-Frank Act, het Vickers Report in Groot-Brittannië en het Liikanen-rapport van de Europese Unie eveneens ten doel het banksysteem “beter bestand” te maken tegen “schokken.” Hoewel de schokken voor het banksysteem het gevolg en niet de oorzaak waren van de schokken in de economie, werd dit genegeerd: zorg ervoor dat het met het geld en de banken weer in orde komt, zo luidde het argument, en de schokken zouden ophouden.

Dit is de context waarin de opkomst van cryptocurrencies – de jongste explosie van monetaire manie – moet worden begrepen. Deze “peer-to-peer elektronische cash-systemen” stellen zich ten doel economische noden te bezweren via monetaire maatregelen, waarbij ditmaal de banken in het geheel worden gepasseerd. Waarom hebben we deze zieke intermediairs überhaupt nodig, zo vragen beleggers in cryptocurrencies zich af, als we elektronische opslag- en transactiesystemen kunnen bouwen, die veilig zijn voor hun gebruikers en onzichtbaar voor zogenaamde controleurs?

De technische details van de nieuwe systemen voor het scheppen van geld zijn moeilijk te begrijpen, maar dit geldt niet voor hun inspiratiebron. De opkomst van Bitcoin in januari 2009 viel samen met de bankencrisis. Banken gingen failliet of werden van de insolvabiliteit gered door de belastingbetalers. Begrijpelijkerwijs wilden mensen een manier zien te vinden om hun geld en hun monetaire transacties buiten het bereik van failliserende banken en vraatzuchtige belastingautoriteiten te houden. De nieuwe cryptocurrency bood uitkomst.

Subscribe now

Exclusive explainers, thematic deep dives, interviews with world leaders, and our Year Ahead magazine. Choose an On Point experience that’s right for you.

Learn More

Er lagen vele motieven ten grondslag aan de aantrekkingskracht van Bitcoin, niet in de laatste plaats de mogelijkheden die de digitale munt bood voor speculatie, drugshandel en het witwassen van zwart geld. Maar achter de banalere motieven school de droom van Friedrich Hayek van een vrije markt voor geld. Hayek introduceerde zijn voorstel voor particulier uitgegeven concurrerende munten op het hoogtepunt van de inflatiegolf midden jaren zeventig, die hij toeschreef aan de buitensporige kredietschepping door de centrale banken. “Als we willen dat de vrije ondernemingsgewijze productie … overleeft,” zo betoogde hij, “hebben we geen andere optie dan het overheidsmonopolie op geldschepping en de nationale muntsystemen te vervangen door vrije concurrentie.” Het was onmogelijk de overheid ervan te weerhouden geld te corrumperen, zo schreef Hayek. “De overheid heeft gefaald, moet falen en zal blijven falen in het terbeschikkingstellen van goed geld.”

Bitcoin kan worden beschouwd als een poging om een nieuwe technologie te gebruiken ter voorkoming dat het met geld de verkeerde kant op gaat. Het totale aanbod aan bitcoins staat bijvoorbeeld vast, zoals dat ook – min of meer – het geval is met een door goud geschraagde munt. Hoewel bitcoin uit het niets is geschapen, zal de munt paradoxaal genoeg geen mogelijkheid bieden voor geld-“schepping.” Bitcoin zal in steeds kleiner wordende hoeveelheden wordt “gedolven” totdat er in 2040 niets meer te delven is en er in totaal 21 miljoen digitale munten zijn. Met andere woorden: de munt kent geen elasticiteit. Dit betekent dat de munt, lang voordat de bitcoin-“mijn” is uitgeput, op hetzelfde probleem zal stuiten als de gouden standaard: er kan niet genoeg geld in omloop worden gebracht ter ondersteuning van een groeiende economie en bevolking. Dit probleem zou nog worden verscherpt door iedere neiging om bitcoins op te potten.

Tegelijkertijd bieden cryptocurrencies geen bescherming tegen inflatie. Hayek dacht dat een op concurrentie gebaseerd muntstelsel uiteindelijk zou leiden tot een monopolie van de munt die zijn waarde het best weet vast te houden. Maar we zijn uiteraard gedurende de hele geschiedenis al door dit proces heengegaan van het uitwieden van inflatie veroorzakende munten, om uiteindelijk bij centrale banken uit te komen. Het is verbazingwekkend dat iemand het nodig vindt deze stappen te herhalen om uiteindelijk op dezelfde plek uit te komen.

Feit is dat menselijke samenlevingen geen betere manier hebben gevonden om de waarde van geld ruwweg constant te houden dan door te vertrouwen op centrale banken om controle uit te oefenen op de gelduitgifte, en rechtstreeks of indirect in te grijpen in het kredietvolume dat door het commerciële bankenstelsel wordt gecreëerd. De Hayekiaanse diagnose van de jongste crisis – de excessieve kredietschepping door de banken – is tot op zekere hoogte correct. Maar je hoeft je alleen maar af te vragen waarom dit is gebeurd om te begrijpen dat er geen automatische antwoorden bestaan op de vraag, of oplossingen voor het probleem. Het is niet helemaal juist om te zeggen: “Zorg goed voor de economie en het geld zal voor zichzelf zorgen.” Maar dit ligt dichter bij de waarheid dan het geloof dat monetaire hervormingen op zichzelf de problemen van een zieke economie zullen genezen.

Vertaling: Menno Grootveld

http://prosyn.org/TN2I62A/nl;

Cookies and Privacy

We use cookies to improve your experience on our website. To find out more, read our updated cookie policy and privacy policy.