Skip to main content

Cookies and Privacy

We use cookies to improve your experience on our website. To find out more, read our updated Cookie policy, Privacy policy and Terms & Conditions

stiglitz265_Kanok Sulaiman Getty Images_stockmarketdatagraph Kanok Sulaiman/Getty Images

Is economische groei passé?

NEW YORK – Het is duidelijk: we leven boven de grenzen van onze planeet. Tenzij we iets veranderen, zullen de gevolgen zwaar zijn. Zou dat iets onze gerichtheid op economische groei moeten zijn?

De klimaatverandering vertegenwoordigt het meest in het oog lopende risico waar we voor staan, en we krijgen al een glimp van de kosten. En bij die “wij” reken ik ook de Amerikanen. De Verenigde Staten, waar een belangrijke politieke partij wordt gedomineerd door ontkenners van de klimaatverandering, zijn de grootste uitstoter van broeikasgassen  per hoofd van de bevolking ter wereld en het enige land dat weigert zich te houden aan de klimaatovereenkomst van Parijs uit 2015. Er schuilt dus een zekere ironie in het feit dat de VS een van de landen is geworden met het hoogste niveau van schade aan eigendommen, geassocieerd met extreme weersgebeurtenissen als overstromingen, branden, orkanen, droogtes en bittere kou.

Op een gegeven moment hoopten sommige Amerikanen zelfs dat de klimaatverandering hen ten goede zou komen. De kustwateren van Maine zouden bijvoorbeeld zwembaar kunnen worden. Zelfs vandaag de dag nog zijn er een paar economen die nog steeds geloven dat er niet veel is om ons zorgen over te maken, zolang we de stijging van de gemiddelde temperatuur op aarde maar beperken tot 3 à 4º Celsius, in vergelijking met de limiet van 2ºC uit het akkoord van Parijs. Dit is een dwaze gok. De concentraties broeikasgassen zullen naar verwachting het hoogste niveau in miljoenen jaren bereiken, en we kunnen nergens anders heen als we die gok verliezen.

De onderzoeken waaruit zou moeten blijken dat we hogere temperaturen goed aankunnen laten zeer te wensen over. Omdat de juiste risicoanalyses bijvoorbeeld systematisch achterwege worden gelaten, kennen hun modellen niet voldoende gewicht toe aan de waarschijnlijkheid van “slechte uitkomsten.” Hoe groter het gewicht dat we toekennen aan het risico van slechte uitkomsten, en hoe slechter die uitkomsten zijn, des te meer voorzorgsmaatregelen we zouden moeten treffen. Door weinig gewicht – veel te weinig gewicht – toe te kennen aan zeer negatieve uitkomsten, zijn deze onderzoeken systematisch bevooroordeeld tegen dat soort maatregelen.

Bovendien onderschatten deze onderzoeken de niet-lineariteit van de oplopende schade. Met andere worden: onze economische en ecologische systemen kunnen goed bestand zijn tegen kleine temperatuurveranderingen, waarbij de schade louter geleidelijk oploopt als de temperatuur stijgt, maar zodra de klimaatverandering een bepaalde drempel bereikt, stijgt de omvang van de schade veel sneller dan de temperatuurstijging. Het verlies van oogsten wordt bijvoorbeeld een serieus probleem ten gevolge van extreme koude of droogte. Terwijl een bescheiden mate van klimaatverandering het risico van koude of droogte wellicht nauwelijks beïnvloedt, kan een hogere mate het risico daarvan disproportioneel laten stijgen.

Juist als de gevolgen van de klimaatverandering zo groot zijn, zijn we het minst in staat om de kosten ervan te absorberen. Er is geen verzekeringsfonds waar we een beroep op kunnen doen als we investeringen nodig hebben die een antwoord bieden op grote stijgingen van de zeespiegel, onvoorziene gezondheidsrisicoʼs en migratie op een enorme schaal, als gevolg van de klimaatverandering. Het is een feit dat onze wereld onder deze omstandigheden armer zal zijn, en minder goed in staat om deze verliezen op te vangen.

Subscribe now
Bundle2020_web

Subscribe now

Subscribe today and get unlimited access to OnPoint, the Big Picture, the PS archive of more than 14,000 commentaries, and our annual magazine, for less than $2 a week.

SUBSCRIBE

Tenslotte bagatelliseren degenen die pleiten voor een afwachtende houding jegens de klimaatverandering – omdat het geldverspilling zou zijn om vandaag de dag grote stappen te zetten voor onzekere risicoʼs in de verre toekomst – de toekomstige verliezen enorm. Dat wil zeggen: als je iets doet dat gevolgen heeft voor de toekomst, moet je altijd de huidige waarde van de toekomstige baten en lasten inschatten. Als een dollar over vijftig jaar hetzelfde waard zou zijn als een dollar vandaag de dag, zou je gemotiveerd kunnen zijn om je best te doen om een verlies te voorkomen; maar als een dollar over vijftig jaar slechts drie cent waard is, zou je dat niet doen.

De discontovoet (hoe we toekomstige baten en lasten waarderen in verhouding tot vandaag) wordt derhalve cruciaal. De regering van de Amerikaanse president Donald Trump heeft feitelijk gezegd dat je vandaag de dag niet meer dan grofweg drie cent zou willen uitgeven om een verlies van een dollar over vijftig jaar te voorkomen. Toekomstige generaties doen er dus niet zo veel toe. Dit is ethisch gezien fout. Maar de pleitbezorgers van niets doen, die alle vooruitgang negeren die de afgelopen halve eeuw in de publieke economie is bereikt en anders uitwijst, betogen dat de economische efficiency dit vereist. Zij hebben het bij het verkeerde eind.

Wij moeten nú krachtige maatregelen nemen om de klimaatramp te voorkomen waar de wereld op afstevent. Het is een welkome ontwikkeling dat zo veel Europese leiders in de frontlinie staan van pogingen om ervoor te zorgen dat de wereld in 2050 koolstofneutraal zal zijn. In het rapport van de High-Level Commission on Carbon Prices, waar ik samen met Nicholas Stern voorzitter van was, wordt betoogd dat we het doel van het akkoord van Parijs van het beperken van de opwarming van de aarde tot 2ºC kunnen bereiken op een manier die de levensstandaard verhoogt: de transitie naar een groene economie kan de innovatie en de welvaart bevorderen.

Dit gezichtspunt scheidt ons van degenen die opperen dat de doelstellingen van het akkoord van Parijs alleen maar kunnen worden verwezenlijkt door het stopzetten van de economische groei. Ik denk dat dat verkeerd is. Hoe misplaatst de obsessie met een steevast stijgend bbp ook mag zijn, miljarden mensen zullen dan zonder toereikende voeding, behuizing, kleding, onderwijs en medische zorg blijven. Maar er is genoeg ruimte om de kwaliteit van de groei te veranderen, en om de ecologische impact ervan aanzienlijk terug te dringen. Zelfs zonder grote technologische stappen kunnen we bijvoorbeeld koolstofneutraal zijn in 2050.

Maar dat zal niet vanzelf gaan, en het zal ook niet gebeuren als we het gewoon aan de markt overlaten. Het zal alleen maar gebeuren als we een hoog niveau van publieke investeringen koppelen aan strenge regelgeving en een toereikende beprijzing van de ecologische gevolgen. En het kan en zal niet gebeuren als we de last van de aanpassing op de schouders van de armen leggen: ecologische duurzaamheid kan louter bereikt worden in samenhang met pogingen om tot grotere sociale rechtvaardigheid te komen.

Vertaling: Menno Grootveld

https://prosyn.org/Q7rI3C7nl;