3

Inclusieve groei is afhankelijk van steden

PARIJS, WASHINGTON, DC – We leven in turbulente tijden, en de ontevredenheid onder het volk over de status quo neemt toe. De redenen daarvoor lopen van land tot land uiteen, maar overal is de rode draad een groeiend besef dat de economie slechts weinigen werkelijk ten goede komt.

De vruchten van de economische groei komen inderdaad steeds vaker louter bij de allergrootste verdieners terecht. In de OESO-landen verdienen de mensen in de bovenste 10% van de inkomensdistributie tien maal méér dan de mensen in de onderste 10% – tegen zeven maal zoveel bijna dertig jaar geleden. In 2012 nam van de 18 OESO-landen met vergelijkbare gegevens de bovenste 10% de helft van de totale welvaart van de huishoudens voor zijn rekening, terwijl de onderste 40% het met 3% moest doen.

We betalen allemaal een prijs als de ongelijkheid nieuwe hoogten bereikt. In een reeks OESO-landen ging de stijgende ongelijkheid tussen 1990 en 2010 ten koste van 6-10 procentpunten van het totale bbp. Als de armste mensen hun potentieel niet kunnen waarmaken, is de economische groei de klos.

Nu beleidsmakers en politieke leiders naar manieren kijken om de economische groei inclusiever te maken, zullen steden een centrale rol spelen in iedere oplossing. Uit een onderzoek onder de OESO-landen blijkt dat de helft van de totale bevolking in steden woont van 500.000 inwoners of méér, en dat steden sinds 2001 60% van de totale werkgelegenheidsgroei en de groei van het bbp voor hun rekening hebben genomen.