13

De limieten van de Chinese zachte macht

CAMBRIDGE – China heeft grote inspanningen gedaan om zijn vermogen om andere landen zonder geweld of dwang te beïnvloeden te vergroten. In 2007 vertelde toenmalig president Hu Jintao de communistische partij dat het land zijn zachte macht moest vergroten; president Xi Jinping herhaalde dezelfde boodschap vorig jaar. Zij weten dat een slimme strategie voor een land als China, wiens groeiende economische en militaire macht het gevaar in zich dragen zijn buren af te schrikken tot het vormen van coalities om hieraan tegenwicht te bieden, altijd inspanningen om minder afschrikwekkend te lijken moet omvatten. Maar hun ambities op het gebied van zachte macht hebben nog steeds met grote hindernissen te maken.

Het is een feit dat de Chinese inspanningen enig effect hebben gehad. Nu China landen lid weet te maken van zijn Aziatische Infrastructuur Investeringsbank en miljarden dollars hulp uitdeelt tijdens staatsbezoeken in het buitenland maken sommige waarnemers zich zorgen dat het qua zachte macht de leiding over zou kunnen nemen van landen als de Verenigde Staten. De Amerikaanse sinoloog David Shambaugh schat bijvoorbeeld dat het land ongeveer 10 miljard dollar per jaar besteed aan ‘externe propaganda’. Ter vergelijking besteedde de VS vorig jaar afgelopen jaar slechts 666 miljoen dollar aan publieke diplomatie.

Toch hebben de miljarden dollars die China aan zijn charmeoffensief besteed slechts een beperkt rendement. Peilingen in Noord-Amerika, Europa, India en Japan laten zien dat de opinie over de invloed van China overwegend negatief is. Het land wordt in Zuid-Amerika en Afrika positiever bekeken, waar het geen territoriale disputen heeft en zorgen over mensenrechten niet altijd hoog op de agenda staan. Maar zelfs in veel landen in die regio’s zijn Chinese praktijken zoals het importeren van arbeid voor infrastructurele projecten impopulair.

Het combineren van harde en zachte macht in een slimme strategie blijkt niet gemakkelijk te zijn. Een land ontleent zijn zachte macht voornamelijk aan drie bronnen: zijn cultuur (op plaatsen dat men deze aantrekkelijk vindt), zijn politieke waarden (als men hier zowel in binnen- en buitenland ook naar handelt), en zijn buitenlands beleid (wanneer het gezien wordt als legitiem en moreel verantwoord). China heeft vooral zijn culturele en economische sterke punten benadrukt, maar minder aandacht besteed aan de politieke aspecten die deze inspanningen kunnen ondermijnen.