1

Duistere tijden voor kinderen

NEW YORK, STOCKHOLM – Het jaar 2016 zal waarschijnlijk herinnerd worden wegens militaire en politieke gebeurtenissen, maar zou ook de geschiedenis in moeten gaan als een van de slechtste jaren voor kinderen sinds de Tweede Wereldoorlog.

Beelden van dode, gewonde en ontredderde jonge kinderen hebben de media bijna dagelijks gevuld: een klein jongetje dat verdoofd en bloedend op de grond zit nadat zijn huis is gebombardeerd; kleine lichaampjes die uit de puinhopen omhoog worden gehaald; en kleine graven aan de kust van de Middellandse Zee die het overlijden van onbekende kinderen markeren.

Deze beelden zijn krachtig en ongemakkelijk. Toch doen ze geen recht aan de omvang van het lijden van kinderen. Ruim 240 miljoen kinderen wonen in conflictgebieden – van de 'killing fields' in Syrië, Jemen, Irak en noord-Nigeria, tot minder goed gedocumenteerde, maar evenzeer door gruwelen getroffen gebieden in Somalië, Zuid-Soedan en Afghanistan. En van de vijftig miljoen kinderen die buiten hun eigen land wonen of intern ontheemd zijn, is ruim de helft met geweld van huis en haard verdreven, om elders alleen maar met nieuwe bedreigingen van hun leven en welzijn te worden geconfronteerd.

Miljoenen kinderen zijn ondervoed en gaan niet naar school; miljoenen zijn getuige geweest van onbeschrijfelijke wreedheden; miljoenen worden bedreigd door uitbuiting, misbruik en erger. Dit is geen retoriek; dit is de werkelijkheid.

De Verenigde Naties – met steun van landen als Zweden, en via een gecoördineerd humanitair-respons-systeem dat UNICEF omvat – verlichten het lijden waar en wanneer ze maar kunnen. Maar de hoeveelheid en de complexiteit van de hand over hand toenemende crises stellen het systeem als nooit tevoren op de proef. Nieuwe problemen, zoals extremisme, vergroten de risico's voor kinderen, en maken het moeilijker en gevaarlijker om ze te bereiken. Bovendien nemen gewapende groepen steeds vaker scholen, ziekenhuizen en woonhuizen op de korrel, waardoor ze het lijden van onschuldige mensen nog verergeren.

Politieke oplossingen voor dit soort conflicten zijn de veiligste weg om een einde te maken aan het lijden en een halt toe te roepen aan zulke wrede schendingen van de mensenrechten. Maar, bij ontstentenis van zo'n ideale uitkomst, moeten we het vermogen van het huidige humanitaire systeem versterken om de kinderen die het grootste gevaar lopen te bereiken.

Ruim zeventig jaar geleden pakten de wereldleiders de ongekende humanitaire crisis na de Tweede Wereldoorlog aan door nieuwe instellingen in het leven te roepen om onmiddellijke hulp te kunnen verlenen aan degenen die dat nodig hadden. Deze nieuwe mondiale entiteiten hebben de grondslag gelegd voor een toekomst gebaseerd op samenwerking, dialoog en resultaten, in plaats van op conflicten, rampen en puinhopen.

Dat was een keerpunt in de wereldgeschiedenis; nu zijn we bij een nieuw keerpunt aangekomen. We moeten vandaag de dag dezelfde geest van solidariteit en creativiteit aanroepen, die voorgaande generaties heeft geïnspireerd, niet door nieuwe instellingen in het leven te roepen, maar door nieuwe manieren te vinden om te reageren op de harde werkelijkheid van onze tijd.

Om te beginnen moeten we dringend gebruik maken van innovatie om ons vermogen uit te breiden om kinderen te bereiken die verstoken zijn van hulp in belegerde gebieden of gemeenschappen die worden gecontroleerd door extremisten. We moeten alle opties onderzoeken, zoals het gebruik van drones om voedsel en medicijnen te droppen, en het ontwikkelen van mobiele apps om de behoeften te inventariseren en de bevoorrading op de grond in de gaten te houden, en hulpverleners meer beveiliging te bieden. Ook al zal er nooit een substituut zijn voor veilige, ongehinderde humanitaire toegang, we moeten iedere route verkennen om kinderen die in gevaar verkeren te kunnen bereiken.

In bredere zin moeten we beter ons best doen om de inspanningen van regeringen en organisaties te coördineren teneinde korte- en langetermijnhulp efficiënter te kunnen bieden, en om iedere dollar te laten tellen. Nu de chronische crises hand over hand toenemen, moeten we de synergieën tussen humanitaire en ontwikkelingsinitiatieven maximaliseren, omdat die hand in hand gaan. Hoe we reageren in noodsituaties legt een basis voor toekomstige groei en stabiliteit, en hoe we investeren in ontwikkeling kan helpen de weerstand op te bouwen wanneer zich in de toekomst noodsituaties voordoen.

Tenslotte moeten we de manier veranderen waarop regeringen de kritische hulpverlening afstemmen die zij bieden om in wisselende behoeften te kunnen voorzien. De afgelopen jaren hebben landen waar bezuinigingen zijn doorgevoerd hun uitgaven aan buitenlandse hulp steeds vaker moeten rechtvaardigen, terwijl de behoefte aan hulp steeds dringender is geworden. Veel donorlanden hebben hun hulp aan een specifiek doel verbonden. Zulke fondsen zullen altijd een onmisbaar instrument zijn bij humanitaire en ontwikkelingsinspanningen, maar in het hedendaagse onvoorspelbare klimaat is flexibele langetermijnfinanciering cruciaal.

Deze “core-funding”, zoals zij genoemd wordt, maakt het de VN en niet-gouvernementele organisaties mogelijk sneller te reageren bij noodtoestanden en strategischer te plannen. Dergelijke middelen stellen ons in staat levensreddende hulp te bieden waar mensen die het hardst nodig hebben, zonder dat we hoeven te wachten tot landen op specifieke humanitaire oproepen reageren. Dit is vooral belangrijk voor het aanpakken van de “vergeten” crises die de media misschien hebben gemist.

Zweden is al lang voorstander van een dergelijke flexibele steun voor VN-organisaties, omdat de resultaten daardoor verbeteren. Om deze reden heeft de Zweedse regering onlangs besloten haar bijdrage aan de kernfondsen van UNICEF in 2016 te verdubbelen. Nu de wereld samenwerkt inzake een nieuwe mondiale ontwikkelingsagenda, hopen we dat deze praktijk als een olievlek zal werken en andere regeringen zal inspireren zich te bewegen in de richting van hogekwaliteitsfinanciering van humanitaire hulp en duurzame ontwikkeling.

We moeten de rechten, levens en toekomst beschermen van 's werelds meest kwetsbare kinderen. In de mate waarin we dat doen, zullen we ook onze gemeenschappelijke toekomst bepalen.

Vertaling: Menno Grootveld