FREDERIC J. BROWN/AFP/Getty Images

Californië’s verzet tegen Trump

STANFORD – Als je voorbij de krantenkoppen kijkt van de stukken die voortdurend verslag doen over Donald Trump, kun je een mondiale verschuiving in de politieke, economische en culturele krachten ontwaren, die veel meer gevolgen kan hebben voor Amerika en de wereld dan het feitelijke presidentschap van Trump. Een van de belangrijkste veranderingen is het uiteenrafelen van de relaties tussen centrale en subnationale, en nationale en supranationale, overheden.

Exclusive insights. Every week. For less than $1.

Learn More

Amerikanen hebben vooral op staats- en lokaal niveau met de overheid te maken, via scholen en wegen, politie en ziekenhuizen. En in Californië wordt, net als in andere staten, de roep om meer lokale autonomie steeds luider, waarbij zo nu en dan echo's te horen zijn van de retoriek van de Catalaanse afscheidingsbeweging of de Brexiteers in Groot-Brittannië. Nu zij een bijna monopolistische controle uitoefenen over de staat Californië en de lokale overheden aldaar, proberen de Democraten de gevolgen van vrijwel al het beleid van Trump ongedaan te maken.

Een wetsontwerp dat in het parlement van de staat is ingediend beoogt bijvoorbeeld de beperking die de nieuwe federale belastingwet oplegt aan de aftrek van de inkomsten- en vermogensbelasting in de staat te compenseren – een clausule die Californië hard zal treffen, omdat de staat een van de hoogste belastingtarieven in het land heeft, en zijn inwoners dure huizen bezitten. Onder de voorgestelde staatswet zouden Californiërs hun staatsbelastingen aan een liefdadigheidsinstelling van de staat mogen “doneren,” als aftrekbare charitatieve bijdragen.

Maar de belastingdienst zal snel een stokje steken voor deze kunstgreep. Charitatieve bijdragen zijn op federaal niveau louter aftrekbaar als de donor niets meer dan incidentele waarde voor zijn of haar bijdrage ontvangt, wat in deze situatie duidelijk niet het geval zou zijn. In feite is niet eens de reële waarde van een maaltijd tijdens een liefdadigheidsdiner aftrekbaar.

De nieuwe federale belastingwet, die volgend jaar van kracht wordt, trekt ook het individuele mandaat van de Affordable Care Act uit 2010 (Obamacare) in, die een boete oplegt aan degenen die geen ziektekostenverzekering kopen. Omdat de intrekking zou kunnen leiden tot een stijging van de verzekeringspremies eisen veel Californische Democraten nu een zogenoemd single-payer, door de overheid gefinancierd gezondheidszorgsysteem, zoals dat in Canada en Europa bestaat, ook al zou zo'n systeem de staatsbegroting kunnen verdrievoudigen.

Omdat Californië meent in de voorhoede te staan van de voorvechters van groene energie, hebben staatsagentschappen bovendien op Trumps voorstel om olieboringen buiten de kust toe staan gereageerd door te dreigen het transport van olie door de staat te verbieden, zelfs via bestaande pijpleidingen.

De bron van de grootste onenigheid is het immigratiebeleid. Sinds de stad zichzelf in 1989 tot “toevluchtsoord” uitriep, heeft San Francisco zijn politiemacht verboden volledig samen te werken met de federale immigratiedienst. Maar vorig jaar is de hele staat uitgeroepen tot “toevluchtsoord,” en de Californische procureur-generaal Xavier Becerra is nu van plan boetes op te leggen aan werkgevers die samenwerken met federale immigratiefunctionarissen. Nu de spanningen tussen de federale en de staatspolitiediensten toenemen, staan veel Californiërs voor de onmogelijke keuze staatsboetes te moeten betalen of federale wetten te overtreden.

In al deze kwesties is er sprake van tegengestelde, maar deels geldige argumenten. Neem de immigratie. Hoewel de meeste illegale immigranten hun best doen hun gezinnen te ondersteunen en de levens van hun kinderen te verbeteren, plegen sommigen ernstige misdaden of behoren tot gewelddadige bendes. Trump concentreert zich op deze laatsten door de zaak te bepleiten van veiliger grenzen, waarbij hij vaak voorbeelden aanhaalt van Amerikanen die zijn vermoord door illegale immigranten die zijn teruggekeerd nadat ze herhaaldelijk gedeporteerd zijn. Trumps tegenstanders betogen dat de illegale immigranten zelf vaak slachtoffer – of getuige – zijn van ernstige misdaden, maar dat zij aarzelen naar de politie te gaan omdat ze bang zijn gedeporteerd te worden.

Beide partijen hebben een punt; maar helaas zijn ze opgehouden met elkaar te praten. Toen de regering-Trump onlangs een plan voor immigratiehervorming voorstelde dat beide kampen iets te bieden had, werd dat dus onmiddellijk van tafel geveegd, door anti-immigratie-activisten evenzeer als door voorstanders van immigratie.

Het plan zou 1,8 miljoen mensen, die als kinderen illegaal dit land werden binnengebracht, een permanente wettelijke status en een route naar het burgerschap bieden. Dat is ruim tweemaal het aantal mensen dat werd beschermd door het Deferred Action for Childhood Arrivals (DACA)-programma van de voormalige president Barack Obama. In ruil daarvoor wil Trump nog eens $25 mrd extra voor veiligheid langs de grens met Mexico – inclusief zijn beloofde muur – en hervormingen om de gezinshereniging te beperken en beter opgeleide werknemers te bevoordelen, wat de norm is in de meeste ontwikkelde landen.

Anti-immigratie-hardliners hebben het plan van Trump afgewezen als een vorm van amnestie. Tegelijkertijd heeft de Democratische leider in het Huis van Afgevaardigden, Nancy Pelosi, het plan omschreven als een opzetje om “Amerika weer blank te maken.” Maar dit is waar het op neerkomt: het plan van de regering-Trump is het meest realistische voorstel voor immigratie-hervorming in tientallen jaren. Als de Democraten slim zouden zijn, zouden ze hun afkeer ervan beteugelen, en erkennen dat Trumps geloofwaardigheid onder anti-immigratie-Republikeinen hem in een ideale positie plaatst om een pakket dat beide partijen tevreden stelt uit het vuur te slepen.

Nu Californië volhardt in zijn inspanningen om het beleid van de regering-Trump teniet te doen, vraag je je af of deze aanpak tot een constitutioneel probleem zal leiden. Staten hebben beslist de wettelijke bevoegdheid om beleid te aanvaarden dat in strijd is met het federale beleid. Het Tiende Amendement van de Amerikaanse grondwet reserveert voor de staten expliciet alle bevoegdheden die niet aan de federale overheid zijn overgedragen. En staten kunnen de federale overheid voor de rechter dagen, zoals Republikeinse gouverneurs en procureur-generaals hebben gedaan om diverse maatregelen en executive orders uit het Obama-tijdperk ongedaan te maken.

Maar het Amerikaanse Hooggerechtshof heeft herhaaldelijk uitgesproken dat staten het federaal recht niet mogen negeren of tegenwerken – een recht waarop sommige zuidelijke staten in het midden van de 20e eeuw een beroep hebben gedaan om zich te verzetten tegen schoolintegratie. Dit is een grondwettelijk principe dat dateert van halverwege de 19e eeuw, toen het Hooggerechtshof een uitspraak van een hof in Wisconsin ongedaan maakte die de vreselijke Fugitive Slave Act van 1850 negeerde.

Over nog geen negen maanden zal Californië verkiezingen houden voor het gouverneurschap, een zetel in de Amerikaanse Senaat en 53 zetels in het Huis van Afgevaardigden. De retoriek van “weerstand” tegen Trump zal waarschijnlijk nog aan kracht winnen – en de gerechtshoven zullen het waarschijnlijk steeds drukker krijgen bij het uitzoeken van wat wel en niet legaal is.

Vertaling: Menno Grootveld

http://prosyn.org/CFEBq1t/nl;

Handpicked to read next