0

De gebroken beloften aan de kinderen van Syrië

LONDEN – Als je ooit het vertrouwen verliest in de kracht van de hoop, om maar te zwijgen van het belang om nooit op te geven, denk dan aan het verhaal van Mohammed Kosha. Mohammed, een 16 jaar oude Syrische vluchteling die in Libanon woont, heeft hindernissen overwonnen die de meesten van ons zich niet eens kunnen voorstellen, om in zijn opleiding te kunnen excelleren. De wereldleiders doen er goed aan hier notitie van te nemen.

Vier jaar geleden ontvluchtten Mohammed en zijn familie hun huis in het stadje Darya, een buitenwijk van Damascus, om te ontsnappen aan de meedogenloze bombardementen van de Syrische strijdkrachten. Na al een jaar basisonderwijs in zijn geboortestad te hebben gemist, waar het gewoonweg te gevaarlijk was om naar school te gaan, heeft hij nog eens een jaar buiten het klaslokaal doorgebracht nadat zijn familie in Libanon aankwam, waar zij nu verblijft.

Erdogan

Whither Turkey?

Sinan Ülgen engages the views of Carl Bildt, Dani Rodrik, Marietje Schaake, and others on the future of one of the world’s most strategically important countries in the aftermath of July’s failed coup.

Mohammeds leven veranderde toen de Libanese overheid de openbare scholen van het land openstelde voor vluchtelingen. De klassen zaten niet alleen overvol; de lessen werden ook in het Engels gegeven, wat inhield dat hij een nieuwe taal moest leren. Maar Mohammed greep de mogelijkheid om te leren met beide handen aan, en stortte zichzelf op zijn studies. Vorige maand haalde hij, tegen alle verwachtingen in, het op één na hoogste cijfer bij het Libanese middelbare school-examen. En hij is nog niet klaar.

Mohammed weet dat onderwijs de sleutel is voor een betere toekomst. In zijn woorden: “Leren geeft ons hoop.” Als de wereldleiders nu maar eens een fractie van zijn wijsheid toonden.

Er zijn al een paar bemoedigende signalen geweest. Tijdens een bijeenkomst in Londen in februari dit jaar erkenden internationale donoren het belang van onderwijs voor vluchtelingen, en beloofden zij alle Syrische vluchtelingenkinderen vóór het einde van 2017 op school te zullen krijgen. Ze stelden zelfs $1,4 mrd in het vooruitzicht om dat doel te kunnen bereiken.

Het was een ambitieuze belofte aan een groep zeer kwetsbare kinderen. Vandaag de dag gaan ongeveer één miljoen Syrische vluchtelingenkinderen in de leeftijdscategorie van 5 tot 17 jaar – ruwweg de helft van het totaal – niet naar school. En de meesten van degenen die wel naar school gaan, zullen struikelen voordat ze aan de middelbare school beginnen. Binnen het tijdsbestek van één enkele basisschoolgeneratie heeft Syrië misschien wel de grootste onderwijsterugslag in de hele menselijke geschiedenis ervaren. Het percentage kinderen van het land dat onderwijs geniet ligt nu lager dan het regionale gemiddelde van het ten zuiden van de Sahara gelegen deel van Afrika.

Maar nu, nog geen zes maanden later, dreigt de belofte van onderwijs voor alle vluchtelingen te worden verbroken, waardoor de hoop van miljoenen Syriërs de grond in wordt geboord. Slechts 39% van de $662 mln aan urgente onderwijshulp waar dit jaar door humanitaire agentschappen van de Verenigde Naties om is verzocht is ook daadwerkelijk gegeven. En zoals is gedocumenteerd in een rapport van Theirworld dat vandaag werd gepubliceerd, is slechts een fractie van de $1,4 mrd die in Londen werd toegezegd uitgekeerd.

Terwijl de internationale gemeenschap haar verantwoordelijkheden ontloopt, zijn de buurlanden van Syrië doorgegaan met het leveren van buitengewone inspanningen om de crisis te bestrijden. Libanon, Jordanië en (in mindere mate) Turkije hebben hun openbare scholen opengesteld voor Syrische vluchtelingen.

Maar de onderwijssystemen van deze landen, die ook vóór de crisis al onder druk stonden, kunnen de last niet aan die ze nu gedwongen worden te dragen. Syrische vluchtelingen vormen inmiddels een derde van alle leerlingen van Libanese openbare scholen. Dit is alsof het Amerikaanse basisschoolsysteem opeens alle kinderen van Mexico een plek moet bieden. Er zijn eenvoudigweg niet genoeg docenten, klaslokalen of tekstboeken om de vluchtelingenkinderen behoorlijk onderwijs te kunnen geven.

Het was de bedoeling dat de conferentie van februari oplossingen zou aandragen die de last voor de buurlanden van Syrië zou verlichten. De regeringen van de gastlanden hebben hun steentje bijgedragen, door van tevoren hun plannen in te dienen om de vluchtelingenkinderen universeel onderwijs aan te bieden. Vervolgens hebben ze met donoren samengewerkt om samenhangende strategieën te ontwikkelen voor het bereiken van alle kinderen die geen onderwijs meer genoten en het verhogen van de kwaliteit van het onderwijs.

Maar nu de internationale gemeenschap er niet in is geslaagd haar deel van de overeenkomst na te komen, is de vooruitgang niet alleen gestopt; zij zou zelfs ongedaan gemaakt kunnen worden. Ruim 80.000 Syrische vluchtelingen die nu in Libanon naar school gaan lopen het gevaar hun plekje te verliezen.

De menselijke gevolgen van de onderwijscrisis onder de Syrische vluchtelingen kunnen onmogelijk over het hoofd worden gezien. Die blijken uit het groeiende leger van werkende kinderen die groenten plukken in de Libanese Bekaa-vallei, of die in kledingfabrieken in Turkije werken, waar een half miljoen vluchtelingen geen toegang heeft tot school. En die worden ook weerspiegeld in de aanhoudende stroom vluchtelingengezinnen die de gevaarlijke reis naar Europa maken, voortgedreven door de hoop dat hun kinderen daar onderwijsmogelijkheden zullen vinden. Toch blijven veel Europese overheden investeren in prikkeldraad en detentiecentra, in plaats van in scholen en leraren.

Er is een alternatief – maar de klok tikt voort. Volgende maand zullen de Verenigde Naties en de VS opnieuw een aantal vluchtelingentopconferenties houden. Ditmaal kunnen de regeringen hun gerecyclede beloften en verheven retoriek thuis laten; in plaats daarvan moeten ze concrete plannen meenemen om de $1,4 mrd die ze al hebben toegezegd waar te maken.

De internationale gemeenschap moet ook opnieuw nadenken over de manier waarop de hulp wordt geboden. De Syrische crisis zal niet snel ten einde komen. In plaats van hulp te leveren via onbetrouwbare, slecht gefinancierde jaarlijkse humanitaire oproepen, moeten donoren betrouwbare meerjarige financiering ter beschikking stellen, zoals Groot-Brittannië heeft gedaan. Meer in het algemeen moeten de Europese Unie en de Wereldbank hun steun voor onderwijs uitbreiden en intensiveren.

Uiteraard is meer donorfinanciering voor onderwijs slechts één deel van het verhaal. Er is meer dat de regeringen van de gastlanden, hoe overvraagd ze ook zijn, kunnen en móeten doen. Om te beginnen moeten ze werken aan het wegnemen van de taalbarrières waar Syrische kinderen mee worden geconfronteerd. Zij kunnen ook het chronische tekort aan leraren aanpakken door het in dienst nemen van Syrische vluchtelingenleraren. Bovenal kunnen de regeringen van de gastlanden de vluchtelingen helpen veiliger en zelfstandiger te worden, vooral door hun wettelijke status te verbeteren en hun recht op arbeid uit te breiden.

Support Project Syndicate’s mission

Project Syndicate needs your help to provide readers everywhere equal access to the ideas and debates shaping their lives.

Learn more

Uiteindelijk moet een geloofwaardige reactie op de onderwijscrisis voor vluchtelingen ook een eerlijker aanpak van het delen van de lasten omvatten. Alvorens zich volgende maand naar de VN-top te begeven, moeten overheden de toezeggingen herbevestigen die ze tijdens de conferentie van Londen hebben gedaan. En ze moeten zich de uitspraak van Nelson Mandela ter harte nemen: “Beloften aan kinderen mogen nooit worden gebroken.”

Vertaling: Menno Grootveld