21

Groeiende verwarring in het Verenigd koninkrijk

LONDEN – ‘En nu is het genoeg geweest’, zo verklaarde de Britse premier Theresa May na de terroristische aanslag op London Bridge. Maar na de verkiezingen van 8 juni in het Verenigd Koninkrijk is duidelijk geworden dat bijna de helft van de stemmers nu genoeg heeft van May, wier conservatieve meerderheid verdampte, met als resultaat een verdeeld parlement. Maar of het nou gaat om ‘genoeg immigranten’ of ‘genoeg bezuinigingen’: de Britse kiezer heeft duidelijk van heel veel genoeg.

De verkiezingen hebben Groot-Brittannië echter verward en verdeeld achtergelaten. Het Brexit-referendum over lidmaatschap van de Europese Unie suggereerde een Leave-Remain kloof, waarbij de Brexiteers licht in het voordeel waren. Bij de verkiezingen van dit jaar kwam hier nog eens een meer traditionele links-rechts kloof bovenop, waarbij een weder opgestaan Labour kapitaliseert op onvrede bij de stemmer over de Conservatieve bezuinigingen.

Om het resulterende politieke landschap te overzien moet je je een tabel voorstellen met vier kwadranten, die worden bezet door: Remainers en bezuinigers, Remainers en economische expansionisten, Brexiteers en bezuinigers, en Brexiteers en economische expansionisten. Deze vier kwadranten vormen geen coherente helften, dus het is onmogelijk om te bepalen waar stemmers precies voor dachten te kiezen.

Maar het is wel mogelijk om te bepalen waar de stemmers niet voor kozen. Er zijn hier twee zekere slachtoffers. De eerste zijn bezuinigingen, waarvan zelfs de conservatieven inmiddels hebben laten weten af te stappen. Het snijden in publieke uitgaven om de begroting op orde te krijgen heeft gefaald. De meest duidelijke indicator hiervan was de onmacht van George Osborne, minister van Financiën van 2010 tot 2016, om aan enige van zijn begrotingsdoelstellingen te voldoen. Het tekort zou eerst verdwenen zijn in 2015, toen in 2017, en uiteindelijk tegen 2020-2021. En nu wil de regering geen enkele datum meer noemen.

De doelstellingen waren gebaseerd op het idee dat een ‘geloofwaardig’ programma voor terugdringing van de tekorten genoeg vertrouwen binnen het zakenleven zou creëren om de recessieve effecten van de bezuinigen zelf te overkomen. Sommigen zeggen dat deze doelstellingen überhaupt nooit geloofwaardig waren. De waarheid is echter dat ze dit ook nooit hadden kunnen zijn; een tekort kan niet opgelost worden tenzij de economie groeit, en al gaande en nog verwachte bezuinigingen hinderen de groei. De consensus is inmiddels dat bezuinigen het herstel met bijna drie jaar vertraagd heeft, en daarmee de reële inkomsten heeft doen dalen, en cruciale publieke diensten zoals lokaal bestuur, de gezondheidszorg, en het onderwijs aantoonbaar heeft beschadigd.

Dus ga er maar van uit dat de absurde obsessie met het in balans brengen van de begroting geschrapt zal worden. Vanaf nu zal het tekort zich aan de staat van de economie aan moeten passen.

Het tweede slachtoffer is onbeperkte immigratie uit de EU. De eis van de Brexiteers om ‘onze grenzen te controleren’ was gericht tegen de ongebreidelde instroom van economische immigranten uit Oost-Europa. Aan deze eis zal in zekere mate tegemoet gekomen moeten worden.

De migratie binnen Europa was toen de EU nog voornamelijk West-Europees was verwaarloosbaar. Dit veranderde toen de EU voormalige communistische lagelonenlanden begon op te nemen. De daaropvolgende arbeidsmigratie verminderde het tekort aan arbeid in landen zoals het VK en Duitsland, en vergrootte het inkomen van de migranten zelf. Maar dit soort voordelen zijn niet van toepassing in het geval van onbeperkte migratie.

Studies door George J. Borjas van Harvard en anderen suggereren dat netto-immigratie de lonen voor concurrerende binnenlandse arbeid verlaagt. De beroemdste studie van Borjas laat de negatieve impact op de lonen van de binnenlandse arbeidsklasse door ‘Marielitos’ zien – de Cubanen die in 1980 en masse naar Florida emigreerden.

Deze angsten hebben lange tijd het volharden van soevereine staten in het recht om immigratie te controleren ondersteund. De argumenten voor controle worden versterkt wanneer gastlanden een arbeidsoverschot kennen, zoals sinds de crisis van 2008 voor grote delen van West-Europa geldt. De steun voor Brexit is in feite een eis tot de restauratie van de soevereiniteit van de Britse grenzen.

De crux in deze kwestie echter is politieke legitimiteit. Tot de moderne tijd waren markten grotendeels lokaal, en zwaar beschermd tegen buitenstaanders, zelfs uit naburige dorpen. Nationale markten kwamen pas tot stand met de opkomst van de moderne staat. Maar het geheel vrije verkeer van goederen, kapitaal, en arbeid binnen soevereine staten werd pas mogelijk toen er aan twee voorwaarden voldaan was: het ontstaan van een nationale identiteit en de opkomst van nationale overheden die in staat waren om voor veiligheid te zorgen in geval van tegenspoed.

De Europese Unie voldoet aan geen van beide condities. Zijn bewoners zijn ten eerste  burgers van hun eigen natiestaat. En het contract tussen burgers en staten waar nationale economieën van afhankelijk zijn kan op een Europees niveau niet gereproduceerd worden omdat er geen Europese staat bestaat waarbinnen deze overeenkomst bereikt zou kunnen worden. De vasthoudendheid van de EU aan vrij verkeer van arbeid als voorwaarde van lidmaatschap van een niet-staat is, op zijn best, prematuur te noemen. Dit zal gekwalificeerd moeten worden, niet alleen als onderdeel van de Brexit-deal van het VK, maar voor de gehele EU.

Dus wat zal de uitkomst van de chaotische resultaten van de Britse verkiezingen zijn? May zal het niet lang meer volhouden als premier. Osborne heeft haar al een ‘dead woman walking’ genoemd (natuurlijk wel zonder te erkennen dat zijn bezuinigingen haar lot hebben helpen bezegelen).

De meest zinnige uitkomst momenteel betreft een politiek taboe: een coalitie tussen Conservatieven en Labour met (laten we zeggen) Boris Johnson als premier en Jeremy Corbyn als zijn vicepremier. De regering zou een tweejarenplan moeten overnemen dat slechts uit twee onderdelen bestaat: het volbrengen van een ‘zachte’ Brexit uit de EU, en een grootschalig programma voor publieke investeringen in huisvesting, infrastructuur, en groene energie.

De logica achter het investeringsprogramma is dat een stijgend tij alle schepen zal optillen. En een extra voordeel van een bloeiende economie zal minder vijandigheid richting immigratie zijn, wat het voor Groot-Brittannië makkelijker maakt om een zinnige regulering van migratiestromen te onderhandelen.

En wie weet: wanneer de onderhandelingen de EU dwingen om zijn eigen engagement aan de het vrije verkeer van arbeid te herzien, zal de Brexit wellicht minder een zaak van een Britse exit worden dan van een herziening van de voorwaarden van het Europees lidmaatschap.

Vertaling Melle Trap