70

Van de Brexit naar de toekomst

NEW YORK – Het zal Groot-Brittannië, Europa en de hele wereld lange tijd kosten om de volledige implicaties van de Britse “Brexit” te verwerken. De meest diepgaande gevolgen zullen uiteraard afhangen van de reactie van de Europese Unie op de Britse terugtreding. De meeste mensen gingen er aanvankelijk vanuit dat de EU “haar neus niet zal afhakken om haar gezicht te sparen”: een vriendschappelijke scheiding lijkt immers in ieders belang. Maar zo'n scheiding kan – zoals dat zo vaak het geval is – met veel complicaties gepaard gaan.

De voordelen van de handels- en economische integratie tussen Groot-Brittannië en de EU zijn wederzijds, en als de EU haar geloof in een nauwere economische integratie serieus zou nemen, zouden haar leiders proberen ook in de nieuwe omstandigheden de nauwst mogelijke banden te verzekeren. Maar Jean-Claude Juncker, de Luxemburgse architect van enorme belastingontduikingsprogramma's voor bedrijven, en nu president van de Europese Commissie, kiest voor de harde lijn: “Eruit betekent eruit,” zegt hij.

Erdogan

Whither Turkey?

Sinan Ülgen engages the views of Carl Bildt, Dani Rodrik, Marietje Schaake, and others on the future of one of the world’s most strategically important countries in the aftermath of July’s failed coup.

Die reactie is misschien begrijpelijk, gezien het feit dat Juncker straks de geschiedenis in zou kunnen gaan als de persoon die leiding heeft gegeven aan de eerste fase van ontbinding van de EU. Hij betoogt dat, om andere landen ervan te weerhouden zich af te scheiden, de EU bikkelhard moet zijn en Groot-Brittannië weinig méér moet geven dan waar het land recht op heeft op grond van de geldende WHO-overeenkomsten.

Met andere woorden: Europa mag niet bijeen worden gehouden op grond van haar voordelen, die de kosten verre overtreffen. Economische voorspoed, het gevoel van solidariteit en de trots om Europeaan te zijn volstaan daarom niet, aldus Juncker. Nee, Europa moet bijeen worden gehouden met behulp van dreigementen, intimidatie en het zaaien van angst.

Dat standpunt negeert een les die we kunnen trekken uit de Brexit-stemming en de primaries van de Republikeinse Partij in de VS: met grote delen van de bevolking is het niet goed gegaan. De neoliberale agenda van de afgelopen veertig jaar kan weldadig zijn geweest voor de bovenste 1%, voor de rest was zij dat niet. Ik voorspel al lang dat deze stagnatie uiteindelijk politieke gevolgen zal hebben. Die tijd lijkt nu te zijn aangebroken.

Aan weerszijden van de Atlantische Oceaan wijzen burgers naar handelsverdragen als de bron van al hun ellende. Hoewel dit een oversimplificatie is, is het wel begrijpelijk. De hedendaagse handelsverdragen worden in het geheim overeengekomen, waarbij de belangen van het bedrijfsleven goed zijn vertegenwoordigd, maar gewone burgers of werknemers volledig buiten spel staan. Het is dus geen verrassing dat de gevolgen nogal eenzijdig zijn geweest: de onderhandelingspositie van de werknemers is nog verder verzwakt, wat de effecten heeft versterkt van wetgeving die de rechten van vakbonden en werknemers ondermijnt.

Hoewel handelsverdragen zeker een rol hebben gespeeld in het creëren van deze ongelijkheid, hebben ook veel andere dingen bijgedragen aan het laten doorslaan van de politieke balans ten faveure van het kapitaal. De regels over het intellectueel eigendom hebben bijvoorbeeld het vermogen van farmaceutische bedrijven bevorderd om de prijzen op te trekken. Maar iedere toename van de marktmacht van ondernemingen betekent de facto een verlaging van de reële lonen – en een stijging van de ongelijkheid die vandaag de dag kenmerkend is geworden voor de meeste ontwikkelde landen.

In veel sectoren neemt de industriële concentratie toe – evenals de marktmacht van een paar ondernemingen. De gevolgen van stagnerende en dalende reële lonen zijn samengegaan met die van het bezuinigingsbeleid, waardoor publieke voorzieningen waarvan zo veel werkers met middeninkomens en lagere inkomens afhankelijk zijn verder dreigen te worden uitgehold.

De daaruit voortvloeiende economische onzekerheid voor werknemers heeft, in combinatie met de migratie, voor een giftig mengsel gezorgd. Veel vluchtelingen zijn slachtoffers van oorlogen en vormen van onderdrukking waaraan het Westen heeft bijgedragen. Het bieden van hulp is een morele verantwoordelijkheid van allen, maar in het bijzonder van de ex-koloniale machten.

En toch leidt – hoewel velen dit misschien ontkennen – een stijging van het aanbod van laag-gekwalificeerde arbeid, zolang er sprake is van normale aflopende vraagcurves, tot lagere lonen; en als de lonen niet kunnen worden verlaagd tot een hogere werkloosheid. Dit probleem is het grootst in landen waar het economische wanbeheer al voor een hoog werkloosheidspeil heeft gezorgd. Europa, en met name de Eurozone, is de afgelopen decennia slecht bestuurd, waardoor de gemiddelde werkloosheid daar nu in de dubbele cijfers loopt.

De vrije migratie binnen Europa betekent dat landen die er beter in zijn geslaagd de werkloosheid terug te dringen te maken zullen krijgen met een hoger aandeel vluchtelingen dan ze anders zouden hebben gehad. De werkers in deze landen draaien op voor de kosten hiervan, in de vorm van lagere lonen en hogere werkloosheid, terwijl de werkgevers profiteren van de goedkopere arbeid. Het is geen verrassing dat de last van de vluchtelingen zo op de schouders terechtkomt van degenen die die het slechtst kunnen dragen.

Uiteraard wordt er veel gesproken over de netto-voordelen van immigratie. Voor een land dat al zijn burgers een laag niveau van gegarandeerde voorzieningen – sociale bescherming, onderwijs, gezondheidszorg, enzovoort – biedt, kan daar inderdaad sprake van zijn. Maar voor landen met een goed sociaal vangnet is het omgekeerde het geval.

Het gevolg van al deze neerwaartse druk op de lonen en de publieke voorzieningen is de uitholling van de middenklasse, met soortgelijke gevolgen aan weerszijden van de Atlantische Oceaan. Huishoudens uit de midden- en arbeidersklassen hebben niet geprofiteerd van de voordelen van de economische groei. Zij begrijpen dat de banken de crisis van 2008 hebben veroorzaakt, maar vervolgens hebben ze miljarden naar diezelfde banken zien gaan om die overeind te houden, terwijl er slechts triviale bedragen werden uitgetrokken om hun huizen en banen te redden. Nu het gemiddelde reële (aan de inflatie aangepaste) inkomen voor een mannelijke werknemer met een volledige baan in de VS lager is dan veertig jaar geleden, is een boos electoraat geen verrassing.

Bovendien hebben politici die veranderingen beloofden niet gebracht wat er van ze werd verwacht. Gewone burgers wisten wel dat het systeem oneerlijk was, maar zijn het als nóg corrupter gaan zien dan ze al dachten; ze hebben ieder vertrouwen verloren in het vermogen of de wil van establishment-politici om correcties aan te brengen. En ook dit is begrijpelijk: de nieuwe politici deelden immers de zienswijze van degenen die hadden beloofd dat iedereen van de mondialisering zou gaan profiteren.

Maar boos je stem uitbrengen lost het probleem nog niet op, en kan zelfs tot een politieke en economische situatie leiden die nóg erger is. Hetzelfde geldt voor het woedend reageren op een je onwelgevallige verkiezingsuitslag.

Dat gedane zaken geen keer nemen is een fundamenteel beginsel in de economie. Aan weerszijden van het Kanaal moet de politiek nu proberen te begrijpen hoe het mogelijk is dat het politieke establishment in een democratie zó weinig heeft kunnen doen aan de zorgen van zó veel burgers. Iedere regering van een EU-lidstaat moet nu het verbeteren van het welzijn van gewone burgers als haar voornaamste doel zien. Nog meer neoliberale ideologie zal niet helpen. En we moeten ophouden doelen en middelen door elkaar te halen: vrije handel kan, mits in goede banen geleid, tot grotere gedeelde welvaart leiden; maar als zij niet in goede banen wordt geleid, zal zij de levensstandaard van veel – mogelijk zelfs de meeste – burgers aantasten.

Support Project Syndicate’s mission

Project Syndicate needs your help to provide readers everywhere equal access to the ideas and debates shaping their lives.

Learn more

Er zijn alternatieven voor de huidige neoliberale arrangementen, die gedeelde welvaart kunnen bewerkstelligen, net zoals er alternatieven zijn – zoals het door de Amerikaanse president Barack Obama voorgestelde Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP) met de EU – die nog veel meer schade teweeg kunnen brengen. De uitdaging waar we vandaag de dag voor staan is van het verleden te leren, om de eerstgenoemde te omarmen en de laatstgenoemde te vermijden.

Vertaling: Menno Grootveld