11

EU en Groot-Brittannië zijn allebei gebaat bij een “zachte” Brexit

BERLIJN – De politiek brengt bij iedereen krachtige emoties teweeg. Zelfs de Britten zijn daar, ondanks hun reputatie dat ze hun belangen op een onderkoelde en kalme manier kunnen nastreven, klaarblijkelijk niet immuun voor. Misschien is deze reputatie louter een overblijfsel van het reeds lang geleden verloren gegane Britse imperium. Zij geldt beslist niet voor het Verenigd Koninkrijk van 2017.

Neem de politieke besluiten die de Britten het afgelopen jaar hebben genomen. Vorig jaar juni besloten ze – zij het met slechts een kleine meerderheid – om zich terug te trekken uit de Europese Unie. De vervroegde algemene verkiezingen van vorige maand leverden een uitkomst op die de indruk alleen maar versterkt dat het Britse pragmatisme op zijn retour is.

Die verkiezingen – waarbij de Conservatieven hun meerderheid kwijtraakten, hetgeen resulteerde in een zogenoemd “hung parliament” – duiden erop hoe ver de politieke klasse van de rest van het land verwijderd is geraakt. Groot-Brittannië lijkt niet alleen een politieke en een identiteitscrisis te ondergaan, maar ook een crisis van vertrouwen in zijn politieke en economische elites, die is begonnen met de mondiale financiële crisis van 2008.

Dit zal de Brexit-onderhandelingen er niet makkelijker op maken. De tegenspeler van de EU bij deze onderhandelingen is een ernstig verzwakte regering, in een staat van crisis. Maar de onderhandelaars van de EU mogen het feit niet uit het oog verliezen dat Groot-Brittannië, ook buiten de EU, nog steeds belangrijk zal zijn voor Europa. Een van de grootste risico's, zowel voor de EU als voor Groot-Brittannië, is dat het land de Unie met niets in handen zal verlaten en in een nog slechtere staat zal eindigen dan die waarin het nu al in verkeert.

Toekomstige historici zullen waarschijnlijk met grote belangstelling terugkijken naar 2016 en 2017. Het is ongekend dat een land een zeer voordelige geopolitieke en economische positie opgeeft, eenvoudigweg omdat het een langdurige identiteitscrisis ondergaat. Voordat de Brexit een feit was, had Groot-Brittannië binnen de EU en op het wereldpodium zeer sterke troeven in handen, wat niet in de laatst plaats te danken was aan de speciale relatie met de Verenigde Staten.

Bovendien kent Groot-Brittannië een traditie van liberalisme en mondiale betrokkenheid, vooral bij Europa en de eurozone. Londen is heel lang een financieel centrum voor het hele continent geweest. En de Britse economie is – of was – een toegangspoort voor veel internationale bedrijven die toegang tot de gemeenschappelijke markt van de EU en de eurozone zochten, ondanks de weigering van Groot-Brittannië om toe te treden tot de eenheidsmunt.

Toch is het de moeite waard in herinnering te brengen dat Groot-Brittannië begin jaren zeventig zijn imperium en de politieke invloed die daarmee gepaard ging was kwijtgeraakt; en dat het land er louter in is geslaagd zijn economische neergang tegen te gaan door in 1973 toe te treden tot de Europese Gemeenschap (de voorloper van de EU). Helaas onderkennen de Britten dit feit slechts zelden. In plaats daarvan heeft een stemhebbend deel van de Britse politieke klasse en het electoraat de EU en haar instellingen – waarvan sommige vergen dat lidstaten een deel van hun soevereiniteit opgeven – de schuld gegeven van al het kwaad in deze wereld.

Maar nu Groot-Brittannië zich terugtrekt uit de EU, wordt het steeds duidelijker dat het land op het punt staat veel te verliezen, zowel in economisch als in politiek opzicht. En waarvoor?

De Britse Brexiteers eisen “soevereiniteit,” maar zonder te bedenken wat dat mogelijk kan betekenen in een tijdperk van steeds verder voortschrijdende mondialisering en marktintegratie. Gezien de protectionistische retoriek van de regering-Trump lijkt het belang van het behoud van toegang tot de Europese gemeenschappelijke markt actueler dan ooit.

Maar Groot-Brittannië zal niet de enige partij zijn die schade lijdt door de Brexit. De EU zal haar op één na grootste economie en de voornaamste waarborger van haar veiligheid verliezen. Eén hoop is nu dat de verkiezing van Emmanuel Macron tot president van Frankrijk een deel van de pijn van de Brexit zal wegnemen. De verkiezing van Macron, naast positief economisch nieuws uit de eurozone, vertegenwoordigt een onverwachte kans voor een nieuw begin binnen de EU, wellicht al onmiddellijk na de Duitse parlementsverkiezingen in september.

Zoals de zaken er nu voor staan zou Groot-Brittannië heel goed een EU achter zich kunnen laten die zich snel in richting van hernieuwde politieke stabiliteit en economische groei beweegt – wat, ironisch genoeg, is wat het “Leave”-kamp denkt te kunnen bereiken met de Brexit.

Gelukkig kunnen de recente verkiezingen in Groot-Brittannië een aanknopingspunt voor de onderhandelingen hebben opgeleverd. Volgens veel waarnemers heeft de uitkomst aangetoond dat de Britse kiezers  zich verzetten tegen een “harde Brexit,” waarbij Groot-Brittannië de gemeenschappelijke markt en de douane-unie verlaat zonder enig akkoord, en terugvalt op de regels van de Wereldhandelsorganisatie.

Scheidingsprocedures zijn zelden plezierig. Maar zij zijn nog veel naarder als de betrokken partijen zich niet als volwassenen gedragen. Als de emoties de vrije hand krijgen, kunnen voormalige liefdes snel omslaan in wrok en het verlangen diepe wonden toe te brengen.

Maar net als voor mensen gaat ook voor landen het leven door na een scheiding. De EU en Groot-Brittannië zullen geografisch dichtbij elkaar in de buurt blijven en daarom geopolitiek afhankelijk zijn van elkaar. Allerlei kwesties die te maken hebben met veiligheid, terrorisme en vluchtelingen zullen beide kampen dwingen samen te werken; en de handel zal doorgang vinden, ook al moeten daarvoor meer hindernissen worden overwonnen dan voorheen.

Het is daarom in het belang van beide partijen geen al te diepe wonden te slaan, geen confrontaties aan te gaan, en het andere kamp niet in verlegenheid te brengen en te bedreigen. Bovenal moeten kwesties die te maken hebben met de gezamenlijke veiligheid van Groot-Brittannië en de EU geen deel uitmaken van de onderhandelingen. Beide kampen moeten hun wederzijdse afhankelijkheid onderkennen en bereid zijn generositeit te tonen.

De EU moet op haar beurt genereus zijn als het gaat om het tijdschema van de terugtrekking, nieuwe handelsregels en overgangsregelingen die de impact van de scheiding kunnen verzachten. En Groot-Brittannië moet oog hebben voor de vele EU-burgers die momenteel in het land verblijven, en eerlijk over zijn financiële verplichtingen jegens de EU.

Als er één ding is dat belangrijk is om te onthouden, is dat mensen van mening kunnen veranderen. En als de gevoelens van mensen veranderen, veranderen landen van richting. Geen enkele mogelijke toekomst mag worden uitgesloten, ook geen toekomst waarin beide partijen zeggen: “Laten we het nog maar eens proberen.”

Vertaling: Menno Grootveld