2

De Brexit van de Britse bankensector

LONDEN – Toen ik midden jaren negentig hoofd werd van de Britse toezichthouder op het bankwezen, zagen mijn vrienden dit niet als een prestigieuze of opwindende carrièrestap. Het toezicht op de banken was een obscure taak, die wel iets weg had van het schoonmaken van het riool: van cruciaal belang wellicht, maar niet bepaald voorpagina-nieuws. Uitingen van nieuwsgierigheid naar hoe ik mijn werktijd besteedde waren doorgaans eerder een teken van vriendelijke beleefdheid dan van werkelijke belangstelling.

Twintig jaar later is in Londen de structuur van het toezicht op de banken in Europa naar de top van de politieke agenda gestegen. Het is een van de belangrijkste onderwerpen bij de onderhandelingen die de Britse premier David Cameron voert over de voorwaarden voor het voortzetten van het lidmaatschap van Groot-Brittannië van de Europese Unie.

Een van Camerons vier belangrijkste eisen ten aanzien van de EU is een nationale uitzondering op elementen uit het uniforme regelboek dat de Europese Centrale Bank (ECB) in de bankenunie van de eurozone wil opleggen, om een consistente benadering door diverse landen heen te bewerkstelligen. De Fransen en anderen zijn bang dat deze uitzonderingspositie de Britten, die op zoek zijn naar concurrentievoordeel, in de gelegenheid zal stellen het financiële toezicht in Londen soepeler te houden, ook al blijkt uit recent bewijsmateriaal dat de kapitaaleisen van de banken, en andere controles op de activiteiten van banken, in Londen nu juist strikter zijn dan elders in Europa. Er is bijvoorbeeld geen Europese equivalent voor de Britse eis om het gewone en het zakenbankieren van elkaar te scheiden, en de tegenstand van de Franse en Duitse regering tegen dit idee duidt erop dat het onwaarschijnlijk is dat die er ooit zal komen.

Uiteraard ligt de reden voor de hand waarom het toezicht op de banken – en op de financiële sector in het algemeen – nu méér politiek gewicht heeft dan voorheen: de financiële crisis van 2008 heeft aangetoond dat bankfaillissementen catastrofale gevolgen kunnen hebben voor de economie als geheel.