28

Brexit en Brecht

LONDEN – Naar aanleiding van de volksopstand in de DDR in 1953 suggereerde toneelschrijver Bertolt Brecht bijtend dat ‘wanneer het volk niet meer het vertrouwen van zijn regering geniet,’ het voor regering makkelijker zou zijn om ‘het volk te ontbinden en een nieuw volk te kiezen.’ Het is een sentiment dat momenteel in de nasleep van het Brexit referendum afgelopen juni bij velen in Groot-Brittannië weerklank vindt.

In het heetst van de referendumcampagne zei Michael Gove, toenmalig minister van Justitie en leider van het ‘Leave’-kamp: ‘Ik denk dat de mensen van dit land genoeg hebben van experts van allerlei soorten organisaties met namen met afkortingen, die er consequent naast hebben gezeten.’ Hij doelde op het IMF, de OESO, en de LSE (London School of Economics, red.), en op alle andere broeinesten van economen die betoogden dat de EU verlaten de Britse economie zou beschadigen.

Helaas had Gove gelijk; niet qua wat de economie te wachten stond, maar wel qua de lage achting van de Britse stemmer voor economische expertise. Ondanks de bijna unanieme visie van het economische vakgebied dat een Brexit Groot-Brittannië in een recessie zou drijven en zijn lange termijn groeiratio’s zou doen verslechteren stemde het volk met zijn hart en niet met zijn portemonnee. De ‘Remain’-campagne werd er van beschuldigd de waarschuwingen van economen te gebruiken om stemmers zo’n angst aan te jagen dat ze zich zouden onderwerpen.

Sommigen betogen dat de schuld voor de uitkomst van het referendum bij de economen zelf ligt, omdat ze niet in staat bleken een taal te spreken die de mensen konden begrijpen. Diezelfde aanklacht was er naar bankiers en andere financiers, die, door het grote publiek gezien alsof ze slechts uit het enge eigenbelang van de sector redeneerden, net zo onovertuigend waren.