4

Geheimen van de centrale bank

LONDEN – In 1993 hebben de economen Alberto Alesina en Larry Summers een invloedrijk artikel gepubliceerd waarin werd betoogd dat onafhankelijke centrale banken de inflatie beter in toom houden, zonder negatieve gevolgen voor de economische prestaties. Sindsdien hebben veel landen in de hele wereld hun centrale banken onafhankelijk gemaakt. Niemand is op zijn schreden teruggekeerd, en iedere hint dat regeringen politieke controle willen gaan uitoefenen over de rente, zoals onlangs in India is gebeurd, wordt op de financiële markten met bezorgdheid ontvangen, en door economen met verontwaardiging.

In werkelijkheid zijn er echter vele gradaties van onafhankelijkheid en opereren niet alle nominaal onafhankelijke centrale banken op dezelfde manier. Sommige monetaire autoriteiten, zoals de Europese Centrale Bank (ECB), stellen hun eigen doelen vast. Andere, zoals de Bank of England (BoE) hebben volledige vrijheid als het gaat om het instrumentarium dat zij hanteren – controle over de kortetermijnrente – maar moeten voldoen aan door de regering vastgestelde inflatiedoelstellingen.

Er zijn ook verschillen ten aanzien van de manier waarop centrale banken zijn georganiseerd om hun doelstellingen te bewerkstelligen. In Nieuw-Zeeland beslist de bankgouverneur in zijn eentje. Bij de US Federal Reserve (Fed) worden beslissingen genomen door de Federal Open Market Committee (FOMC), waarvan de leden – zeven gouverneurs en vijf voorzitters van de regionale afdelingen van de Fed – verschillende gradaties van onafhankelijkheid genieten.

De ECB maakt geen stemgegevens bekend en probeert tijdens vergaderingen van de bestuursraad consensus te bereiken. Daarentegen telt de Monetaire Beleidscommissie (MPC) van de BoE negen leden, waarvan er vier van buiten de bank worden benoemd, terwijl alle stemmen individueel worden vastgelegd; niemand mag zich achter een institutioneel perspectief verschuilen. De Fed houdt geen stemgegevens bij, maar 'afwijkende meningen' bij belangrijke beslissingen worden wel opgetekend (die kwamen bijna niet voor toen Alan Greenspan nog voorzitter was, maar zijn sindsdien algemener geworden).